Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:1269
Strafrecht
Op tegenspraak
2,020 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1269 text/xml public 2026-02-27T08:59:22 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-26 02-222628-25 Uitspraak Op tegenspraak NL Breda Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1269 text/html public 2026-02-27T08:59:01 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-02-2026 / 02-222628-25 Procesafspraken. Veroordeling voor medeplegen aanwezig hebben 126 kilo cocaïne. Gevangenisstraf van 42 maanden en een geldboete van € 20.000,00. Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummer: 02-222628-25 Vonnis van de meervoudige kamer van 26 februari 2026 [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, ingeschreven op het [adres] , ten tijde van de behandeling op zitting preventief gedetineerd in [verblijfplaats] , raadsvrouw mr. E. van de Rakt, advocaat te Breda. 1 Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 februari 2026 waarbij de officier van justitie mr. R. in ’t Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (02-251899-25) en [medeverdachte 2] (0222265325). 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer 126.000 gram cocaïne. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De procesafspraken 4.1. De overeenkomst Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van deze strafzaak. Deze procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door verdachte, zijn raadsvrouw en door de officier van justitie is ondertekend. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt. Samengevat en voor zover hier relevant houden de procesafspraken het volgende in: De verdediging: De verdachte zal geen (nadere) onderzoekswensen indienen en/of (inhoudelijke) verweren voeren; Verdachte hoeft geen schuld te erkennen. De verdediging en verdachte geven echter door ondertekening van deze procesafspraken richting rechtbank en Openbaar Ministerie aan dat het feit en kwalificatie zoals tussen Openbaar Ministerie en verdediging vastgesteld in bijlage A (juridisch gezien) bewezen kan worden verklaard en dat er geen inhoudelijk verweer zal worden gevoerd; Verdachte bevestigt middels ondertekening van deze overeenkomst dat al het strafvorderlijk beslag is afgehandeld; De verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging (hoogstwaarschijnlijk) zal leiden tot een veroordeling van het strafbare feit als omschreven in de tenlastelegging; Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en meewerken aan de tenuitvoerlegging en executie van de op te leggen gevangenisstraf en geldboete. Het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie zal ter zitting requireren tot: - Bewezenverklaring van het aan verdachte tenlastegelegde feit (conform de inhoud van de bijlage onder A); - Een strafoplegging als hieronder weergegeven: Een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden (met aftrek); Een geldboete van 20.000 euro te vervangen door 125 dagen hechtenis; Het Openbaar Ministerie heeft geen ontnemingsvordering tegen de verdachte aanhangig gemaakt en zal dat – indien de procesafspraken door de rechtbank worden gevolgd – ook niet (meer) doen. Verder is onderdeel van de overeenkomst dat door de verdediging en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep zal worden ingesteld, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de gemaakte procesafspraken. 4.2. Het toetsingskader en de toetsing in deze zaak De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte gemaakte procesafspraken af te doen. Bij deze beoordeling zijn de uitgangspunten, zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) leidend geweest. De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsvrouw. Verdachte is ook samen met zijn raadsvrouw aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 12 februari 2026, alwaar de inhoud van de overeenkomst ter zitting is besproken. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. De rechtbank is van oordeel dat verdachte weloverwogen en vrijwillig, op basis van voor hem voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om in te stemmen met deze procesafspraken en de daarmee gepaard gaande (mogelijke) gevolgen daarvan. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) stelt. De voorzitter heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de gemaakte procesafspraken en niet gehouden is tot naleving ervan. De rechtbank heeft een eigen verantwoordelijkheid en dat betekent dat tijdens het onderzoek ter terechtzitting de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) leidend is geweest. 5 De beoordeling van het bewijs 5.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht overeenkomstig de procesafspraken het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. 5.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd. 5.3. Het oordeel van de rechtbank Bewezenverklaring zonder nadere motivering Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd en de rechtbank het ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht, zal het feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 5.4. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 8 augustus 2025 tot en met 11 augustus 2025 te Etten-Leur tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 126.000 gram cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 6 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 7 De strafoplegging 7.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert conform de gemaakte procesafspraken een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 20.000,00. 7.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweer gevoerd. 7.3. Het oordeel van de rechtbank Ernst van het feit Verdachte heeft samen met respectievelijk zijn broer en verloofde 126 kilo cocaïne aanwezig gehad van 8 tot en met 11 augustus 2025. Gedurende deze dagen heeft verdachte zich intensief bezig gehouden met het scheiden van de deklading (rozen) en de met cocaïne gevulde pijpjes. De aangetroffen hoeveelheid harddrugs vertegenwoordigt een grote straatwaarde en ook de wijze waarop de harddrugs was verpakt doen vermoeden dat verdachte en zijn mededaders een rol hebben gespeeld in de georganiseerde drugshandel, waarvan bekend is dat deze ernstige gevolgen heeft voor de samenleving. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van cocaïne schadelijk is voor de volksgezondheid.