Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-24
ECLI:NL:RBZWB:2026:1179
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,520 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:1179 text/xml public 2026-03-05T15:43:17 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-24 25/4453 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1179 text/html public 2026-03-05T15:42:43 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1179 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-02-2026 / 25/4453 Beroep tegen invorderen last onder dwangsom op grond van de Opiumwet. De burgemeester heeft de woning ook gesloten op grond van de nieuwe overtreding. Dit is geen verboden samenloop. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/4453 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R.S. Namjesky), en de burgemeester van de gemeente Dongen. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het invorderen van een dwangsom. De burgemeester heeft besloten een dwangsom in te vorderen wegens een eerder opgelegde last onder dwangsom wegens overtreding van de Opiumwet. Eiseres is het hier niet mee eens omdat de burgemeester ook haar woning heeft gesloten. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester naast het sluiten van de woning ook de verbeurde dwangsom mocht invorderen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de dwangsom in mag vorderen, omdat er geen samenloop is van meerdere herstelsancties en omdat eiseres de bijzondere omstandigheden waarop zij zich beroept onvoldoende heeft onderbouwd . Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het bestreden besluit van 24 juli 2025 op het bezwaar van eiseres heeft de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit tot invordering van de dwangsom in stand gelaten. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en [persoon 1] en [persoon 2] namens de burgemeester. Beoordeling door de rechtbank Omvang van het geschil 3. Samenhangend met dit besluit heeft de burgemeester ook bestuursdwang toegepast door de woning te sluiten. Dat besluit is niet in geding. De rechtbank gaat ook uit van de rechtmatigheid van het besluit waarin de last onder dwangsom is opgelegd. In deze zaak is uitsluitend in geschil of de burgemeester de dwangsom in mag vorderen. Totstandkoming van het bestreden besluit 4. Op 8 december 2021 wordt in de woning van eiseres een hennepkwekerij aangetroffen. Naar aanleiding hiervan besluit de burgemeester op 7 januari 2022 de woning te sluiten voor een periode van drie maanden. Wegens persoonlijke omstandigheden trekt de burgemeester dit sluitingsbesluit in en vervangt dit door een last onder dwangsom ter hoogte van € 25.000,-, waarbij die dwangsom verbeurt als binnen drie jaar opnieuw een overtreding van artikel 3 van de Opiumwet wordt geconstateerd. 4.1. Op 31 juli 2024 worden in de woning van eiseres hasjiesj en henneptoppen aangetroffen. Op 9 augustus 2024 stuurt de burgemeester eiseres een voornemen tot invorderen van de verbeurde dwangsom. Op 14 augustus 2024 stuurt de burgemeester een voornemen om de last onder dwangsom in te trekken onder gelijktijdige toepassing van bestuursdwang in de vorm van het sluiten van de woning. Op 24 augustus 2024 dient eiseres een zienswijze in over de invordering van de dwangsom. Op 30 augustus 2024 vult ze deze zienswijze aan, met een zienswijze over de voorgenomen sluiting. 4.2. Op 4 september 2024 besluit de burgemeester de woning te sluiten. 4.3. Op 24 maart 2025 stuurt de burgemeester de invorderingsbeschikking aan eiseres. Eiseres maakt hier bezwaar tegen. De burgemeester verklaart het bezwaar ongegrond. Inhoudelijke beoordeling Heeft de burgemeester ten onrechte geen zienswijze gevraagd? 5. Eiseres stelt dat de brief van 9 augustus 2024 waarin de burgemeester haar om een zienswijze over de invordering van de dwangsom heeft gevraagd, nooit is verzonden, althans niet door haar is ontvangen. Deze brief is ook gedateerd vóór afloop van de termijn van zes weken waarbinnen de dwangsom betaald zou moeten worden. 5.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Onduidelijk blijft of de brief is verzonden of ontvangen. Eiseres heeft echter in bezwaar alle argumenten om niet tot invordering over te gaan alsnog naar voren kunnen brengen. Volgens vaste rechtspraak leidt dit ertoe dat, zelfs als de burgemeester ten onrechte niet om een zienswijze heeft gevraagd, dit geen aanleiding geeft om de beslissing op bezwaar te vernietigen. Is er sprake van een overtreding die tot verbeuring leidt? 6. Niet in geschil is dat binnen de termijn van drie jaar die in het besluit tot opleggen van de last onder dwangsom is genoemd, in de woning van eiseres weer een overtreding van artikel 3 van de Opiumwet is geconstateerd. Dat betekent dat de burgemeester heeft kunnen concluderen dat er van rechtswege een dwangsom is verbeurd. In beginsel moet hij die dan ook invorderen. Is de last onder dwangsom met terugwerkende kracht ingetrokken? 7. Eiseres stelt dat de last onder dwangsom met terugwerkende kracht is ingetrokken en dat er daarom dus ook geen dwangsommen ingevorderd kunnen worden. Zij gaat dus feitelijk uit van herroeping van de last onder dwangsom door het gelijktijdig opleggen van een last onder bestuursdwang. Gelet op de samenloopbepaling van artikel 5:6 Awb is een andere conclusie volgens eiseres niet mogelijk. 7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het besluit tot intrekking van de last onder dwangsom is helder: de woning wordt per 26 september 2025 gesloten onder gelijktijdige intrekking van de op 6 april 2022 opgelegde last onder dwangsom. Dat betekent dat de last onder dwangsom vanaf dat moment niet meer gold. Nergens uit blijkt de intentie om vanaf een eerder moment in te trekken. De uitleg van eiseres dat een intrekking altijd inhoudt dat feitelijk herroepen wordt en het besluit nooit zou hebben bestaan, zou betekenen dat bij een intrekking te allen tijde alle al verbeurde dwangsommen komen te vervallen. Deze uitleg kent geen juridische grondslag. De rechtbank ziet geen aanleiding terugwerkende kracht aan te nemen en is daarom van oordeel dat het dwangsombesluit juridisch geldt tot de dag waarop het is ingetrokken. De dwangsom was al vóór dat moment verbeurd. Is er sprake van ongeoorloofde samenloop met het besluit tot sluiting van de woning? 8. Eiseres stelt dat de overtreding van 31 juli 2024 nu twee keer bestraft wordt. Naar aanleiding van deze overtreding moet eiseres een dwangsom betalen en is haar woning gesloten. Op grond van artikel 5:6 van de Awb is een dergelijke samenloop van herstelsancties niet toegestaan. Het Damoclesbeleid van de burgemeester van Dongen is hiermee in strijd en moet daarom onverbindend worden verklaard. 8.1. De burgemeester stelt dat de last is ingetrokken en dat hij vanaf dat moment weer andere herstelsancties zoals sluiting van de woning toe mocht passen. De sancties zijn niet gelijktijdig van toepassing geweest, zoals artikel 5:6 van de Awb verbiedt. Bovendien hebben beide sancties een andere feitelijke oorzaak: de last onder dwangsom is opgelegd naar aanleiding van het aantreffen van een hennepkwekerij op 8 december 2021 en de sluiting van de woning is gelast naar aanleiding van de vondst van hasjiesj en henneptoppen op 31 juli 2024. 8.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. De overtreding van 31 juli 2024 heeft twee gevolgen: van rechtswege verbeurt de dwangsom. Dit is een feitelijk gevolg van de last onder dwangsom die als herstelsanctie is opgelegd naar aanleiding van de overtreding van 8 december 2021.
Volledig
Dit is geen nieuwe herstelsanctie als gevolg van de overtreding van 31 juli 2024; de burgemeester besluit de eerder opgelegde herstelsanctie (last onder dwangsom) in te trekken en als gevolg van de overtreding van 31 juli 2024 een nieuwe herstelsanctie op te leggen, namelijk het sluiten van de woning. De overtreding van 31 juli 2024 heeft dus als logisch en feitelijk gevolg dat een eerder opgelegde dwangsom van rechtswege verbeurt. Daarnaast is dit aanleiding geweest voor de burgemeester om de last onder dwangsom in te trekken en als nieuwe herstelsanctie de woning voor een maand te sluiten. 8.3. Artikel 5:6 van de Awb verbiedt een bestuursorgaan om twee herstelsancties op te leggen wegens dezelfde overtreding. Daar is hier geen sprake van. Er is slechts één herstelsanctie opgelegd naar aanleiding van de overtreding van 31 juli 2024, namelijk het sluiten van de woning. Daarbij is een oudere herstelsanctie, de last onder dwangsom, ingetrokken, zodat niet tegelijkertijd twee herstelsancties bestaan tegen het overtreden van de Opiumwet. Het verbeuren van de dwangsom is een gevolg van een eerdere sanctie. Het opleggen van een nieuwe sanctie hoeft niet tot gevolg te hebben dat alle gevolgen van een eerdere sanctie vanwege een eerdere overtreding komen te vervallen. Het beroep van eiseres op de ‘puinbrekersuitspraak’ gaat niet op. In dat geval werden op basis van dezelfde overtreding zowel een last onder dwangsom als een last onder bestuursdwang opgelegd. Dat zijn twee gelijktijdige herstelsancties voor dezelfde overtreding. Daar is hier geen sprake van. Hier is sprake van opeenvolging. Artikel 5:6 van de Awb verbiedt een volgordelijke oplegging van verschillende sancties niet en het beleid is daarom niet in strijd met dit artikel. De stelling van eiseres dat het Damoclesbeleid van de burgemeester van Dongen onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met artikel 5:6 van de Awb volgt de rechtbank daarom niet en er is geen sprake van een ongeoorloofde samenloop van herstelsancties. Is de invordering evenredig? 9. Eiseres wordt intensief begeleid door [hulpverlening] . Onderdeel daarvan is begeleiding bij de financiën. Door het invorderen van de dwangsom worden de schulden dusdanig verhoogd dat het langer zal duren om ze volledig af te lossen. Dit is ongunstig voor de stabiliteit van eiseres en zal het ook moeilijker maken om een streep te zetten onder het verleden en zal de kans op terugval vergroten. De gemeente Dongen heeft vanwege een verstrekte uitkering inzicht in de financiële situatie van eiseres en zij hoefde haar financiële situatie dus niet te onderbouwen. 9.1. De burgemeester stelt dat deze omstandigheden niet eerder zijn aangevoerd en dat hij er daarom in de beslissing op bezwaar geen rekening mee kon houden. Bovendien is dit ook ter zitting nog niet door eiseres onderbouwd. De burgemeester heeft ter zitting toegezegd dat de deurwaarder die tot daadwerkelijke invordering overgaat wel zal kijken naar en rekening zal houden met de financiële situatie waarin eiseres zich bevindt. 9.2. In beginsel dient een verbeurde dwangsom te worden ingevorderd. Als hieraan niet vastgehouden wordt, wordt het opleggen van een last onder dwangsom minder effectief als handhavingsinstrument. Dit is anders als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Het is aan degene die zich op die bijzondere omstandigheden beroept om ze aannemelijk te maken. De rechtbank constateert dat, behalve een verklaring van de GGZ, eiseres haar volgens haar moeilijke financiële positie niet heeft onderbouwd. De burgemeester mag hierbij niet zonder meer uitgaan van de gegevens waarover het college beschikt in het kader van het verstrekken van een uitkering. Gegevens die voor het ene doel zijn verzameld mogen immers niet zonder meer voor een ander doel gebruikt worden. Bovendien is onduidelijk in hoeverre deze gegevens compleet en actueel zijn. 9.3. Omdat eiseres haar financiële situatie niet heeft onderbouwd, kon de burgemeester hier geen rekening mee houden bij het besluit om de dwangsom in te vorderen. Nu er geen sprake was van bijzondere omstandigheden waar de burgemeester rekening mee kon houden, moest hij tot invordering overgaan. Het aanbod dat eiseres tijdens de zitting deed om haar financiële situatie alsnog te onderbouwen, komt dus veel te laat, alleen al omdat de rechtbank de genomen beslissing op bezwaar beoordeelt en niet de huidige situatie. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep slaagt niet. De burgemeester mag de verbeurde dwangsom invorderen, omdat er geen sprake is van twee gelijktijdige herstelsancties. Eiseres heeft daarnaast de bijzondere omstandigheden waarop zij zich beroept, niet onderbouwd. Er is daarom ook geen aanleiding de burgemeester te veroordelen in vergoeding van de proceskosten of terugbetaling van het griffierecht. 10.1. Bij de daadwerkelijk invordering zal de deurwaarder, zoals namens de burgemeester tijdens de zitting is toegezegd, de financiële situatie van eiseres alsnog betrekken bij de afweging hoe en in hoeverre feitelijk wordt ingevorderd. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 24 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 5.6 Het bestuursorgaan legt geen herstelsanctie op zolang een andere wegens dezelfde overtreding opgelegde herstelsanctie van kracht is. Zie bijvoorbeeld ABRvS, 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3806. ABRvS, 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2523.