Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:1189
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1189 text/xml public 2026-03-05T13:48:16 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 11774522 CV EXPL 25-3316 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1189 text/html public 2026-03-05T13:48:03 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1189 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / 11774522 CV EXPL 25-3316 (E) Overeenkomst van opdracht. Beroep op tekortkoming slaagt niet. Geen gevolg gegeven aan een eventuele tekortkoming. Ook geen verzuim aan de zijde van opdrachtnemer. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11774522 \ CV EXPL 25-3316 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van DE SJOUWERS B.V. , te Utrecht, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: De Sjouwers, gemachtigde: Straetus Incasso Kampen B.V. h.o.d.n. Straetus Legal, tegen FLEXSTAGE CREW B.V. , te Waalwijk, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Flexstage Crew, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] . 1 De zaak in het kort 1.1. In deze zaak gaat het om het volgende. De Sjouwers heeft in opdracht van Flexstage Crew werkzaamheden verricht. De Sjouwers vordert in deze procedure betaling van de facturen voor deze werkzaamheden. Flexstage Crew vindt dat zij deze facturen niet hoeft te betalen, omdat de werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, waardoor zij schade heeft geleden. Flexstage Crew vordert in reconventie vergoeding van de door haar geleden schade. 1.2. De kantonrechter wijst de vordering van De Sjouwers toe en de vordering van Flexstage Crew af. De kantonrechter legt dit oordeel hieronder uit. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis van 2 juli 2025 in de zaak 11766123 CV EXPL 25-2135, waarin de zaak is verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel Cluster I, locatie Tilburg, met de daarin genoemde stukken; - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie; - de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie; - de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis, met producties; - de conclusie van dupliek in reconventie. 2.1. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Flexstage Crew heeft aan De Sjouwers opdracht gegeven om te ondersteunen bij de volgende projecten: - [project 1] op 21 mei 2024 en 26 mei 2024: op beide dagen levering van 4 sjouwers; - [project 2] : levering van 2 sjouwers voor zaterdag 14 september (vanaf 21.00 uur) en zondag 15 september (tot 08.00 uur). Flexstage Crew en de Sjouwers zijn een tarief van € 28,00 exclusief btw per uur overeengekomen. 3.2. De Sjouwers heeft ter zake de onder 3.1 genoemde werkzaamheden de volgende facturen aan Flexstage Crew in rekening gebracht: - factuur van 2 juli 2024 ( [factuurnummer 1] ter zake [project 1] ) van € 1.755,88; - factuur van 27 september 2024 ( [factuurnummer 2] ter zake [project 2] ) van € 859,80. 4 Het geschil in conventie 4.1. De Sjouwers vordert -samengevat- veroordeling van Flexstage Crew tot betaling van € 3.194,26, vermeerderd met rente en kosten. 4.2. De Sjouwers legt aan de vordering -samengevat- het volgende ten grondslag. De Sjouwers heeft in opdracht en voor rekening van Flexstage Crew werkzaamheden verricht. Flexstage Crew is ondanks betalingsherinneringen en sommaties, nalatig gebleven met de betaling van de aan haar gefactureerde kosten, zijnde een totaalbedrag van € 2.615,68. De buitengerechtelijke incassokosten van € 386,57 worden primair gevorderd op grond van de tussen partijen overeengekomen voorwaarden en subsidiair op grond van artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). De wettelijke handelsrente -tot en met 15 april 2025 berekend op een bedrag van € 192,01- wordt gevorderd op grond van het bepaalde in artikel 6:119a BW. 4.3. Flexstage Crew voert verweer. Flexstage Crew concludeert tot afwijzing van de vorderingen van De Sjouwers, met veroordeling van De Sjouwers in de kosten van deze procedure. 4.4. Flexstage Crew voert -samengevat- het volgende aan. Flexstage Crew heeft herhaaldelijk aan De Sjouwers kenbaar gemaakt dat er sprake is van een gebrekkige dienstverlening, waardoor Flexstage Crew extra kosten heeft moeten maken. 4.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 4.6. Flexstage Crew vordert -na eisvermeerdering- veroordeling van De Sjouwers tot betaling van € 73.144,09, vermeerderd met de volledige vergoeding van de door haar gemaakte kosten. 4.7. Flexstage Crew legt aan de vordering -samengevat- het volgende ten grondslag. De Sjouwers is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor Flexstage Crew schade heeft geleden. Flexstage Crew vordert op grond van artikel 6:74 BW een bedrag van € 73.144,09 aan schadevergoeding. 4.8. De Sjouwers voert verweer. De Sjouwers concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Flexstage Crew, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Flexstage Crew, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Flexstage Crew in de kosten van deze procedure. 4.9. De Sjouwers voert -samengevat- het volgende aan. De Sjouwers betwist de door Flexstage Crew gestelde tekortkomingen en stelt dat zij hiervoor ook niet schriftelijk in gebreke is gesteld. De Sjouwers stelt ook dat het door Flexstage Crew gevorderde bedrag onvoldoende is onderbouwd en niet in verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden. 4.10. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling in conventie Overeenkomst van opdracht 5.1. Flexstage Crew betwist niet dat De Sjouwers werkzaamheden voor haar heeft verricht en zij hiervoor in beginsel de aan haar gefactureerde kosten dient te voldoen. Flexstage Crew beroept zich echter op tekortkomingen aan de zijde van De Sjouwers op grond waarvan zij de gefactureerde kosten niet aan De Sjouwers verschuldigd is. Nakomen betalingsverplichting 5.2. Flexstage Crew stelt dat bij ten minste twee van haar opdrachtgevers door De Sjouwers personeel is geleverd dat niet voldeed aan de afgesproken kwaliteit en inzet (personeel kwam niet opdagen, toonde weinig werkethiek en leverde onvoldoende resultaat), waardoor vertragingen ontstonden en Flexstage Crew genoodzaakt was extra personeel in te huren. 5.3. De Sjouwers betwist de door Flexstage Crew gestelde tekortkomingen. De Sjouwers stelt dat zij alleen ten aanzien van [factuurnummer 1] van Flexstage Crew heeft vernomen dat zij niet tevreden was met de door De Sjouwers verrichte werkzaamheden. De Sjouwers stelt dat Flexstage Crew dit te laat, dat wil zeggen eerst na het verstrijken van de betaaltermijn, aan haar heeft gemeld en zij deze klachten verder niet heeft toegelicht. 5.4. De kantonrechter is van oordeel dat Flexstage Crew onvoldoende heeft gesteld en, gezien de gemotiveerde betwisting door De Sjouwers, onvoldoende heeft onderbouwd dat De Sjouwers tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en zij De Sjouwers hiervan tijdig op de hoogte heeft gesteld. 5.5. Uit de door Flexstage Crew bij conclusie van repliek overgelegde stukken blijkt alleen dat zij per e-mail van 17 oktober 2024 (te 12:15 uur) aan De Sjouwers kenbaar heeft gemaakt dat zij factuur 2024-0974 en factuur [factuurnummer 1] voorlopig niet zal betalen, omdat zij de gefactureerde kosten betwist. In onderhavige procedure wordt alleen betaling van factuur [factuurnummer 1] gevorderd die ziet op het project [project 1] . Factuur 2024-0974 heeft betrekking op een eerder door De Sjouwers uitgevoerd project ( [project 3] ). Flexstage Crew heeft in de hiervoor genoemde e-mail -voor zover van belang- het volgende aan De Sjouwers bericht: “ Bij beide projecten zijn het jullie medewerkers geweest waarbij het niet goed is gegaan. Wij hebben jullie medewerkers ingehuurd maar zij hebben hun werkzaamheden niet naar behoren verricht of zijn zelfs helemaal niet komen opdagen.
Volledig
Dit hebben wij voorafgaand aan de facturatie al besproken, dus ik betreur ten zeerste dat u nu aangeeft dat dit niet het geval is. ”. De Sjouwers heeft hierop per e-mails van gelijke datum gereageerd. De kantonrechter leidt uit de inhoud van die berichten af dat De Sjouwers de door Flexstage Crew gestelde tekortkomingen betwist en zij bovendien factuur 2024-094 heeft gecrediteerd. 5.6. Ten aanzien van factuur [factuurnummer 1] (project [project 1] ) staat tussen partijen vast dat De Sjouwers op 21 mei 2024 maar twee sjouwers heeft geleverd in plaats van de tussen partijen overeengekomen vier sjouwers. De Sjouwers stelt dat de ziekmelding van de overige twee sjouwers tijdig aan Flexstage Crew is doorgegeven en dat deze uren ook niet haar zijn gefactureerd. Flexstage Crew stelt dat zij pas ’s-avonds via haar opdrachtgever te horen heeft gekregen dat er maar twee medewerkers van De Sjouwers op het project aanwezig waren. De kantonrechter kan op grond van de overgelegde stukken niet vaststellen dat De Sjouwers Flexstage Crew tijdig van de afwezigheid van twee van haar medewerkers op de hoogte heeft gesteld. Daar tegenover staat dat Flexstage Crew De Sjouwers ook pas na afloop van die dag op de hoogte heeft gesteld van de afwezigheid van twee van de vier medewerkers. Flexstage Crew heeft, zo blijkt uit het door haar bij conclusie van repliek overgelegde WhatsApp-bericht van 21 mei 2024, volstaan met het stellen van de vraag of het juist was dat er maar twee medewerkers aanwezig waren. Gesteld noch gebleken is dat Flexstage Crew De Sjouwers op dat moment of kort daarna op haar tekortkoming heeft aangesproken. Flexstage Crew betwist ook niet dat de uren van de afwezige medewerkers niet door De Sjouwers aan haar in rekening zijn gebracht. 5.7. Flexstage Crew heeft ten aanzien van het [project 1] bij conclusie van repliek ook een op 30 september 2024 aan De Sjouwers doorgestuurd bericht van de gemachtigde van haar opdrachtgever overgelegd. De gemachtigde van de opdrachtgever deelt in dit bericht aan Flexstage Crew mede dat de opdrachtgever niet tot betaling over zal gaan, omdat Flexstage Crew in gebreke is gebleven met het leveren van het juiste aantal personeelsleden. Eerst nadien heeft Flexstage Crew De Sjouwers op haar tekortkoming aangesproken. Het lag op de weg van Flexstage Crew om binnen bekwame tijd nadat zij het gebrek -al dan niet via een derde- heeft ontdekt zelf bij De Sjouwers te protesteren, zodat zij de gevolgen van de gestelde tekortkoming kon beperken (bijvoorbeeld door het leveren van extra medewerkers op of kort na 21 mei 2024). 5.8. De kantonrechter acht het bovendien, zoals De Sjouwers terecht heeft aangevoerd, opmerkelijk dat Flexstage Crew aanvankelijk niets heeft gesteld over tekortkomingen, maar juist betalingen heeft toegezegd. De kantonrechter verwijst onder meer naar het bij dagvaarding overgelegde Whatsapp-bericht van 5 augustus 2024. Ook op een later moment (in het hiervoor genoemde e-mailbericht van 17 oktober 2024) heeft Flexstage Crew aan De Sjouwers kenbaar gemaakt dat factuur [factuurnummer 2] ( [project 2] ) gewoon betaald zal worden. 5.5. De enkele omstandigheid dat De Sjouwers volgens Flexstage Crew tekortgeschoten is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst maakt ook niet dat Flexstage Crew bevrijd is van haar eigen betalingsverplichting. Een tekortkoming kan recht geven de betalingsverplichting (in dit geval deels) op te schorten, om daarmee ofwel alsnog deugdelijke nakoming na te streven (artikel 6:262 BW) ofwel ontbinding van de overeenkomst (artikel 6:265 BW) ofwel verrekening met geleden schade (artikel 6:127 BW). Flexstage Crew heeft echter geen van deze rechtsgronden ingeroepen door bijvoorbeeld een tegenvordering in te stellen. Overigens zou voor ontbinding of verrekening sprake moeten zijn van verzuim van De Sjouwers. Dat daarvan sprake is, is evenmin gesteld of gebleken, waarbij de kantonrechter nog opmerkt dat in ieder geval een ingebrekestelling (zoals vereist op grond van artikel 6:82 BW) ontbreekt en ook niet is gebleken van enige grond voor wettelijk verzuim. Wettelijke handelsrente 5.6. De medegevorderde wettelijke handelsrente is als op de wet gegrond en onvoldoende weersproken eveneens toewijsbaar. Buitengerechtelijke incassokosten 5.7. De Sjouwers vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De Sjouwers heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De Sjouwers heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 386,57 worden toegewezen. Proceskosten 5.8. Flexstage Crew is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Sjouwers worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 476,00 (2 punten × € 238,00) - nakosten € 119,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.231,35 in reconventie Schadevergoeding 5.9. Flexstage Crew stelt dat De Sjouwers tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zij de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Volgens Flexstage heeft zij daardoor ten minste € 73.144,09 aan schade geleden. Flexstage Crew vordert dit bedrag op grond van artikel 6:74 BW. 5.10. De Sjouwers betwist dat zij tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en zij hierop tijdig door Flexstage Crew is aangesproken. Ook voert De Sjouwers als verweer dat Flexstage Crew niet heeft onderbouwd dat de gestelde tekortkoming tot schade en verlies van opdrachtgevers heeft geleid. De Sjouwers betwist ten slotte de hoogte van het door Flexstage Crew gevorderde schadebedrag. 5.11. De kantonrechter stelt vast dat voor toewijzing van de vordering van Flexstage Crew in de eerste plaats is vereist dat De Sjouwers toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor Flexstage Crew schade heeft geleden. De kantonrechter heeft reeds in conventie overwogen dat onvoldoende is komen vast te staan dat Flexstage Crew De Sjouwers tijdig op een tekortkoming heeft aangesproken. 5.12. De kantonrechter overweegt verder dat, voor zover er al sprake is van een tekortkoming aan de zijde van De Sjouwers die aan De Sjouwers kan worden toegerekend en waarover Flexstage Crew tijdig heeft geklaagd, de vordering van Flexstage Crew in reconventie niet toegewezen kan worden, omdat De Sjouwers niet in verzuim is. Er is daarom niet aan de vereisten van artikel 6:74 BW voor het verkrijgen van een schadevergoeding voldaan. De kantonrechter legt dat als volgt uit. 5.13. Volgens artikel 6:82 lid 1 BW treedt het verzuim in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij schriftelijke aanmaning waarin hem een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. 5.14. Vaststaat dat Flexstage Crew niet in gebreke heeft gesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:82 BW en hem daarmee geen termijn heeft gegeven waarbinnen De Sjouwers de (gestelde) gebreken diende te herstellen. Het voorgaande brengt mee dat De Sjouwers niet in verzuim is en dat de schadevergoedingsvordering van Flexstage Crew al om die reden niet toewijsbaar is. 5.15. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen nadere bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden. Proceskosten 5.16. Flexstage Crew is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van De Sjouwers worden begroot op: - salaris gemachtigde € 815,00 (2 punten × factor 0,5 × € 815,00) Totaal € 815,00 6 De beslissing De kantonrechter in conventie 6.1. veroordeelt Flexstage Crew om aan De Sjouwers te betalen een bedrag van € 3.194,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 2.615,68, met ingang van 16 april 2025, tot de dag van volledige betaling, 6.2.