Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-03
ECLI:NL:RBZWB:2026:1454
Civiel recht
Rekestprocedure
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1454 text/xml public 2026-03-13T14:03:02 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-03 C/02/444296 / JE RK 26-126 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1454 text/html public 2026-03-12T10:08:37 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1454 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-02-2026 / C/02/444296 / JE RK 26-126 Voorlopige ots en muhp. Veiligheid mj kan niet gewaarborgd worden in de thuissituatie nu de vader zorgelijke uitlatingen heeft gedaan over seksuele ontwikkeling van de dochter. Dochter verblijft bij opvang en wil niet terug naar vader. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444296 / JE RK 26-126 Datum uitspraak: 3 februari 2026 Nadere beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , Eindhoven, hierna te noemen Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. R.T.A.G. Keller (voorheen mr. E.M.A. Leijser). De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , hierna te noemen de GI. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling: de beschikking van deze rechtbank van 22 januari 2026 en de daarin vermelde stukken; het stelbericht van mr. R.T.A.G. Keller voor de vader van 27 januari 2026; de brief van mr. Keller van 28 januari 2026. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de vader met zijn advocaat; twee vertegenwoordigsters van de GI; een vertegenwoordigster van de Raad; een tolk Franse taal voor de vader. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De moeder van [minderjarige] is overleden. De vader is sindsdien van rechtswege alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont samen met haar broertje [broertje] bij de vader. Sinds 25 december 2025 verblijft [minderjarige] bij [accommodatie] . [broertje] is inmiddels weer terug thuis bij de vader met veiligheidsafspraken. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 januari 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 6 februari 2026. Gelijktijdig heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 februari 2026. De belanghebbenden zijn daarbij niet gehoord. 3 Het verzoek 3.1. Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek van de Raad om [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad handhaaft haar verzoek. Op 25 december 2025 heeft een escalatie plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige] , waarbij de vader [minderjarige] heeft geslagen met een adapter van een laptop en zij een hoofdwond heeft opgelopen. [minderjarige] heeft zelf 112 gebeld en er is een ambulance gekomen die haar naar het ziekenhuis heeft gebracht. Vervolgens is [minderjarige] diezelfde dag, samen met haar broertje [broertje] , geplaatst op een crisisplek bij [accommodatie] , met toestemming van de vader. Deze plaatsing loopt tot 22 januari 2026. [broertje] is inmiddels weer terug thuis bij de vader met veiligheidsafspraken. 4.2. Op 22 januari 2026 verschijnt de vader op het politiebureau en maakt een verwarde indruk. Hij geeft aan dat hij [minderjarige] gaat ophalen bij [accommodatie] , omdat haar plaatsing vandaag afloopt. Op 15 januari 2026 is door de [hulpverlening] nog tegen de vader gezegd dat [minderjarige] niet terug naar huis komt. [minderjarige] wil dit zelf ook niet. De vader was het hier niet mee eens, maar heeft de plaatsing gedoogd. De vader houdt op dit moment de hulpverlening buiten de deur, omdat hij ervan overtuigd is dat de hulpverlener seks met [minderjarige] heeft gehad en dat zij nu bij [accommodatie] geplaatst is zodat andere mannen seks met haar kunnen hebben. 4.3. De veiligheid van [minderjarige] in de thuissituatie bij de vader wordt onvoldoende gewaarborgd. Daarnaast is de vader van mening dat hij, zolang [minderjarige] nog geen zestien jaar is, degene is die haar mag ontmaagden in het kader van seksuele voorlichting. Ook houdt de vader sinds 20 januari 2026 de betrokken hulpverlening buiten de deur. De plaatsing van [minderjarige] bij [accommodatie] kan verlengd worden, waarna zij door kan stromen naar een gezinshuis. De vader is het hier niet mee eens. Gezien de zorgen is het thans niet in het belang van [minderjarige] om terug te keren naar de thuissituatie bij de vader, [minderjarige] wil dit zelf ook niet. 4.4. De Raad heeft ter zitting toegelicht dat de bestaande zorgen onderzocht moeten worden. Dit begint zich nog echter in het beginstadium. Naar verwachting zal er ook naar [broertje] gekeken gaan worden. Er moet duidelijkheid komen of er incidenten zijn gebeurd die strafbaar zijn. In de visie van de Raad dient het NICHD-protocol ingezet te worden om beter zicht te krijgen op de situatie. 4.5. Door en namens vader is ter zitting naar voren gebracht dat vader veel heeft meegemaakt in het verleden. Hij heeft [minderjarige] en [broertje] medio 2024 in Guinee opgehaald in verband met hun (on)veiligheid aldaar. Vader wil ze hier een veilig bestaan geven en goede ontwikkelkansen bieden. Zijn vaderrol heeft hij al die tijd naar zijn beste kunnen ingevuld. Er is tussen vader en [minderjarige] echter wel een kloof ontstaan over hoe zij zich goed kan voorbereiden op haar volwassenheid. De vader vindt het belangrijk dat ze vrijheden heeft en activiteiten kan ondernemen, maar heeft anderzijds ook zorgen wat deze vrijheid voor haar betekent. Vader heeft de angst dat [minderjarige] jong zwanger wordt en dat wil hij niet. Het is echter steeds meer gaan botsen hierover tussen vader en [minderjarige] met als dieptepunt het incident met Kerst. De vader heeft nu ook zorgen wat de uithuisplaatsing betekent voor de ontwikkeling van [minderjarige] in de breedste zin van het woord. Ze kan nu ook niet naar haar vertrouwde school. De advocaat van vader heeft met vader besproken dat het incident en zijn uitlatingen zeer zorgelijk zijn. De vader kan dat aanhoren en begrijpen. De vader heeft echter geen enkel vertrouwen in de mannelijke hulpverlener die bij hem thuis kwam, hij heeft dan ook de voorkeur dat een vrouwelijke hulpverleenster wordt ingezet. Daarnaast heeft de advocaat van de man aangegeven dat er een voorkeur bestaat voor een cultuur sensitieve aanpak. De vader is van mening dat de uithuisplaatsing eerder slecht dan goed is voor zijn dochter. Het is geenszins zijn intentie om [minderjarige] ongewenst aan te raken. Het ontbreken van ieder contact tussen vader en dochter is ook niet goed. De vader verzoekt dan ook het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen. 4.6. De GI heeft reeds met [accommodatie] en vader gesproken. [minderjarige] had zij ten tijde van de zitting nog niet gesproken. [accommodatie] heeft bij de GI aangegeven dat [minderjarige] niet naar de vader wil. 5 De nadere beoordeling 5.1. De kinderrechter dient in beginsel te beoordelen of er nieuwe feiten dan wel omstandigheden naar voren zijn gekomen die maken dat de spoedbeslissing van 22 januari 2026 moet worden herroepen.