Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-12-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:9680
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
8,153 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2025:9680 text/xml public 2026-02-05T16:25:36 2026-01-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-11 C/02/442084 / JE RK 25-2051 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9680 text/html public 2026-02-05T11:09:46 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2025:9680 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-12-2025 / C/02/442084 / JE RK 25-2051 Ondertoezichtstelling RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/442084 / JE RK 25-2051 Datum uitspraak: 11 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , [de vader] , vader van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , stiefvader van [minderjarige 1] , hierna te noemen de (stief)vader, wonende in [plaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen de GI. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder; - een vertegenwoordigster van de Raad; - twee vertegenwoordigsters van de GI. Tevens is ter zitting, met instemming van alle betrokkenen, bijzondere toegang verleend aan de opa moederszijde. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om haar mening tijdens een kind gesprek naar voren te brengen. [minderjarige 1] heeft daarvan geen gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn met elkaar gehuwd. 2.2. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de vader. De biologische vader van [minderjarige 1] is niet betrokken. 2.3. De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . De ouders zijn samen belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . 2.4. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders. 3 Het verzoek De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 Het standpunt van de Raad 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek is door de Raad schriftelijk en mondeling aanvullend - samengevat - aangevoerd dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] samen met de ouders in [plaats] wonen. De vader heeft nog een zoon uit een eerdere relatie, met wie hij geen contact heeft, die bij zijn moeder woont. De ouders hebben een beperkt sociaal netwerk. Er is sprake van een goed contact tussen het gezin en opa moederszijde, door wie het gezin wordt ondersteund. Er is sprake van een complexe gezinsdynamiek, wat blijkt uit meldingen en signalen van huiselijk geweld, verwaarlozing en een tekort aan adequate opvoedvaardigheden bij de ouders, meer specifiek waar het [minderjarige 1] betreft. Dit maakt dat er belangrijke zorgen zijn wegens structurele onveiligheid en instabiliteit binnen het gezin. In de periode maart - september 2025 is sprake geweest van betrokkenheid van hulpverlening in de vorm van MST-CAN behandeling (Viersprong) in het gezin en individuele behandeling voor de vader in de vorm van agressieregulatie training door [hulpverlening 1] . Het behandeltraject van de vader richt zich vooral op reclasseringsverplichtingen en niet op de gezinsproblemen. De moeder voelt zich overweldigd door de combinatie van werk en opvoeding, waardoor zij niet goed kan inspelen op de behoeften van de kinderen. Ook hebben de ouders eerder vervelende ervaringen gehad met ingezette hulpverlening, waaronder het plotseling stoppen van Kanz. De hulpverlening, die aansluit bij hun behoeften en waarbij zij zich begrepen voelen, zoals de WMO-begeleider van [stichting] , krijgt wel meer ingang. Echter biedt deze begeleiding vooral praktische ondersteuning en ligt daar niet de focus op de opvoedvaardigheden en de veiligheid in het gezin. Verder speelt de opa een belangrijke rol door bijvoorbeeld op de kinderen te passen en bij gesprekken aanwezig te zijn en ervaart met name [minderjarige 1] zijn steun als prettig en een rustpunt. Toch kan ook hij niet alle druk opvangen zonder begeleiding. Er is weinig tot geen ondersteuning van andere familieleden vanwege moeizame relaties. 4.2. Bij [minderjarige 1] is sprake van een licht verstandelijke beperking (hierna: LVB). Zij heeft extra behoefte aan voorspelbaarheid, structuur en emotionele ondersteuning, wat essentieel is voor haar ontwikkeling. Ondanks haar zorgzame en behulpzame karakter bieden de huidige omstandigheden haar onvoldoende veiligheid en stabiliteit. [minderjarige 1] heeft aangegeven door haar (stief)vader te zijn geslagen. Benoemd wordt in dat verband dat schoolmedewerkers bij haar blauwe plekken hebben waargenomen. De ouders hebben daarover aangegeven dat die het gevolg zijn van ongelukjes of onhandigheid van [minderjarige 1] . Daardoor blijft de oorzaak daarvan onduidelijk. [minderjarige 1] zelf spreekt over mishandeling vanuit (stief)vader. De betrokken hulpverlening heeft gesignaleerd dat, zodra bij de ouders de spanningen oplopen, dit ook op [minderjarige 1] wordt afgereageerd, wat als erg zorgelijk wordt gezien voor haar verdere ontwikkeling. Op school heeft [minderjarige 1] moeite met leren en met het onder-houden van sociale contacten. Zij loopt achter op haar leeftijdsgenoten en zij raakt gefrustreerd wanneer zij overvraagd wordt. Er zijn daarnaast zorgen duidend op verwaar-lozing. [minderjarige 1] gaat soms zonder ontbijt naar school, zij ruikt regelmatig naar urine en zij wordt belast met taken die voor haar niet passend zijn, zoals zelf haar brood klaarmaken of aangeven wanneer er boodschappen nodig zijn. De ouders geven aan soms onmachtig te zijn en dat zij onvoldoende weten aan te sluiten bij [minderjarige 1] . Wel erkennen zij de problemen die zij ervaren in het kader van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en hebben zij een hulpvraag. Daar staat dan weer tegenover dat hun opstelling naar de hulpverlening wisselend is en dit de voortgang van interventies en hulpverlening belemmert. 4.3. [minderjarige 2] e wordt omschreven als een energiek kind, echter kan hij ook snel boos zijn, wat gedeeltelijk lijkt toe te schrijven aan de stress en onvoorspelbaarheid binnen het gezin. [minderjarige 2] bevindt zich in een cruciale fase waarin hij leert omgaan met emoties en sociale interacties. Zijn nieuwsgierigheid en energie vormen een positieve basis voor zijn ontwikkeling. Wel vraagt dit om een veilige omgeving waarin hij emotioneel kan groeien. Voortdurende spanningen in huis kunnen een negatieve invloed op zijn emotionele ontwikkeling hebben. Zonder een stabiele zorg- en opvoedomgeving is er een risico op gedragsproblemen en emotionele schade. 4.4. [minderjarige 3] heeft recent een zware hartoperatie ondergaan, zij is nog fysiek aan het herstellen. Haar jonge leeftijd en medische geschiedenis maken haar extra kwetsbaar. Ondanks dat er bij haar geen signalen zijn waargenomen duidend op fysieke mishandeling ondervindt zij wel indirect de negatieve gevolgen van de spanningen en conflicten thuis. 4.5. De ouders tonen naar de kinderen liefde en betrokkenheid, maar zij kampen tegelijkertijd met chronische stress, wat hun opvoedvaardigheden en emotionele beschikbaarheid beperkt. Meer specifiek voor de moeder geldt dat zij overbelasting ervaart wegens haar verantwoordelijkheden en ook door de relationele spanningen.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2025:9680 text/xml public 2026-02-05T16:25:36 2026-01-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-11 C/02/442084 / JE RK 25-2051 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9680 text/html public 2026-02-05T11:09:46 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2025:9680 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-12-2025 / C/02/442084 / JE RK 25-2051 Ondertoezichtstelling RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/442084 / JE RK 25-2051 Datum uitspraak: 11 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , [de vader] , vader van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , stiefvader van [minderjarige 1] , hierna te noemen de (stief)vader, wonende in [plaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen de GI. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder; - een vertegenwoordigster van de Raad; - twee vertegenwoordigsters van de GI. Tevens is ter zitting, met instemming van alle betrokkenen, bijzondere toegang verleend aan de opa moederszijde. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om haar mening tijdens een kind gesprek naar voren te brengen. [minderjarige 1] heeft daarvan geen gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn met elkaar gehuwd. 2.2. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de vader. De biologische vader van [minderjarige 1] is niet betrokken. 2.3. De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . De ouders zijn samen belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . 2.4. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders. 3 Het verzoek De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 Het standpunt van de Raad 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek is door de Raad schriftelijk en mondeling aanvullend - samengevat - aangevoerd dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] samen met de ouders in [plaats] wonen. De vader heeft nog een zoon uit een eerdere relatie, met wie hij geen contact heeft, die bij zijn moeder woont. De ouders hebben een beperkt sociaal netwerk. Er is sprake van een goed contact tussen het gezin en opa moederszijde, door wie het gezin wordt ondersteund. Er is sprake van een complexe gezinsdynamiek, wat blijkt uit meldingen en signalen van huiselijk geweld, verwaarlozing en een tekort aan adequate opvoedvaardigheden bij de ouders, meer specifiek waar het [minderjarige 1] betreft. Dit maakt dat er belangrijke zorgen zijn wegens structurele onveiligheid en instabiliteit binnen het gezin. In de periode maart - september 2025 is sprake geweest van betrokkenheid van hulpverlening in de vorm van MST-CAN behandeling (Viersprong) in het gezin en individuele behandeling voor de vader in de vorm van agressieregulatie training door [hulpverlening 1] . Het behandeltraject van de vader richt zich vooral op reclasseringsverplichtingen en niet op de gezinsproblemen. De moeder voelt zich overweldigd door de combinatie van werk en opvoeding, waardoor zij niet goed kan inspelen op de behoeften van de kinderen. Ook hebben de ouders eerder vervelende ervaringen gehad met ingezette hulpverlening, waaronder het plotseling stoppen van Kanz. De hulpverlening, die aansluit bij hun behoeften en waarbij zij zich begrepen voelen, zoals de WMO-begeleider van [stichting] , krijgt wel meer ingang. Echter biedt deze begeleiding vooral praktische ondersteuning en ligt daar niet de focus op de opvoedvaardigheden en de veiligheid in het gezin. Verder speelt de opa een belangrijke rol door bijvoorbeeld op de kinderen te passen en bij gesprekken aanwezig te zijn en ervaart met name [minderjarige 1] zijn steun als prettig en een rustpunt. Toch kan ook hij niet alle druk opvangen zonder begeleiding. Er is weinig tot geen ondersteuning van andere familieleden vanwege moeizame relaties. 4.2. Bij [minderjarige 1] is sprake van een licht verstandelijke beperking (hierna: LVB). Zij heeft extra behoefte aan voorspelbaarheid, structuur en emotionele ondersteuning, wat essentieel is voor haar ontwikkeling. Ondanks haar zorgzame en behulpzame karakter bieden de huidige omstandigheden haar onvoldoende veiligheid en stabiliteit. [minderjarige 1] heeft aangegeven door haar (stief)vader te zijn geslagen. Benoemd wordt in dat verband dat schoolmedewerkers bij haar blauwe plekken hebben waargenomen. De ouders hebben daarover aangegeven dat die het gevolg zijn van ongelukjes of onhandigheid van [minderjarige 1] . Daardoor blijft de oorzaak daarvan onduidelijk. [minderjarige 1] zelf spreekt over mishandeling vanuit (stief)vader. De betrokken hulpverlening heeft gesignaleerd dat, zodra bij de ouders de spanningen oplopen, dit ook op [minderjarige 1] wordt afgereageerd, wat als erg zorgelijk wordt gezien voor haar verdere ontwikkeling. Op school heeft [minderjarige 1] moeite met leren en met het onder-houden van sociale contacten. Zij loopt achter op haar leeftijdsgenoten en zij raakt gefrustreerd wanneer zij overvraagd wordt. Er zijn daarnaast zorgen duidend op verwaar-lozing. [minderjarige 1] gaat soms zonder ontbijt naar school, zij ruikt regelmatig naar urine en zij wordt belast met taken die voor haar niet passend zijn, zoals zelf haar brood klaarmaken of aangeven wanneer er boodschappen nodig zijn. De ouders geven aan soms onmachtig te zijn en dat zij onvoldoende weten aan te sluiten bij [minderjarige 1] . Wel erkennen zij de problemen die zij ervaren in het kader van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en hebben zij een hulpvraag. Daar staat dan weer tegenover dat hun opstelling naar de hulpverlening wisselend is en dit de voortgang van interventies en hulpverlening belemmert. 4.3. [minderjarige 2] e wordt omschreven als een energiek kind, echter kan hij ook snel boos zijn, wat gedeeltelijk lijkt toe te schrijven aan de stress en onvoorspelbaarheid binnen het gezin. [minderjarige 2] bevindt zich in een cruciale fase waarin hij leert omgaan met emoties en sociale interacties. Zijn nieuwsgierigheid en energie vormen een positieve basis voor zijn ontwikkeling. Wel vraagt dit om een veilige omgeving waarin hij emotioneel kan groeien. Voortdurende spanningen in huis kunnen een negatieve invloed op zijn emotionele ontwikkeling hebben. Zonder een stabiele zorg- en opvoedomgeving is er een risico op gedragsproblemen en emotionele schade. 4.4. [minderjarige 3] heeft recent een zware hartoperatie ondergaan, zij is nog fysiek aan het herstellen. Haar jonge leeftijd en medische geschiedenis maken haar extra kwetsbaar. Ondanks dat er bij haar geen signalen zijn waargenomen duidend op fysieke mishandeling ondervindt zij wel indirect de negatieve gevolgen van de spanningen en conflicten thuis. 4.5. De ouders tonen naar de kinderen liefde en betrokkenheid, maar zij kampen tegelijkertijd met chronische stress, wat hun opvoedvaardigheden en emotionele beschikbaarheid beperkt. Meer specifiek voor de moeder geldt dat zij overbelasting ervaart wegens haar verantwoordelijkheden en ook door de relationele spanningen.
Volledig
Beide ouders missen bovendien de vaardigheden om hun kinderen consistent en positief te ondersteunen. Ook laten de ouders zien moeite te hebben met het aanvaarden van de beoogde hulpverlening door daaraan voorwaarden te verbinden of daartegen weerstand te tonen. Dit leidt ertoe dat interventies worden vertraagd of dat hulpverlening niet wordt ingezet. 4.6. Om ervoor te zorgen dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zich gezond kunnen ontwikkelen en zij een veilige en voorspelbare zorg- en opvoedomgeving kennen acht de Raad het noodzakelijk dat zij worden beschermd tegen geweld en verwaarlozing en dat zij emotionele veiligheid krijgen geboden. Omdat de huidige gezinssituatie daaraan onvoldoende voldoet acht de Raad, ter verbetering daarvan, intensieve begeleiding in het gezin nodig. Ook dienen er maatregelen te worden genomen om de veiligheid van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te waarborgen. Het is van belang dat bij de hulpverlening de focus ligt op het versterken van de opvoedvaardigheden van de ouders, het werken aan emotie-regulatie bij de vader en het opbouwen van een constructieve samenwerking. Dit kan door middel van intensieve begeleiding zoals MST-CAN, die de ouders ondersteunt bij het doorbreken van bestaande (gewelddadige) patronen en hen leert hoe zij op een positieve en veilige manier kunnen opvoeden. Dit naast de agressieregulatie training en behandeling van [hulpverlening 1] voor de vader. De intensieve gezinsbegeleiding dient continu beschikbaar te zijn en zich te richten op: het herstellen van veiligheid in het gezin; het verbeteren van de opvoedvaardigheden van de ouders; het verminderen van stress en onrust binnen het gezin. 4.7. Meer specifiek voor [minderjarige 1] acht de Raad van belang dat zij onderwijs krijgt dat goed bij haar niveau past. Op [school] krijgt zij extra begeleiding, kleine klassen en leerstof die aansluit op haar tempo. Dit geeft haar meer zelfvertrouwen en zorgt ervoor dat zij zich op een positieve manier kan ontwikkelen. Daarnaast wordt gedacht aan trauma-gerichte therapie, zodat [minderjarige 1] nare ervaringen zal kunnen verwerken en zij zich emotioneel beter kan ontwikkelen. Ook kan, omdat de zorg en opvoeding van [minderjarige 1] veel van de ouders vraagt, tijdelijke opvang via bijvoorbeeld een logeerboerderij voor zowel [minderjarige 1] als het gezin rust geven en daarnaast zorgen voor een veilige en leuke omgeving voor [minderjarige 1] met positieve aandacht en ruimte voor de ouders om op adem te komen. Voor [minderjarige 2] kan binnen MST-CAN met systemische ondersteuning de ouders worden geleerd hoe zij positief gedrag kunnen stimuleren en duidelijke grenzen kunnen stellen. Dit zorgt voor een rustige, voorspelbare opvoeding waarin [minderjarige 2] zich beter kan ontwikkelen. [minderjarige 3] heeft een hartafwijking en is daardoor extra kwetsbaar. Gezinsstress en conflicten kunnen haar gezondheid negatief beïnvloeden. Het is daarom belangrijk dat zij een stabiele en rustige omgeving heeft, waarin er geen sprake is van conflicten. Ook moet er goede afstemming zijn met medische professionals om haar gezondheid goed te monitoren en te beschermen. 4.8. Gezien de duur van de MST-CAN behandeling, te weten 6 tot 9 maanden en het belang dat de Raad eraan hecht dat die hulpverlening door de GI gemonitord wordt en er daar waar nodig aanvullende hulpverlening wordt ingezet acht de Raad een ondertoezicht-stelling voor een periode van één jaar passend. Hoewel de Raad zich kan voorstellen dat ook de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering als een passende gecertificeerde instelling geldt om te worden belast met de uitvoering van de ondertoezicht-stelling, in het geval dat die wordt uitgesproken, ziet de Raad op grond van de gegeven omstandigheden vooralsnog geen aanleiding om haar verzoek in die zin te wijzigen. 5 Het standpunt van de ouders 5.1. De ouders hebben naar voren gebracht dat zij zelf contact hebben gezocht met hulpverlenende instanties, bedoeld om handvatten aangereikt te krijgen. Er zijn vervolgens meerdere hulpverleningstrajecten ingezet, waarvan sommige in hun ervaring ofwel niet aansloten, ofwel voortijdig werden beëindigd wegens onder meer capaciteitsproblemen. Ook werd er met verzoeken van hun kant niet altijd iets gedaan, zoals met hun verzoek om te zorgen voor een zorgboerderij voor [minderjarige 1] . Zij bewaren de beste herinneringen aan de inzet van de hulp en ondersteuning door KANZ. Graag zouden zij zien dat deze hulpverlenende instantie terugkeert in hun gezin. Meer specifiek voor [minderjarige 1] zou door [hulpverlening 2] of Amarant een ondersteunende rol kunnen worden vervuld. Daarnaast kan het individuele behandeltraject van de vader bij [hulpverlening 1] blijven doorlopen. Zij verzetten zich niet tegen een ondertoezichtstelling, waarbij zij er wel van uit gaan dat, indien die mocht worden uitgesproken, de Jeugdbescherming Brabant met de uitvoering daarvan wordt belast, nu zij een minder goede indruk hebben van de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling. Ook verwachten zij van de met de uitvoering van de ondertoezichtstelling te belasten gecertificeerde instelling en de betrokken hulpverlenende instanties een coöperatieve en constructieve opstelling, alsook duidelijkheid over wat er van hen als ouders wordt verwacht. 5.2. De opa moederszijde sluit zich aan bij het standpunt van de ouders. Daarop licht hij toe dat hij, vergeleken met de eerder betrokken hulpverlenende instanties, bij MST-CAN vooral flexibiliteit bij de in het gezin in te zetten hulp en ondersteuning heeft gemist. Er is in zijn visie veel kostbare tijd verloren, doordat niet er altijd op adequate wijze hulp is verleend. Daardoor is het vertrouwen bij de ouders in de hulpverlening fors afgenomen. Evenals de ouders is hij van opvatting dat de hulpverlening meer oplossingsgericht met de ouders dient te gaan samenwerken. 6 Het standpunt van de GI Namens de GI is opgemerkt dat zij zich kan vinden in het verzoek tot ondertoezichtstelling, welke beschermingsmaatregel zij in het belang van de kinderen op dit moment noodzakelijk acht om eraan te kunnen gaan werken dat de kinderen zich in het gezin van hen en de ouders veilig en verantwoord verder kunnen ontwikkelen. De GI verklaart zich tevens bereid om de uitvoering van de ondertoezichtstelling op zich te nemen, ofschoon in haar visie de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering haar meer passend lijkt om met de ouders aan de doelen van de beschermingsmaatregel te werken. De GI begrijpt de opmerking van de ouders over hun verwachtingen ten aanzien van de toekomstige hulpverlening, waarbij zij wenst aan te tekenen dat ook van de ouders omgekeerd een coöperatieve opstelling en transparantie wordt verwacht, nu dit voor het behalen van de doelstellingen essentieel is. Ten slotte is er door haar op gewezen dat de zaak weliswaar met voorrang zal worden behandeld, maar dat dit niet betekent dat er per direct een jeugdbeschermer aangesteld zal kunnen worden. 7 De beoordeling 7.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 7.2. De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt ernstig bedreigd, omdat zij opgroeien in een situatie, waarin sprake is van een complexe gezinsdynamiek. Gebleken is van zorgen over de veiligheid van de kinderen in het gezin naar aanleiding van meldingen en signalen duidend op huiselijk geweld en verwaarlozing en daarnaast onvoldoende mogelijkheden bij de ouders om in pedagogisch en opvoedkundig opzicht bij de ont-wikkeling en het niveau van de kinderen, meer specifiek [minderjarige 1] aan te (kunnen) sluiten. De ouders hebben zelf op meerdere vlakken hulpverlening gezocht en geaccepteerd, die ofwel ondanks tevredenheid daarover bij de ouders voortijdig om uiteenlopende redenen is geëindigd, ofwel is afgebroken omdat deze niet het gewenste effect had. Ook is gebleken dat er op enkele hulpvragen van de ouders door de hulpverlening geen actie is ondernomen.
Volledig
Beide ouders missen bovendien de vaardigheden om hun kinderen consistent en positief te ondersteunen. Ook laten de ouders zien moeite te hebben met het aanvaarden van de beoogde hulpverlening door daaraan voorwaarden te verbinden of daartegen weerstand te tonen. Dit leidt ertoe dat interventies worden vertraagd of dat hulpverlening niet wordt ingezet. 4.6. Om ervoor te zorgen dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zich gezond kunnen ontwikkelen en zij een veilige en voorspelbare zorg- en opvoedomgeving kennen acht de Raad het noodzakelijk dat zij worden beschermd tegen geweld en verwaarlozing en dat zij emotionele veiligheid krijgen geboden. Omdat de huidige gezinssituatie daaraan onvoldoende voldoet acht de Raad, ter verbetering daarvan, intensieve begeleiding in het gezin nodig. Ook dienen er maatregelen te worden genomen om de veiligheid van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te waarborgen. Het is van belang dat bij de hulpverlening de focus ligt op het versterken van de opvoedvaardigheden van de ouders, het werken aan emotie-regulatie bij de vader en het opbouwen van een constructieve samenwerking. Dit kan door middel van intensieve begeleiding zoals MST-CAN, die de ouders ondersteunt bij het doorbreken van bestaande (gewelddadige) patronen en hen leert hoe zij op een positieve en veilige manier kunnen opvoeden. Dit naast de agressieregulatie training en behandeling van [hulpverlening 1] voor de vader. De intensieve gezinsbegeleiding dient continu beschikbaar te zijn en zich te richten op: het herstellen van veiligheid in het gezin; het verbeteren van de opvoedvaardigheden van de ouders; het verminderen van stress en onrust binnen het gezin. 4.7. Meer specifiek voor [minderjarige 1] acht de Raad van belang dat zij onderwijs krijgt dat goed bij haar niveau past. Op [school] krijgt zij extra begeleiding, kleine klassen en leerstof die aansluit op haar tempo. Dit geeft haar meer zelfvertrouwen en zorgt ervoor dat zij zich op een positieve manier kan ontwikkelen. Daarnaast wordt gedacht aan trauma-gerichte therapie, zodat [minderjarige 1] nare ervaringen zal kunnen verwerken en zij zich emotioneel beter kan ontwikkelen. Ook kan, omdat de zorg en opvoeding van [minderjarige 1] veel van de ouders vraagt, tijdelijke opvang via bijvoorbeeld een logeerboerderij voor zowel [minderjarige 1] als het gezin rust geven en daarnaast zorgen voor een veilige en leuke omgeving voor [minderjarige 1] met positieve aandacht en ruimte voor de ouders om op adem te komen. Voor [minderjarige 2] kan binnen MST-CAN met systemische ondersteuning de ouders worden geleerd hoe zij positief gedrag kunnen stimuleren en duidelijke grenzen kunnen stellen. Dit zorgt voor een rustige, voorspelbare opvoeding waarin [minderjarige 2] zich beter kan ontwikkelen. [minderjarige 3] heeft een hartafwijking en is daardoor extra kwetsbaar. Gezinsstress en conflicten kunnen haar gezondheid negatief beïnvloeden. Het is daarom belangrijk dat zij een stabiele en rustige omgeving heeft, waarin er geen sprake is van conflicten. Ook moet er goede afstemming zijn met medische professionals om haar gezondheid goed te monitoren en te beschermen. 4.8. Gezien de duur van de MST-CAN behandeling, te weten 6 tot 9 maanden en het belang dat de Raad eraan hecht dat die hulpverlening door de GI gemonitord wordt en er daar waar nodig aanvullende hulpverlening wordt ingezet acht de Raad een ondertoezicht-stelling voor een periode van één jaar passend. Hoewel de Raad zich kan voorstellen dat ook de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering als een passende gecertificeerde instelling geldt om te worden belast met de uitvoering van de ondertoezicht-stelling, in het geval dat die wordt uitgesproken, ziet de Raad op grond van de gegeven omstandigheden vooralsnog geen aanleiding om haar verzoek in die zin te wijzigen. 5 Het standpunt van de ouders 5.1. De ouders hebben naar voren gebracht dat zij zelf contact hebben gezocht met hulpverlenende instanties, bedoeld om handvatten aangereikt te krijgen. Er zijn vervolgens meerdere hulpverleningstrajecten ingezet, waarvan sommige in hun ervaring ofwel niet aansloten, ofwel voortijdig werden beëindigd wegens onder meer capaciteitsproblemen. Ook werd er met verzoeken van hun kant niet altijd iets gedaan, zoals met hun verzoek om te zorgen voor een zorgboerderij voor [minderjarige 1] . Zij bewaren de beste herinneringen aan de inzet van de hulp en ondersteuning door KANZ. Graag zouden zij zien dat deze hulpverlenende instantie terugkeert in hun gezin. Meer specifiek voor [minderjarige 1] zou door [hulpverlening 2] of Amarant een ondersteunende rol kunnen worden vervuld. Daarnaast kan het individuele behandeltraject van de vader bij [hulpverlening 1] blijven doorlopen. Zij verzetten zich niet tegen een ondertoezichtstelling, waarbij zij er wel van uit gaan dat, indien die mocht worden uitgesproken, de Jeugdbescherming Brabant met de uitvoering daarvan wordt belast, nu zij een minder goede indruk hebben van de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling. Ook verwachten zij van de met de uitvoering van de ondertoezichtstelling te belasten gecertificeerde instelling en de betrokken hulpverlenende instanties een coöperatieve en constructieve opstelling, alsook duidelijkheid over wat er van hen als ouders wordt verwacht. 5.2. De opa moederszijde sluit zich aan bij het standpunt van de ouders. Daarop licht hij toe dat hij, vergeleken met de eerder betrokken hulpverlenende instanties, bij MST-CAN vooral flexibiliteit bij de in het gezin in te zetten hulp en ondersteuning heeft gemist. Er is in zijn visie veel kostbare tijd verloren, doordat niet er altijd op adequate wijze hulp is verleend. Daardoor is het vertrouwen bij de ouders in de hulpverlening fors afgenomen. Evenals de ouders is hij van opvatting dat de hulpverlening meer oplossingsgericht met de ouders dient te gaan samenwerken. 6 Het standpunt van de GI Namens de GI is opgemerkt dat zij zich kan vinden in het verzoek tot ondertoezichtstelling, welke beschermingsmaatregel zij in het belang van de kinderen op dit moment noodzakelijk acht om eraan te kunnen gaan werken dat de kinderen zich in het gezin van hen en de ouders veilig en verantwoord verder kunnen ontwikkelen. De GI verklaart zich tevens bereid om de uitvoering van de ondertoezichtstelling op zich te nemen, ofschoon in haar visie de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering haar meer passend lijkt om met de ouders aan de doelen van de beschermingsmaatregel te werken. De GI begrijpt de opmerking van de ouders over hun verwachtingen ten aanzien van de toekomstige hulpverlening, waarbij zij wenst aan te tekenen dat ook van de ouders omgekeerd een coöperatieve opstelling en transparantie wordt verwacht, nu dit voor het behalen van de doelstellingen essentieel is. Ten slotte is er door haar op gewezen dat de zaak weliswaar met voorrang zal worden behandeld, maar dat dit niet betekent dat er per direct een jeugdbeschermer aangesteld zal kunnen worden. 7 De beoordeling 7.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 7.2. De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt ernstig bedreigd, omdat zij opgroeien in een situatie, waarin sprake is van een complexe gezinsdynamiek. Gebleken is van zorgen over de veiligheid van de kinderen in het gezin naar aanleiding van meldingen en signalen duidend op huiselijk geweld en verwaarlozing en daarnaast onvoldoende mogelijkheden bij de ouders om in pedagogisch en opvoedkundig opzicht bij de ont-wikkeling en het niveau van de kinderen, meer specifiek [minderjarige 1] aan te (kunnen) sluiten. De ouders hebben zelf op meerdere vlakken hulpverlening gezocht en geaccepteerd, die ofwel ondanks tevredenheid daarover bij de ouders voortijdig om uiteenlopende redenen is geëindigd, ofwel is afgebroken omdat deze niet het gewenste effect had. Ook is gebleken dat er op enkele hulpvragen van de ouders door de hulpverlening geen actie is ondernomen.