Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:1206
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,021 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1206 text/xml public 2026-03-06T12:50:14 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 11903869 \ CV EXPL 25-3232 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1206 text/html public 2026-03-06T11:38:28 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1206 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / 11903869 \ CV EXPL 25-3232 (E) Deze zaak gaat in de kern over de ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en de ontruiming van de door huurder gehuurde woning wegens een huurachterstand. De kantonrechter zal de ontbinding en ontruiming op basis van de subsidiaire vordering van verhuurder voorwaardelijk toewijzen. Hierna legt de kantonrechter dit oordeel uit. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11903869 \ CV EXPL 25-3232 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van STICHTING THUISVESTER , te Oosterhout, eisende partij, hierna te noemen: Thuisvester, gemachtigde: GGN Brabant, tegen [huurder] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder], procederend in persoon. De zaak in het kort Deze zaak gaat in de kern over de ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en de ontruiming van de door [huurder] gehuurde woning wegens een huurachterstand. De kantonrechter zal de ontbinding en ontruiming op basis van de subsidiaire vordering van Thuisvester voorwaardelijk toewijzen. Hierna legt de kantonrechter dit oordeel uit. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de akte van Thuisvester - de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Thuisvester verhuurt met ingang van 19 maart 2019 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt per januari 2026 € 449,95 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Thuisvester heeft [huurder] aangemaand op 4 juni 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.3. Thuisvester heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Thuisvester heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Thuisvester vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde (primair onvoorwaardelijk en subsidiair voorwaardelijk) en betaling van € 3.799,35 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Thuisvester legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Thuisvester de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. Hij erkent de huurachterstand, maar voert aan dat zijn belangen en de omstandigheden van het geval meebrengen dat de gevorderde ontbinding en ontruiming afgewezen dienen te worden. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.2. De voor de vordering relevante bedingen in artikel 15 (buitengerechtelijke kosten) en 6.1 (wettelijke rente) jo. 17.1 (boete) van de algemene voorwaarden zijn getoetst en oneerlijk bevonden. Daarom zullen deze bedingen vernietigd worden. 4.3. Wat betreft artikel 15 overweegt de kantonrechter als volgt. Het beding inzake buitengerechtelijke incassokosten wordt door de kantonrechter als oneerlijk aangemerkt. Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling over buitengerechtelijke kosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ook is in dit geval de bedongen vergoeding altijd ten minste 15% van de hoofdsom – met een minimum van € 55,00 – en daarmee hoger dan de wettelijke vergoeding. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de vordering uit handen wordt gegeven, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd. Daarom is dit beding oneerlijk. 4.4. Ook artikel 17.1 en artikel 6.1 – in samenhang met artikel 17.1 – zijn naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk. Het boetebeding wijkt immers ten nadele van de consument aanzienlijk af van de aanvullend rechtelijke bepalingen in artikel 6:92 BW. Gelet op de formulering van de artikelen 6.1 en 17.1 kunnen op grond van de algemene voorwaarden de wettelijke rente en de contractuele boete cumuleren. Dat kan tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met een hogere rente dan wettelijk is toegestaan. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023, onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen 4.5. Aangezien de rente en incassokostenbedingen zijn vernietigd, kan Thuisvester ook geen aanspraak maken op de wettelijke vergoedingen die zonder die bedingen van toepassing zouden zijn geweest. Daarom zal geen wettelijke rente en geen vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. 4.6. [huurder] heeft de gevorderde huurachterstand erkend. De conclusie uit het voorgaande is dat er berekend tot en met 31 december 2025 sprake is van een huurachterstand van € 3.799,35. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen. 4.7. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Thuisvester heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.8. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.9. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand circa negen maanden. [huurder] heeft sinds de dagvaarding de lopende huur betaald en de huurachterstand met een maand ingelopen. Deze bedraagt op dit moment nog circa acht maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. [huurder] heeft echter nog omstandigheden aangevoerd, naast de hiervoor genoemde betaling van de lopende huur en het inlopen van de huurachterstand. Zo voert [huurder] aan dat hij inkomen heeft door een baan als glasvezelmonteur. Verder wijst [huurder] erop dat hij schuldhulp heeft gezocht en inmiddels is toegelaten tot budgetbeheer door Kredietbank West-Brabant.