Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-12-24
ECLI:NL:RBZWB:2025:9848
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2025:9848 text/xml public 2026-05-20T14:01:01 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-24 11948200 VV EXPL 25-50 (E) Uitspraak Kort geding NL Middelburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9848 text/html public 2026-05-20T14:00:39 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2025:9848 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-12-2025 / 11948200 VV EXPL 25-50 (E) Kort geding, huur woning. Overlast huurder. Vordering ontruiming toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: 11948200 VV EXPL 25-50 Vonnis in kort geding van 24 december 2025 in de zaak van STICHTING ZEEUWLAND , te Zierikzee , eisende partij, hierna te noemen: Zeeuwland, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de mondelinge behandeling van 11 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de pleitnota van Zeeuwland. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurt vanaf 28 februari 2025 van Zeeuwland de woning aan de [adres] . Op de huurovereenkomst zijn vanaf 1 maart 2025 van toepassing de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte van Zeeuwland van 1 maart 2025 (hierna: de algemene voorwaarden). 2.2. Vanaf maart 2025 ontvangt Zeeuwland meldingen van overlast veroorzaakt door [huurder] dan wel van personen die in zijn woning verblijven. Het gaat daarbij om geluidsoverlast door geschreeuw, ruzies en het slaan met deuren. 2.3. Per brief van 8 september 2025 heeft Zeeuwland [huurder] een laatste waarschuwing gegeven en hem gesommeerd de overlast te stoppen en de inwoning van andere personen te staken. 2.4. Op 17 september 2025 heeft de heer [naam] inspecteur bij de gemeente Schouwen-Duiveland een onderzoek gedaan bij de woning van [huurder] . Van dit onderzoek is een controlerapport handhaving opgemaakt. De inspecteur heeft [huurder] gewaarschuwd dat het niet stoppen van het overlastgevende gedrag ertoe kan leiden dat [huurder] zijn woning kwijtraakt. Voorts blijkt uit dit rapport dat de politie op 19 september 2025 in de keuken van de woning een distilleerketel heeft aangetroffen, vermoedelijk om zelf alcohol te distilleren. 2.5. Op 19 september 2025 heeft [huurder] het verzoek aan Zeeuwland gedaan de mogelijkheden tot woningruil of herhuisvesting te onderzoeken vanwege de problemen die hij ervaart met zijn bovenbuurvrouw. Voorts deelt hij mee dat de tijdelijk in zijn huis verblijvende personen zijn vertrokken. 2.6. Op 9 oktober 2025 heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgemaakt. In deze rapportage is een overzicht opgenomen van de overlastmeldingen die bij de politie zijn gedaan in de periode van 18 mei 2025 tot en met 28 september 2025. De politie constateert dat door de gedragingen van [huurder] er sprake is van aanhoudende hinder en overlast. De politie meent dat het aannemelijk is dat de overlastsituatie zonder ingrijpend optreden zal voortduren waarbij bovendien verdere escalatie kan plaatsvinden. 2.7. Naar aanleiding van deze bestuurlijke rapportage heeft de gemeente Schouwen-Duiveland op 28 oktober 2025 een brief aan [huurder] gestuurd waarin hij wordt gewaarschuwd de overlast onmiddellijk te stoppen. Mocht opnieuw sprake zijn van overlast dan kan [huurder] een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang opgelegd krijgen. 3 Het geschil 3.1. Zeeuwland vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres] binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Ook vordert Zeeuwland een bedrag van € 750,55 per maand aan huur dan wel schadevergoeding tot aan het tijdstip van ontruiming. Tot slot vordert Zeeuwland betaling van de kosten van de procedure. 3.2. Zeeuwland legt aan haar vordering ten grondslag dat [huurder] ernstig tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en zich niet als goed huurder gedraagt. 3.3. [huurder] voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak. 4.2. In artikel 9.1 van de huurovereenkomst staat: “U zorgt ervoor dat omwonenden geen last van u hebben U mag geen overlast, schade of hinder veroorzaken. U bent ook verantwoordelijk voor uw huisgenoten, huisdieren, gasten of anderen die voor u naar uw woning zijn gekomen. Ook voorkomt u, dat de inrichting van uw woning voor overlast zorgt. U zorgt bijvoorbeeld dat uw vloer voldoende geluiddempend is. (…)” 4.3. [huurder] veroorzaakt langdurige overlast die ernstig en structureel is. Vanaf het moment dat [huurder] de woning is gaan huren, klaagt de bovenbuurvrouw regelmatig bij Zeeuwland over overlast. Zeeuwland heeft daarbij onweersproken gesteld dat ook andere buurtbewoners klagen bij Zeeuwland over overlast, maar dat zij dit anoniem en niet schriftelijk doen omdat zij bang zijn voor [huurder] . Deze overlast wordt zowel veroorzaakt door [huurder] als personen die in zijn woning verblijven. Daarnaast volgt uit de bestuurlijke rapportage opgemaakt door de politie dat zij met regelmaat naar de woning van [huurder] worden geroepen en dat dan (geluids)overlast wordt geconstateerd. [huurder] erkent dat er sprake is geweest van overlast. Hij voert aan dat deze overlast werd veroorzaakt door personen die tijdelijk in zijn woning verbleven. Omdat deze personen inmiddels zijn vertrokken, is de overlast volgens [huurder] nu voorbij. Dit standpunt van [huurder] wordt door de kantonrechter niet gevolgd. Uit de door Zeeuwland overgelegde stukken blijkt niet dat de overlast de afgelopen periode is verminderd. Dit terwijl volgens [huurder] de personen die overlast veroorzaakten niet meer in de woning aanwezig zijn. Er is dan ook geen vertrouwen dat de overlast zal afnemen dan wel verdwijnen. Dit levert een ernstige tekortkoming op in de nakoming van de verplichtingen van [huurder] als huurder. 4.4. Een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming is een maatregel, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht. Dit gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en de vergaande veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding. De voortdurende overlast van [huurder] en personen die zich in zijn woning bevinden, is ernstig en structureel van aard. Het belang van Zeeuwland om haar andere huurders woongenot en een rustige leefomgeving te verschaffen weegt in dit geval zwaarder dan het woonbelang van [huurder] . Met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Van Zeeuwland kan in dit geval niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarom wijst de kantonrechter de gevorderde ontruiming toe. De ontruimingstermijn zal - zoals gevorderd - worden bepaald op veertien dagen nadat het vonnis is betekend. 4.5. Het gevorderde bedrag van € 750,55 per maand - naar de kantonrechter begrijpt - tot de datum van ontruiming van de woning, wordt niet toegewezen wegens gebrek aan belang. [huurder] moet op grond van de huurovereenkomst de huur blijven betalen tot het moment van ontruiming van de woning. Door Zeeuwland is niet gesteld en ook is niet gebleken dat de huurverplichting niet wordt nagekomen dan wel dat daartoe vrees bestaat. 4.6. [huurder] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zeeuwland worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 959,14 5 De beslissing De kantonrechter 5.1.