Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-09-12
ECLI:NL:RBZWB:2025:8268
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer.: 11714389 \ MZ VERZ 25-3 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 12 september 2025 Uitspraak op een verzetschrift als bedoeld in artikel 26 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd op grond van de Wahv. Omdat betrokkene de verhogingen daarvan niet heeft betaald, is door de officier van justitie van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een dwangbevel uitgevaardigd. Betrokkene heeft bij verzetschrift, ingekomen op 19 mei 2025, verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van dit dwangbevel. De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens het CJIB is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Inhoud van het verzetschrift Het verzetschrift is gericht tegen het dwangbevel van 16 april 2025, waarin wordt bevolen dat een verschuldigd bedrag van (in totaal) € 1.692,07 op betrokkene wordt verhaald. De boete bedraagt € 499,- inclusief administratiekosten voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig. Standpunten Betrokkene heeft aangevoerd dat het voertuig altijd verzekerd is geweest. Het voertuig is echter verkocht aan een persoon uit België ( [persoon] te [plaats] ). De binnengekomen aanmaningen zijn naar deze persoon doorgestuurd door betrokkene zodat hij deze kon betalen. Echter blijkt dat deze nog steeds niet betaald zijn en er een deurwaarder op is gezet door het CJIB. Betrokkene heeft naar het CJIB gebeld, die betrokkene gelijk geven, maar niets meer kunnen doen omdat de zaak uit handen is gegeven. De boete is in eerste instantie € 490,- maar na enkele maanden is het € 2.025,- geworden. Betrokkene is het hier niet mee eens. Het besluit dat de bus na overdracht niet meer verzekerd was is terecht, waarmee betrokkene akkoord gaat. Het bedrag dat verdrievoudigd wordt slaat nergens op. Betrokkene geeft aan niet beter te weten dan dat [persoon] dit zou gaan betalen. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de bus van zijn naam af moest gaan omdat het voertuig destijds verkocht was. De koper heeft blijkbaar op betrokkene zijn naam gereden en het voertuig niet overgeschreven. Na de eerste aanmaning heeft betrokkene dit doorgezet aan de koper, waarna hij aangaf dat hij erachteraan zou gaan. Dat is echter niet gebeurd, waarna er weer een verhoging kwam. De koper zei dat hij zou gaan betalen. Het gaat betrokkene om de verhogingen, de boete is terecht, maar de verhogingen niet. De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de overtreding op naam van betrokkene stond, waardoor hij aansprakelijk is voor de boete. Dat iemand anders in het voertuig reed doet er niet toe, aangezien het een overtreding op kenteken betreft. Dat staat ook niet ter discussie. De verhogingen zijn hoog, maar zijn door wetgeving bepaald, waardoor de zittingsvertegenwoordiger hier niets aan kan doen. Deze zaak komt tevens niet voor een uitzondering in aanmerking. Betrokkene is het niet eens met de boete en had in beroep kunnen gaan bij de officier van justitie. Dat is niet gebeurd. Verzocht wordt om het verzetschrift ongegrond te verklaren. Betrokkene heeft gereageerd geen invloed te hebben gehad op de situatie. De koper had aangegeven dat hij alles in orde zou maken en dat is niet gebeurd. De situatie is op goed vertrouwen ontstaan, terwijl beter gelijk bij verkoop een vrijwaringsbewijs had moeten worden gevraagd. Overwegingen De kantonrechter overweegt als volgt. Een dwangbevel als bedoeld in artikel 26 WAHV kan pas rechtsgeldig worden uitgevaardigd als de beschikking waarbij de administratieve sanctie (hierna te noemen: boete