Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-21
ECLI:NL:RBZWB:2026:1093
Civiel recht
Rekestprocedure
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1093 text/xml public 2026-02-27T08:57:22 2026-02-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-21 C/02/443764 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1093 text/html public 2026-02-25T09:00:28 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1093 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-01-2026 / C/02/443764 Nadere beschikking (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing. Er bestaan grote zorgen. De kinderrechter verleent de machtiging voor de verzochte duur. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443764 / JE RK 26-34 Datum uitspraak: 21 januari 2026 Nadere beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] , advocaat: mr. D. Boudrad uit Gilze. De kinderrechter merkt als informant aan: [de vader] , wonende te [plaats 2] , hierna te noemen: de vader. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de in deze zaak gegeven beschikking van 8 januari 2026 en alle daarin genoemde stukken. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 januari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: - de moeder met haar advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI. 1.3. Hoewel de vader correct is opgeroepen, is hij niet bij de zitting verschenen. De kinderrechter besluit de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de vader. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van deze rechtbank van 6 november 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 9 november 2025 tot 9 oktober 2026. 2.3. [minderjarige] verbleef tot 8 januari 2026 met de moeder en haar halfbroer [de halfbroer] bij Sterk Huis op de observatieafdeling met 24-uurs begeleiding door [accommodatie 1] . In de in deze zaak gegeven beschikking van 8 januari 2026 verleende de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing met ingang van 8 januari 2026 tot 22 januari 2026 en is het resterende deel van het verzoek aangehouden. Op grond van voormelde machtiging verblijft [minderjarige] op dit moment in een pleeggezin. 3 Het (resterende) verzoek Thans ligt het volgende verzoek nog ter beoordeling voor. 3.1. De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie te verlenen voor de resterende duur van twee weken. 3.2. Tevens verzoekt de GI om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen in een pleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 Het standpunt van de GI 4.1. Ter onderbouwing van het resterende verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [accommodatie 1] heeft geconcludeerd dat het niet langer veilig is als de moeder, [minderjarige] en haar halfbroer ( [de halfbroer] ) daar verblijven. Er zijn geen andere 24/7-settings waar zij terecht kunnen. [minderjarige] kan in het pleeggezin blijven waar zij bij de eerdere uithuisplaatsing ook heeft verbleven. Het contact met dat gezin is onderhouden tijdens de plaatsing bij [accommodatie 1] . Het is helaas niet haalbaar dat [minderjarige] samen met [de halfbroer] worden geplaatst. 4.2. Tussen de moeder en [minderjarige] is begeleide omgang geweest op het kantoor van de GI. Er was gisteren een gesprek gepland met een omgangspartij en de moeder, maar de moeder heeft dat afgezegd. De vader heeft op dit moment geen contact met [minderjarige] . De GI zal onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor begeleide omgang, maar daar is nu nog geen mogelijkheid toe geweest. 5 Het standpunt van belanghebbende 5.1. Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek, maar zij vindt zes maanden erg lang en verzoekt de duur van de machtiging te beperken. De moeder vindt het spijtig dat het verzoek (betreffende [de halfbroer] ) tot plaatsing bij [accommodatie 2] is ingetrokken. De moeder wil alle hulp accepteren zodat [minderjarige] en [de halfbroer] veilig bij haar kunnen opgroeien. De moeder is uitgerekend over zes weken. 6 De (nadere) beoordeling Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing 6.1. Bij de in deze zaak gegeven beschikking van 8 januari 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van twee weken zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. 6.2. Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, zijn de kinderrechter geen nieuwe feiten en/of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot een ander oordeel dan reeds is verwoord in voornoemde beschikking. 6.3. Nu de kinderrechter zal beslissen op het reguliere deel van het verzoek, zal zij het resterende deel van het verzoek om een spoedmachtiging te verlenen, afwijzen. Aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing 6.4. Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 6.5. Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. De zorgen over [minderjarige] zijn groot. Er hebben zich met en rondom [minderjarige] zeer onveilige situaties voorgedaan. Het is goed dat er (aanvullende) hulpverlening is gezocht, maar de zorgen zijn daarmee niet weggenomen. Gebleken is dat [accommodatie 1] niet de juiste plek is en dat een andere plek, waar [minderjarige] samen met de moeder kan verblijven, er op dit moment niet is. [minderjarige] kan terecht bij het pleeggezin waar zij eerder ook heeft verbleven. Dat is voor haar een vertrouwde en veilige plek. 6.6. De kinderrechter zal het verzoek om een aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] toewijzen, nu aan de wettelijke criteria is voldaan. De kinderrechter merkt daarbij nog op dat de rechtbank sinds 1 juli 2025 een lijst hanteert met categorieën voor uithuisplaatsing omwille van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Nu [minderjarige] geplaatst zal worden in een pleeggezin, heeft de GI daarvoor een machtiging nodig voor een plaatsing van [minderjarige] ‘in een voorziening voor pleegzorg’. De kinderrechter wijst de machtiging tot uithuisplaatsing op die wijze toe. 6.7. De door de GI verzochte periode acht de kinderrechter passend. De kinderrechter is van oordeel dat een kortere duur van de uithuisplaatsing, zoals door de moeder verzocht, niet aan de orde kan zijn. Er is sprake van een langdurige instabiele situatie en er is nog onvoldoende zicht op veiligheid en stabiliteit voor [minderjarige] bij de moeder. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] is het des te meer van belang dat hiervan sprake is. 6.8. De kinderrechter overweegt dat in de komende periode aandacht moet worden besteed aan de uitbreiding van de omgang met de moeder en tevens moet worden onderzocht of omgang met de vader mogelijk is, waarbij het tempo van [minderjarige] gevolgd moet worden. Hoe dit wordt vormgegeven is aan de GI. Uitvoerbaar bij voorraad 6.9. De kinderrechter zal de toewijzende beslissing, gelet op de aard van de maatregel, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dit betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er daartegen beroep wordt ingesteld. 6.10. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 7 De beslissing De kinderrechter: 7.1.