Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-04
ECLI:NL:RBZWB:2026:1488
Civiel recht
Rekestprocedure
3,237 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1488 text/xml public 2026-03-13T14:12:02 2026-03-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-04 C/02/444175 / FA RK 26-321 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1488 text/html public 2026-03-12T10:54:18 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1488 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-02-2026 / C/02/444175 / FA RK 26-321 Zorgmachtiging Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444175 / FA RK 26-321 Datum uitspraak: 4 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988, hierna te noemen: betrokkene, wonende aan [adres] , advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon 1] , casemanager Novadic-Kentron; mevrouw [persoon 2] , behandelaar; de heer [persoon 3] , [zorgverlener] . Tevens is de wijkagent van betrokkene aanwezig. 1.3. De behandelend rechter stelt vast dat de tuin en de woning van betrokkene wegens overal aanwezige (vernielde) spullen en afval een uiterst rommelige en chaotische indruk maken en dat deze locaties daardoor ook moeilijk toegankelijk zijn. 1.4. De officier van justitie is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - opnemen in een accommodatie. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene merkt op dat het eigenlijk best goed met hem gaat. Hij gebruikt nog wel middelen en ook drinkt hij graag een biertje, maar van afhankelijkheid is geen sprake meer. Ook heeft hij niet de indruk dat hij zorgt voor overlast in zijn directe woonomgeving. Zelf heeft hij veel last van de vele bezoeken en bemoeienis van zijn ouders aan zijn deur. Wel begrijpt hij dat hij behandeling nodig heeft. Daarom stelt hij zich open voor het volgen van een klinisch detoxtraject. Hij is bereid daaraan vrijwillig mee te werken. Daarom is een zorgmachtiging niet nodig. 3.2. De casemanager Novadic-Kentron brengt naar voren dat betrokkene op dit moment redelijk adequaat antwoordt op de aan hem gestelde vragen. Dit neemt niet weg dat er nog steeds zorgen zijn over zijn psychotische kwetsbaarheid. Op dit moment wordt uitgegaan van een schizofrenie-spectrumstoornis en van neurocognitieve stoornissen. Het vermoeden is aanwezig dat niet aangeboren hersenletsel als gevolg van een scooterongeval (deels) aan de problematiek van betrokkene onderliggend is. Daarnaast is er sprake van middelenafhankelijkheid en frequent alcoholgebruik. Nader diagnostisch onderzoek is nodig om meer duidelijkheid te krijgen of er daadwerkelijk van een schizofreniestoornis sprake is. De ervaring heeft geleerd dat alcohol- en middelengebruik door betrokkene relatief snel tot een psychotische stoornis kan leiden. Zodra daarvan sprake is kampt betrokkene met waanbeelden, raakt hij gedesoriënteerd en wordt hij achterdochtig en verwaarloost hij zichzelf. Ook vertoont hij op die momenten thuis en in zijn directe woonomgeving agressie naar anderen, roekeloos gedrag in het verkeer en ontstaan er door gevaarlijke acties in en om zijn huis risicovolle situaties voor hemzelf en voor anderen. Ook wijst hij er in dat verband op dat betrokkene op enig moment onder invloed van middelen in comateuze toestand in een sloot is aangetroffen. Een zorgmachtiging acht hij, bij wijze van extra vangnet met daarbij ook de mogelijkheid van een klinische opname, noodzakelijk om ervoor te zorgen dat betrokkene consequent het detoxtraject bij Novadic-Kentron zal (blijven) volgen. Hoewel betrokkene heeft aangegeven bereid te zijn daaraan vrijwillig mee te werken, plaatst hij daarbij vraagtekens, omdat betrokkene ook bij zorgtrajecten in het verleden meermalen voortijdig is afgehaakt. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek en de daarin vermelde zorgvormen staan. Meer specifiek waar de verplichte zorg ziet op het ‘insluiten’ en ‘het uitoefenen van toezicht’ zal daarvan uitsluitend gebruik worden gemaakt in geval van ernstige psychische ontregeling uit het oogpunt van veiligheid en steeds voor een zo kort mogelijke duur. Hij ziet op dit moment strikt genomen niet de noodzaak voor het verplicht kunnen toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen. Wel ziet hij, hoewel dit niet is verzocht, tevens de noodzaak voor het kunnen toepassen van ambulante zorg, voor die situaties, waarin betrokkene daaraan niet vrijwillig meewerkt. 3.3. De [zorgverlener] sluit zich aan bij dat wat door de casemanager Novadic-Kentron naar voren is gebracht. Hij bevestigt dat betrokkene de hem geboden ambulante zorg en hulp het ene moment accepteert, maar dat hij zich op andere momenten daar niet voor openstelt. Ten aanzien van een behandeling bij Novadic-Kentron werd en wordt bij hem eenzelfde houding waargenomen. Ook benadrukt hij het belang en de noodzaak van ambulante hulp en ondersteuning voor betrokkene, zodra hij het traject bij Novadic-Kentron zal hebben gevolgd en afgerond, waarvoor er een Wlz-indicatie zal worden aangevraagd. Verder zal er worden gezocht naar een andere geschikte woonplek voor betrokkene niet al te ver bij zijn kinderen vandaan. 3.4. De behandelaar sluit zich aan bij al wat door de casemanager Novadic-Kentron en de [zorgverlener] naar voren is gebracht. 3.5. De advocaat van betrokkene voert aan dat zij uit het voorgesprek met haar cliënt heeft opgemaakt dat hij wel wil dat er iets aan zijn woon- en leefsituatie en problematiek wordt gedaan, maar het liefst niet door middel van verplichte zorg. Bovendien heeft hij een fijn contact met zijn zorgverleners van Novadic-Kentron en [zorgverlener] en is hij bereid om aan een detoxtraject en aan de overige noodzakelijke zorg vrijwillig mee te werken. Namens betrokkene stelt zij zich met deze toelichting primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij namens betrokkene, bij wijze van subsidiair standpunt, van de zorgmachtiging ‘insluiten’ en ‘het uitoefenen van toezicht’ geen deel uit te laten maken en deze onderdelen af te wijzen, nu in haar opvatting de noodzaak daartoe niet of althans onvoldoende gebleken is. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van neurocognitieve stoornissen (o.a. dementie en delier) en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Ook wordt op dit moment uitgegaan van een schizofreniespectrumstoornis, zij het dat nader diagnostisch onderzoek nodig wordt geacht om daarover definitief duidelijkheid te krijgen. Aangenomen wordt dat niet aangeboren hersenletsel als gevolg van een ongeval (deels) ook aan de problematiek van betrokkene onderliggend is. 4.3.
Volledig
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige materiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene wegens psychotische kwetsbaarheid in combinatie met middelenafhankelijkheid en -gebruik regelmatig periodes kent, waarin hij zichzelf verwaarloost en hij gedrag vertoont, waarmee hij overlast voor zijn woonomgeving veroorzaakt en hij thuis en buitenshuis acties onderneemt, waaraan voor hemzelf en voor anderen grote veiligheidsrisico’s zijn verbonden. Betrokkene zal of dreigt althans door deze situatie zijn huidige woning kwijt te raken. 4.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. Die zorg bestaat in de eerste plaats uit een door hem te volgen detoxtraject bij Novadic-Kentron. Daarnaast en ook specifiek voor de periode direct na afronding van dit traject heeft betrokkene ambulante (na)zorg en ondersteuning nodig om verder te stabiliseren. 4.5. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt in overtuigende mate dat in het verleden en ook meer recent al het nodige is geprobeerd om betrokkene een zorg- en behandeltraject te laten volgen, dat nodig is om vervolgens met ambulante zorg aan verdere stabilisatie te kunnen werken. Betrokkene heeft tot dusver blijk gegeven van wisselende bereidheid om daaraan mee te werken. Uitgaande van die situatie is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - opnemen in een accommodatie. Ten aanzien van de zorgvormen ‘insluiten’ en ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’ overweegt de rechtbank dat de noodzaak voor het (kunnen) toepassen daarvan ter zitting voldoende is gemotiveerd. Ook is daaruit duidelijk geworden dat deze zorgvormen uitsluitend in geval van ernstige psychotische ontregeling en steeds voor een zo kort mogelijke duur zullen worden toegepast. Daarnaast zal de rechtbank, analoog aan artikel 6:4, tweede lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (met betrekking tot het ambtshalve opnemen van vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging), als verplichte vorm van zorg opnemen: - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder te verstaan dat hij contact zal (blijven) houden met het ambulante zorgteam. Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen nu voor het afgeven van een zorgmachtiging in zoverre geen noodzaak bestaat. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Ter zitting is besproken dat de aanwezigheid van een goed natraject bepalend is voor een doelmatige inzet van de zorgmachtiging. De rechtbank heeft de overtuiging bekomen dat een goed natraject zoveel als mogelijk geborgd is/wordt. 4.8. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van zes maanden. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een zorgmachtiging voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 augustus 2026; 5.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.