Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-05
ECLI:NL:RBZWB:2026:1449
Civiel recht
Rekestprocedure
1,343 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1449 text/xml public 2026-03-13T14:26:02 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-05 C/02/420746 / FA RK 24-1529 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1449 text/html public 2026-03-12T14:24:32 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1449 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-02-2026 / C/02/420746 / FA RK 24-1529 Intrekken van vraag door een minderjarige in een zaak betreffende de informele rechtsingang. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/420746 / FA RK 24-1529 datum uitspraak: 5 februari 2026 nadere beschikking op de vraag van de minderjarige door middel van een informele rechtsingang [minderjarige] , hierna te noemen [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2012, wonende in [woonplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. M.P.J. Brouwers uit Tilburg , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verdere verloop van de zaak 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van 27 juni 2024 en alle daarin vermelde stukken; - het op 26 februari 2025 ontvangen verzoekschrift van de Raad met bijlagen, geregistreerd onder zaaknummer C/02/432456 / FA RK 25-1041; - de aantekeningen van het gesprek met [minderjarige] op 26 januari 2026; - het stelbericht van mr. Brouwers van 28 januari 2026; - het e-mailbericht van de kinderrechter van deze rechtbank van 29 januari 2026 gericht aan [minderjarige] ; - het e-mailbericht van [minderjarige] van 29 januari 2026; - het e-mailbericht van de kinderrechter van deze rechtbank van 1 februari 2026 gericht aan [minderjarige] . 2 De beoordeling 2.1. [minderjarige] heeft gebruik gemaakt van de informele rechtsingang. Zij heeft de kinderrechter (kort samengevat) gevraagd om een wijziging van de zorgregeling met haar ouders en om het gezag van haar ouders over haar te beëindigen. 2.2. Bij beschikking van 27 juni 2024 heeft de kinderrechter overwogen dat het in het belang van [minderjarige] is om de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat [minderjarige] niet langer naar de omgangsmomenten met haar ouders hoeft te gaan en dat ze zelf mag bepalen of ze wil aansluiten bij de driewekelijkse bezoekmomenten tussen haar ouders en haar [zusje] . De vraag van [minderjarige] om het gezag van de ouders te beëindigen heeft de kinderrechter aangehouden in afwachting van een onderzoek van de Raad naar het gezag over [minderjarige] . 2.3. De Raad heeft op 25 februari 2025 rapport uitgebracht van zijn onderzoek. De Raad heeft geconcludeerd dat een gezagsbeëindigende maatregel ten aanzien van beide ouders nodig is voor [minderjarige] . Bij verzoekschrift van 26 februari 2025, geregistreerd onder zaaknummer C/02/432456 / FA RK 25-1041, heeft de Raad verzocht om het gezag van de ouders over [minderjarige] te beëindigen en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te benoemen tot voogdes over [minderjarige] . 2.4. De rechtbank heeft in de zaak met zaaknummer C/02/432456 / FA RK 25-1041 bij mondeling gegeven beslissing van 29 januari 2026, schriftelijk uitgewerkt per heden, het gezag van de ouders over [minderjarige] beëindigd en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering benoemd tot voogdes over [minderjarige] . 2.5. [minderjarige] is van deze beslissing door de rechtbank op de hoogte gebracht per e-mailbericht van 29 januari 2026. In reactie hierop heeft [minderjarige] per e-mailbericht van (eveneens) 29 januari 2026 de rechtbank bericht haar (nog openstaande) vraag tot beëindiging van het gezag van haar ouders in te trekken, en dus niet langer meer te handhaven. Dit betekent dat de vraag van [minderjarige] tot beëindiging van het gezag van haar ouders niet meer ter beoordeling voorligt. De kinderrechter zal de vraag van [minderjarige] dan ook af wijzen. Met deze beschikking zal de zaak worden afgesloten. 3 De beslissing De kinderrechter: 3.1. wijst de vraag van [minderjarige] om het gezag van de ouders over haar te beëindigen af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 in aanwezigheid van mr. Snatersen, griffier. Mededeling van de griffier: Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof: a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking; b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking; c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking; d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.