Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-11-26
ECLI:NL:RBZWB:2025:8578
vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Middelburg zaaknummer/rolnummer: C/02/425960 / HA ZA 24-478 Vonnis van 26 november 2025 in de hoofdzaak (bij vervroeging) [eiseres] B.V. , gevestigd in [plaats 1] , eiseres, verder te noemen: “ [eiseres] ”, advocaat: mr. M.H.J. Langerak te Amsterdam, tegen [gedaagde] B.V., gevestigd in [plaats 2] , gedaagde, verder te noemen: “ [gedaagde] ”, advocaat: mr. W.H. Lindhout te Bergen op Zoom. 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: de tussenvonnissen van 29 januari 2025 en 16 april 2025 en de daarin genoemde stukken; de akte overlegging producties van 31 oktober 2025 van [eiseres] ; de aantekeningen van de griffier van de zitting van 31 oktober 2025 waaraan de spreekaantekeningen van de advocaten van partijen zijn gehecht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. Dit vonnis wordt vervroegd uitgesproken. 2 De feiten 2.1. [eiseres] houdt zich bezig met projectontwikkeling en exploitatie van onroerend goed. [gedaagde] is een bouwonderneming die zich (onder meer) toelegt op de productie, levering en plaatsing van houten casco’s, prefab daksystemen, houten kozijnen en prefab houtskeletbouw (“HSB”) elementen. 2.2. [eiseres] heeft in [plaats 3] een nieuwbouwproject gerealiseerd van een appartementengebouw met daarin 29 studio’s. Ten behoeve van dit project heeft [eiseres] met diverse partijen aannemingsovereenkomsten gesloten. Directievoering geschiedt door [eiseres] en namens deze door SBM Bouw- en vastgoedmanagers (“SBM”) die hiervoor de heer [naam 1] (“ [naam 1] ”) ter beschikking stelt. Coördinatie geschiedt door [bedrijf 1] B.V. (“ [bedrijf 1] ”) die in opdracht van [eiseres] de bouwkundig aannemer van het project is. 2.3. Op 23 juni 2021 bericht [naam 1] aan [naam 2] , bestuurder van [gedaagde] , (“ [naam 2] ”) het volgende: “(…) De gefaseerde montage moet uiteraard zoveel mogelijk gecombineerd worden in de praktijk zodat het voor de ploegen te doen is. De levering en plaatsen van de kozijnen zal dan in week 42 en 43 plaats moeten vinden. Dat is heel belangrijk. Kunnen die dan ook goed door jullie gemonteerd worden? (…)” 2.4. Op 28 juni 2021 sluiten de heer [naam 3] (“ [naam 3] ”) namens [eiseres] en [naam 2] namens [gedaagde] een schriftelijke aannemingsovereenkomst (“de Overeenkomst”) (productie 3, dagvaarding). In de Overeenkomst is de volgende overweging opgenomen: “(…) f. Aannemer het belang onderkent van: (i) tijdige uitvoering en oplevering van het Werk; (ii) het uitblijven van meerkosten voor Opdrachtgever ; (iii) goede samenwerking tussen/met alle bij het Project betrokken partijen en coördinatie van ieders werkzaamheden gelet op de complexiteit en de specifieke eisen aan het Project; en (iv) het uitblijven van hinder voor schade (aan persoon en goed) van omwonenden door uitvoering van het Project; (…)” 2.5. Het door [gedaagde] uit te voeren werk (“het Werk”) is in onderdeel A van de Overeenkomst opgenomen. Kort en goed komt het neer op de fabricage, levering en montage van prefab houten gevels, dakranden en onderdelen alsook de buitenkozijnen. De totale aanneemsom bedraagt € 694.540,00 inclusief BTW. In onderdeel A van de Overeenkomst is het volgende vermeld: “(…) De gevelelementen worden waterdicht gemonteerd; dat betekent dat aan de buitenzijde alles overlappend is en voorzien van de juiste waterkeringen en slabben. Het dichtzetten van de kozijn sparingen met folie dient op zo’n wijze te gebeuren dat het bestand is tegen normale windstoten. Coördinatie van de werkzaamheden tijdens de casco bouw wordt door de bouwkundige aannemer gedaan. Dit vraagt volledige medewerking, een proactieve houding en uitvoerige afstemming vanuit [gedaagde] BV met de bouwkundige aannemer. Op alle onderdelen van werkvoorbereiding, tekenwerk, maatvoering en planning. Maatvoering van alle elementen en kozijnen is verantwoording van [gedaagde] BV, waarbij de bouwkundige aannemer verantwoordelijk is voor het correct plaatsen van het betonnen / stenen (…)” Onderdeel In de laatstgemelde mail van 27 oktober 2021 valt het volgende te lezen: “(…) nu geef je aan dat het 8 november wordt. Dat is niet akkoord!! De montage van het platte dak op studio 29 eind week 46 is helemaal niet bespreekbaar, het hout had je al 2 maand geleden kunnen bestellen. De plaatsing stond ook voor 1 november gepland. Dit is niet akkoord. Deze uitloopt van 3 weken heeft direct gevolgen voor de hele afbouwplanning; wees er op bedacht dat we deze eventuele gevolgen op [gedaagde] gaan verhalen. De planning van het plaatsen van de kozijnen is wel een belangrijke. In week 44 t/m 46 moeten alle kozijnen (zonder batimet) met glas, deuren en afgelakt geplaatst zijn. Wil jij morgen aan mij terugkoppelen wanneer jullie dat exact gaan doen. (uitloop daarvan is niet bespreekbaar !) Daar naast heb ik enkele weken geleden gevraagd om de openingen ij de HSB allemaal dicht te zetten met de sterke folie. Dat is nog steeds niet uitgevoerd. Ik zou graag zien dat dit uiterlijk maandag helemaal wordt afgerond en alles 100% dicht is gezet, (…) Kortom Het loopt niet goed met de planning van [gedaagde] delen. Daar zal onmiddellijk actie op ondernomen moeten worden om het te corrigeren, dat kan nog. Uitloop is niet acceptabel en zal consequenties hebben voor iedereen. (…)” 2.14. Bij e-mail van 1 november 2021 bericht [gedaagde] [naam 1] / [naam 3] als volgt: “(…) Op dit moment lopen we helaas tegen manco in leveringen aan en zijn we exact in beeld aan het brengen wanneer we welke kozijnen kunnen leveren. (…)” 2.15. Bij e-mail van 1 november 2021 reageert [naam 1] als volgt: “(…) Alle kozijnen moeten er over 3 weken in zitten zoals afgesproken, incl. glas en deuren. Is dat niet het geval, dan zal de hele afbouw voor ons opschuiven. Faseren gaat niet. Uitstel is voor ons onbespreekbaar. Dat heeft zo’n grote impact dat je er van op aan kunt dat [naam 3] een grote claim aan kosten op [gedaagde] zal gaan verhalen omdat de bouw stagneert door de te late plaatsing en de oplevering opschuift en onzeker wordt. (…)” Ook wijst [naam 1] [gedaagde] er in die e-mail op dat de kozijn tekeningen niet eerder dan 27 oktober 2021 ter beschikking zijn gesteld en geeft hij aan dat deze nog niet helemaal goed zijn. 2.16. In het verslag van de bouwvergadering van 3 november 2022 wordt vermeld: “(…) Planning (…) Afbouwplanning wordt uitgebreid besproken. Door de te late levering van HSB elementen van [gedaagde] en de kozijnen ontstaat er een forse achterstand. [naam 3] heeft aan [gedaagde] aangegeven dat hij hen daarvoor verantwoordelijk houdt. (…) Planning. In gezamenlijk overleg worden diverse afspraken gemaakt. [naam 2] beloofd dat in wk 49 de kozijnen incl. glas gemonteerd gaan worden, dat moet lukken zegt hij. Daar rekenen we dan op. [naam 1] zal de hele planning morgen aanpassen en kijken hoe we uit komen. (…) Kozijnen (…) Van die kozijnen moeten de openingen met Folie worden dicht gezet om water buiten te houden. (…)” 2.17. Bij e-mail van 12 november 2021 bericht [naam 1] aan [naam 2] als volgt: “(…) Dit is niet akkoord. Je beloofd al 2 weken de gevelopeningen dicht te zetten met folie, dat wordt nu weer uitgesteld. Je zorgt maar dat het deze week dicht wordt gezet. Het gebouw is daardoor veel natter geworden en kan niet drogen. Het monteren van de dakranden zou begin deze week al klaar zijn. Toen werd het donderdag en ik heb je heel duidelijk met je afgesproken dat het vandaag, vrijdag, verder klaar gemaakt met worden. Dat wordt dus nu weer niet uitgevoerd. De dakranden moeten ook deze week worden klaar gemaakt. Morgen aan de gang dus! Maandag staat [naam 4] daar met de dakdekker en dan moet ze de dakranden dus klaar zijn en het hele dak opgeruimd! (…) Nogmaals wil ik opmerken dat wij alle gevolgschade en extra kosten door de vertragingen van [gedaagde] door het herhaaldelijk niet nakomen van je afspraken geheel op [gedaagde] zullen worden verhaald. Kortom [naam 2] , actie dus ! (…)” 2.18. Bij e-mail van 24 november 2021 bericht [naam 1] na inspectie op de b In een voorinspectierapport van 13 januari 2022 van Afbouw Gevelsupport is te lezen dat de waterslagen (voorgevel) niet juist en/of gebrekkig -niet conform detailtekeningen- zijn gemonteerd en dat [gedaagde] in dit verband nog werkzaamheden dient uit te voeren (vergelijk punten 40, 41, 77 – 81 en 82 – 87 van dit rapport). Bij e-mail bericht van 27 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] welke werkzaamheden – 15 punten – nog moeten worden uitgevoerd en sluit af met de woorden: “(…) Aan [gedaagde] de taak dit nu eens grondig aan te pakken en zonder loze beloftes te maken . (…)” 2.28. Bij e-mail van 25 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] het volgende: “(…) Dit is een kozijndetail. Daar kun je niet op zien waar het kopschot zit. De lekdorpels en zetstukken zijn apart als werktekening gestuurd, alleen deze lekdorpel niet. Dat is voor ook niet zichtbaar geweest. Had je dit wel gestuurd, dan zouden we het nooit goedkeuren. Er is hier geen detail van overlegd waardoor we er nu in de praktijk tegenaan lopen. Het is afgekeurd door [naam 3] , mij, [naam 5] en STO keurt het ook af. Daar is geen discussie over mogelijk, het zal vervangen moeten worden. (…)” 2.29. Op 27 januari 2022 bericht [naam 1] per e-mail aan [naam 2] het volgende: “(…) Gisteren heb ik je telefonisch gesproken over het feit dat jullie geen mensen op de bouw hadden woensdag 26 jan. Dit in tegenstelling tot de afspraken die vorige week in de bouwvergadering zijn gemaakt met jou. In dit gesprek heb je me beloofd dat vandaag zeker 3 man van [gedaagde] de hele dag aanwezig zou zijn om de werkzaamheden aan de voorgevel uit te voeren. Daar kon ik van op aan beloofde je mij. Vanmorgen, niemand. (…) Jij wist het ook niet. (…) Samen met [naam 5] hebben we een opsomming gemaakt van de zake die [gedaagde] nog op moet lossen: (…) Luchtdicht afkitten kozijnen HSB luchtdicht afpurren of kitten (…) Waterslagen vervangen voorgevel (…) Klangen onder waterslagen binnenplaats en achtergevel nog aanbrengen (eis STO) Plaatsen kozijnen met glas en Batimetprofielen en waterdicht en luchtdicht afwerken daarvan (…)” 2.30. Bij e-mail van 31 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] het volgende: “(…) Ik krijg net een bericht van [naam 5] dat jouw mensen bezig zijn de lekdorpels van de voorgevel te monteren en zeggen daarbij dat dit overlegd is met mij. Zoals je weet heb ik de lekdorpels afgekeurd en dat heel duidelijk aan je doorgegeven. Er is niets overlegd en ik keur niets goed. Ze zijn afgekeurd en moeten dus vervangen worden door nieuwe die wel aan de juiste details en afmetingen voldoen. Die details moet [gedaagde] eerst goed overleggen voor het geleverd gaat worden. (…)” 2.31. Mr. Van Duivenboden, advocaat van [eiseres] , sommeert namens [eiseres] [gedaagde] bij brief van 1 februari 2022 om binnen drie dagen de waterslagen aan de voorgevel die niet conform eisen van goed en deugdelijk werk zijn aangebracht te vervangen door waterslagen die wel water tegenhouden zonder kitwerk: “(…) Derhalve stel ik u in gebreke en verzoek en voor zover nodig sommeer ik u om mij binnen 3 dagen schriftelijk te bevestigen dat u de waterslagen en in de voorgevel zult vervangen, vergezeld van planning waarbinnen dat zal gebeuren, en tevens een aanvang te maken met de uitvoering. (…)” 2.32. In een KIWA audit-rapport naar aanleiding van een bezoek op 15 februari 2022 worden de navolgende aan- en opmerkingen over het Werk gemaakt: -speling tussen kopschot en de waterslag op enkele plaatsen niet nauwelijks aanwezig; -kopschot niet voorzien van een achterliggend rubber; -nog onbehandeld hout in de gevels aanwezig; -nog PUR resten in de gevels aanwezig; -er worden geen platen uit 1 stuk toegepast; -de ruimte tussen de gevel en steiger is op enkele plaatsen te klein. 2.33. Namens [eiseres] bericht mr. Van Duivenboden op 17 februari 2022 het volgende aan [gedaagde] : “(…) Cliënte is bereid om u een allerlaatste kans te geven, en stelt u eenmalig in de gelegenheid om voor a.s. maandag 2 primair : voor recht verklaart dat [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst van 28 juni 2021 en dat de Overeenkomst tussen partijen bij brief van 22 februari 2022 is ontbonden; subsidiair : de Overeenkomst tussen partijen ontbindt; voor recht verklaart dat [gedaagde] jegens [eiseres] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] lijdt ten gevolge van de in de dagvaarding beschreven tekortkomingen van [gedaagde] alsmede schade ten gevolge van de ontbinding van de Overeenkomst; [gedaagde] veroordeelt tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat; en [gedaagde] in de proceskosten veroordeeld. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [eiseres] betoogt dat [gedaagde] in strijd met de Overeenkomst telkenmale te laat heeft gepresteerd en dat door [gedaagde] geleverde prestaties gebrekkig zijn. Hierdoor heeft [eiseres] schade geleden en lijdt [eiseres] schade als gevolg van vertragingen in de uitvoering van het Werk door [gedaagde] en de buitengerechtelijke ontbinding alsmede schade als gevolg van het tekortschieten in de nakoming van de Overeenkomst. De omvang van deze schade dient in een schadestaatprocedure te worden begroot. 3.3. [gedaagde] weerspreekt de vordering. [gedaagde] meent dat [eiseres] en [gedaagde] een finale regeling met elkander hebben bereikt. Deze regeling vindt haar grondslag in gevoerde correspondentie en in overleggen van partijen. Hieraan voegt [gedaagde] toe dat zij nog alu-kozijnen heeft geleverd, een eindafrekening heeft verstrekt en dat zij een garantieverklaring aan [eiseres] heeft gegeven. Naar aanleiding hiervan heeft [gedaagde] ook daadwerkelijk herstelwerk onder de garantieverklaring verricht. [gedaagde] beroept zich op artikel 3:303 BW. Ook voert [gedaagde] aan dat (i) van een tekortkoming geen sprake is (ii) zeker geen tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt en (iii) van verzuim geen sprake is. [gedaagde] wijst hiervoor op het hoofdstuk 3 “feiten” van haar conclusie van antwoord. Bovendien verkeert [eiseres] in schuldeisersverzuim: [gedaagde] wijst wederom op hoofdstuk 3 “feiten” van de conclusie van antwoord. Ten aanzien van de onderdelen ad ii en ad iii van de vordering verweert [gedaagde] zich ook met de stelling dat aannemelijk moet zijn dat schade is geleden en dat een causaal verband tussen de tekortkoming en de schade moet bestaan. Voor de vertragingsschade geldt bovendien Hof Arnhem-Leeuwarden 3 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2023:8295. Aan de in dit arrest geformuleerde vereisten voor de voldoening van vetragingsschade is niet voldaan, zodat niet alleen niet aannemelijk is dat [eiseres] vertragingsschade heeft geleden maar ook dat deze schade niet in een oorzakelijk verband staat tot de tekortkoming door [gedaagde] . Ook de omvang van de schade weerspreekt [gedaagde] : zij wijst erop dat deze schade niet blijkt uit de producties van [bedrijf 2] , [bedrijf 3] of [bedrijf 1] . [gedaagde] dringt erop aan om de schade in deze procedure te begroten. 3.4. Op stellingen van partijen zal de rechtbank hierna, waar nodig, ingaan. 4 De beoordeling inleiding 4.1. De rechtbank stelt voorop dat overeenkomsten moeten worden nagekomen en in dit geval dus de Overeenkomst in overeenstemming met het bestek, tekeningen en de (tweede) nota van wijzigingen. In de te beoordelen zaak dient een bouwwerk door nevenaanneming tot stand te worden gebracht. In een dergelijk geval is van het grootste belang dat coördinatie van de verscheidene (onder-)aannemers optimaal is en dat deze aannemers zich strikt aan de overeengekomen en vastgestelde planning houden. In de Overeenkomst is deze verbintenis voor [gedaagde] ook nadrukkelijk verwoord. Indien [gedaagde] onderaannemers voor het aangenomen werk contracteert, dient [gedaagde] er voor in te staan dat haar onderaannemers zich strikt aan de planning houden en dient [gedaagde] in zoverre de coördinatie van deze onderaannemers zelf ter hand te nemen. Afspraken over planning van het Werk die tijdens bouwvergadering Ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] nagelaten hieraan een nadere onderbouwing te geven. Deze stelling passeert de rechtbank dan ook. 4.6. In verband met de stelling dat een finale regeling tot stand is gekomen, beroept [gedaagde] zich ook op de garantie die zij aan [eiseres] heeft verstrekt en de door [gedaagde] hieraan gegeven uitvoering. 4.7. Ook dit beroep passeert de rechtbank. Deze garantie en de hieraan gegeven uitvoering hangt samen met en vindt zijn grondslag in de in juni 2022 (derhalve na de uitgebrachte ontbindingsverklaring van 22 februari 2022 door [eiseres] ) tot stand gekomen koopovereenkomst tussen partijen ter zake van de leverantie van de zogenoemde hout-alu-kozijnen die ten tijde van de ontbinding reeds in productie waren genomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan aan de verstrekte garantie en de hieraan door [gedaagde] gegeven uitvoering geen argument worden ontleend dat partijen over de afwikkeling van de Overeenkomst een finale regeling zijn overeengekomen. Dat ligt naar het oordeel van de rechtbank ook bepaald niet voor de hand, omdat [gedaagde] voor deze leveranties van hout-alu-kozijnen een marktconforme prijs in rekening heeft gebracht en [eiseres] deze ook heeft betaald en voorts dat [eiseres] telkenmale in correspondentie voor vergoeding van de door [eiseres] geleden schade aansprakelijk houdt. Deze koopovereenkomst staat dus in zoverre los van de Overeenkomst, de door [eiseres] uitgebrachte ontbindingsverklaring en de beweerdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde] om schadevergoeding aan [eiseres] te moeten betalen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die mee zouden kunnen brengen dat een finale regeling tussen partijen tot stand is gekomen. Niet aannemelijk is geworden dat [eiseres] haar opgevoerde claims -al dan niet om niet- heeft prijsgegeven. Een overtuigende onderbouwing die dit anders zou kunnen maken, heeft [gedaagde] niet gegeven. 4.8. Uit het voorgaande volgt dan ook dat [eiseres] (meer dan) voldoende belang heeft bij de door haar ingestelde rechtsvordering. tekortkoming, verzuim en gerechtvaardigde ontbinding van de Overeenkomst 4.9. [eiseres] stelt dat [gedaagde] te laat, want in strijd met de gemaakte afspraken, de houten kozijnen heeft geleverd en gemonteerd. Hoewel [gedaagde] wist dat tijdige levering en montage van het grootste belang was, is [gedaagde] hiermee in verzuim gebleven. Hierdoor is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst en dient zij de dientengevolge geleden schade te vergoeden. Ook is [gedaagde] nalatig gebleven om (tijdig) folie aan te brengen waardoor in het bouwwerk vocht kon binnentreden. Ook op deze grond is [gedaagde] volgens [eiseres] tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst en dient [gedaagde] de dientengevolge geleden schade te vergoeden. De waterslagen die [gedaagde] behoorde te monteren, voldeden niet en behoorden te worden hersteld hetgeen [gedaagde] heeft nagelaten. [gedaagde] is hierdoor tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst. [eiseres] heeft hierdoor schade geleden die [gedaagde] behoort te vergoeden. Verder voert [eiseres] aan dat door [gedaagde] uitgevoerd werk gebrekkig is en niet voldoet aan het vereiste van goed en deugdelijk werk. Zelfs na uitgebrachte sommaties is [gedaagde] de Overeenkomst niet nagekomen, zodat na het ingetreden verzuim [eiseres] bevoegd was om de Overeenkomst bij brief van 22 februari 2022 te ontbinden en aanspraak te maken op schadevergoeding. Daar komt nog bij dat [gedaagde] gedurende het bouwproces telkenmale steken liet vallen. [gedaagde] is telkens gewezen op haar verplichting om de (herstel)kosten van haar verzuimen voor haar rekening te nemen. [gedaagde] is telkens in de nakoming van de Overeenkomst is tekort geschoten en [gedaagde] is in gebreke gesteld waardoor [gedaagde] jegens [eiseres] in verzuim verkeert. Hierdoor heeft [gedaagde] zich jegens [eiseres] schadeplichtig gemaak Andere verweren ter zake de leveringen en montage van de houten kozijnen heeft de rechtbank in hoofdstuk 3 van de conclusie van antwoord niet kunnen ontwaren, zodat de rechtbank vaststelt dat [gedaagde] ter zake van de levering en montage van de houten kozijnen toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst. Overigens geldt dit ook voor de levering van de HSB: ook deze levering en montage geschiedde te laat. 4.16. Door het laten verlopen van deze termijn(en) verkeert [gedaagde] van rechtswege jegens [eiseres] in verzuim, ook omdat [gedaagde] reeds voor het aangaan van de Overeenkomst en op grond van Overeenkomst zelf ermee bekend was dat tijdige levering en montage van de HSB en houten kozijnen voor de uitvoering van het Werk van het grootste belang was. [gedaagde] wist dat deze termijnen een fatale strekking hadden. Niet naleving hiervan levert dus van rechtswege verzuim op. de waterslagen 4.17. De waterslagen die door [gedaagde] zijn aangebracht zijn afgekeurd en herstel heeft niet plaatsgevonden. De voorgeschreven speling tussen kopschot en waterslagen ontbreekt en het kopschot is niet voorzien van een achterliggend rubber. Deze gebreken aan de waterslagen volgen overigens ook uit de rapporten van Gevel Support en KIWA. Het na de aansprakelijkheidstelling van 17 februari 2022 door [gedaagde] opgestelde werkplan om deze gebreken te herstellen, voldeed niet en was voor [bedrijf 1] onwerkbaar: coördinatie van Werk was onmogelijk. Nadien brengt [eiseres] de ontbindingsverklaring uit. 4.18. Ter doend verweer heeft [gedaagde] niet geformuleerd zodat de rechtbank uitgaat van een tekortkoming van [gedaagde] ter zake van de gemonteerde waterslagen. Deze gebrekkig door [gedaagde] aangebrachte waterslagen hebben geleid tot de ontbinding van de Overeenkomst. Immers, herstel vond niet plaats en het afgedwongen werkplan voldeed niet. Tekeningen zijn niet dan wel tardief aan [eiseres] verstrekt. [gedaagde] is bij brief van 17 februari 2022 in gebreke gesteld en de hierin gestelde termijn heeft [gedaagde] laten verlopen. [gedaagde] verkeerde derhalve in verzuim zodat [eiseres] bevoegd was om de Overeenkomst te ontbinden. Op deze grond stelt de rechtbank vast dat [gedaagde] ook niet voldeed aan haar coördinatieplicht, althans om aan de coördinatie door [bedrijf 1] haar medewerking te verlenen. Waarom [eiseres] ter zake deze verbintenis van [gedaagde] jegens [gedaagde] in schuldeisersverzuim zou verkeren, is de rechtbank niet gebleken. 4.19. Alle overige stellingen en verweren ter zake van de tekortkomingen en ontbindingen hoeft de rechtbank niet te behandelen omdat de beide hiervoor vastgestelde tekortkomingen nopen tot toewijzing van de (primaire) vordering. Op grond van het voorgaande hoeft de rechtbank derhalve niet in te gaan op de werking van de ontbindingsverklaring: slechts een partiële ontbinding of een gehele ontbinding van de Overeenkomst. Een ontbinding alleen voor de toekomst lijkt het meest voor de hand te liggen, maar het partijdebat heeft geen betrekking gehad op (de omvang van) de ongedaan- makingsverbintenissen en/of de waardevergoeding. de schadestaatprocedure 4.20. Voor de toewijzing van schade op te maken bij staat volstaat dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Het verweer van [gedaagde] dat de schade aannemelijk moet zijn, en dat vertragingsschade in deze zaak niet aannemelijk is gemaakt, passeert de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakt dat -gelet op de hiervoor beschreven tekortkomingen- de schade als gevolg van de tekortkoming door [gedaagde] en de schade als gevolg van de ontbinding mogelijk is. De schadeposten die [eiseres] in haar dagvaarding opvoert, heeft [gedaagde] immers zonder enige onderbouwing onweersproken gelaten. Alleen al de stelling van [eiseres] dat de wooneenheden als gevolg van de aan [gedaagde] toerekenbare vertragingen later dan gepland aan de gebruikers ter beschikking konden worden gesteld, is naar het oordeel va