Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-11-27
ECLI:NL:RBZWB:2025:8365
Strafrecht
Op tegenspraak
1,450 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
Parketnummer: 02-161470-24
raadkamernummer: 25-013292
datum: 27 november 2025
Dictum
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres],
raadsman mr. J.C.W.L. Grootjans, advocaat te Middelburg.
hierna te noemen: veroordeelde.
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het bezwaarschrift van veroordeelde;
- de kennisgeving omzetting taakstraf van de officier van justitie van 7 mei 2025;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 28 april 2025;
- het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 22 november 2024.
Het bezwaar is op 19 mei 2025 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
Het bezwaarschrift is inhoudelijk behandeld op de zitting met gesloten deuren van de rechtbank van 13 november 2025, waarbij de officier van justitie mr. S.A.J. Louwers en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ook zijn een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), een vertegenwoordiger van de jeugdreclassering van Jeugdbescherming Brabant (hierna: de jeugdreclassering) en veroordeelde en zijn moeder gehoord.
Feiten
De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij vonnis van 22 november 2024 aan veroordeelde een werkstraf van 120 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de werkstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 60 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.
Blijkens inlichtingen van de Raad van 28 april 2025 heeft veroordeelde 24 uren van de opgelegde werkstraf verricht.
Het Openbaar Ministerie heeft op 7 mei 2025 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennisgegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 15 mei 2025 aan veroordeelde betekend.
3De standpunten
De verdediging heeft aangevoerd dat er diverse omstandigheden waren waarom het niet is gelukt de werkstraf binnen de geldende periode te verrichten. In de betreffende periode is de opa van veroordeelde overleden, wat een moeilijke situatie voor hem was. Daarnaast had hij het druk door school en afspraken met verschillende instanties, zoals de jeugdreclassering en Stichting OpenDoor. De keren dat hij wel bij het werkstrafproject was, was er tevredenheid over zijn inzet en houding. Veroordeelde heeft begeleiding en werkt aan zijn toekomst. Het is niet opportuun om hem jeugddetentie te laten ondergaan en de vooruitgang te onderbreken. Hij wil in februari 2026 weer naar school toe gaan en heeft tot die tijd voldoende gelegenheid om de werkstraf uit te voeren. Verzocht wordt hem nog een kans te geven om de werkstraf te verrichten.
Namens de jeugdreclassering is aangegeven dat het klopt dat veroordeelde veel aan zijn hoofd had door het overlijden van zijn opa en de afspraken met verschillende instanties.
Namens de Raad is aangegeven dat er begrip is voor de situatie rondom de opa van veroordeelde, maar dat er ook momenten zijn geweest waarop hij voor de werkstraf moest verschijnen maar er niet was. Geadviseerd wordt om het bezwaarschrift gegrond te verklaren en veroordeelde een allerlaatste kans te geven de werkstraf alsnog te verrichten. Dit zou binnen een termijn van 9 maanden kunnen.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat aan veroordeelde een laatste kans kan worden gegeven om de werkstraf te verrichten binnen een termijn van 9 maanden. Dit geeft hem de kans om aan zijn toekomst te werken. Het bezwaarschrift kan gegrond worden verklaard.
Beoordeling
Het bezwaar is tijdig ingediend.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat
veroordeelde de opgelegde werkstraf niet volledig heeft verricht. De beslissing tot omzetting is dan ook terecht genomen.
De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding is om het bezwaar gegrond te verklaren. Omdat veroordeelde de uitdrukkelijke wens heeft uitgesproken de werkstraf alsnog te willen verrichten, zal de rechtbank hem daartoe in de gelegenheid stellen.
De rechtbank zal het nog resterende aantal uren te verrichten werkstraf bepalen op 96 uren en voorts bepalen dat de werkstraf binnen 3 maanden na 27 november 2025 moet worden voltooid. De rechtbank beperkt deze termijn nu aan veroordeelde al geruime tijd de gelegenheid is gegeven de werkstraf te verrichten en hem nu een laatste kans wordt geboden om de werkstraf alsnog uit te voeren. Daarbij komt dat veroordeelde heeft aangegeven dat hij in februari 2026 weer naar school toe zal gaan en de werkstraf voordien wil afronden.
De termijn waarbinnen de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen en met de tijd dat hij daarvan ongeoorloofd afwezig is.
Dictum
De rechtbank
- verklaart het bezwaar gegrond;
- bepaalt het aantal uren werkstraf dat nog moet worden verricht op 96 uren;
- bepaalt dat de werkstraf binnen 3 maanden na 27 november 2025 moet worden voltooid;
- bepaalt dat als veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 48 dagen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. N.C.W. Haesen, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. G.H. Nomes en mr. B. Akdikan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.