Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-30
ECLI:NL:RBZWB:2026:1315
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/443716 / JE RK 26-20 en C/02/443717 / JE RK 26-21 Datum uitspraak: 30 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant , gevestigd te Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. C.G.M. Baas uit Bergen op Zoom, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, inzake C/02/443716 / JE RK 26-20: [de oma] , hierna te noemen de oma (zijnde de pleegmoeder van [minderjarige 1] ), wonende te [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op 6 januari 2026. 1.2. Op 30 januari 2026 is eerst de zaak met kenmerk C/02/443716 / JE RK 26-20 (betreffende [minderjarige 1] ) en daarna zaak met kenmerk C/02/443717 / JE RK 26-21 (betreffende [minderjarige 2] ) met gesloten deuren op zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI. In de zaak C/02/443716 / JE RK 26-20 was daarnaast aanwezig: - de oma. De vader is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] heeft haar mening niet gegeven. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] verblijft de oma. [minderjarige 2] woont bij de vader. 2.3. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staat onder toezicht van de GI sinds 1 augustus 2023. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juli 2025, verbeterd bij beschikking van 1 augustus 2025, de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 1 februari 2026. Daarnaast is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 1 februari 2026. 3 De verzoeken 3.1. Inzake C/02/443716 / JE RK 26-20: De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Inzake C/02/443717 / JE RK 26-21: De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI heeft ter onderbouwing van haar verzoeken aangegeven dat er sprake is van multiproblematiek in het gezin, namelijk kindeigenproblematiek en chronische problematiek bij en tussen de ouders. De situaties van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. Het perspectief van [minderjarige 1] ligt bij de oma. Beide ouders staan daar ook achter. Hij heeft zijn persoonlijke therapie bij [zorgorganisatie 1] afgerond. Hij ontwikkelt zich goed bij de oma, maar hij moet nog wel in de gaten worden gehouden in zijn ontdekkingstocht naar alcohol en drugs. [minderjarige 1] heeft op eigen initiatief contact met de moeder en de vader. Hij ondervindt nog wel hinder van de onrust tussen de ouders. Daarnaast