Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-11-19
ECLI:NL:RBZWB:2025:8146
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/5422 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende (gemachtigde: mr. M.F.P. de Clercq), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 mei 2024. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een verzamelinkomen van € 16.625. 1.2. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 77 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking). 1.3. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 4.706. De verschuldigde IB/PVV is nihil. De belastingrentebeschikking is ook verminderd naar nihil. De te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren is vastgesteld op € 11.919 en de nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren is vastgesteld op € 0. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende en, namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] . Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of belanghebbende recht heeft op een hoger bedrag aan persoonsgebonden aftrek. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. 2.1. Naar het oordeel van de rechtbank is de persoonsgebonden aftrek naar een te laag bedrag vastgesteld . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Feiten 3. Belanghebbende verbleef in het jaar 2020 in Nederland. 3.1. Belanghebbende was tot juni 2020 niet bij een Nederlandse zorgverzekeraar verzekerd. Voor de rest van het jaar 2020 was zij bij zorgverzekeraar VGZ verzekerd. 3.2. Op 24 maart 2021 heeft belanghebbende een aangifte IB/PVV over het jaar 2020 ingediend. Op 22 april 2021 heeft belanghebbende de aangifte gewijzigd. In deze aangifte heeft belanghebbende een inkomen uit werk en woning van € 18.336 vermeld. Verder heeft belanghebbende € 2.201 als aftrek voor specifieke zorgkosten, € 974 aan aftrekbare scholingsuitgaven en een restant persoonsgebonden aftrek van € 17.800 aangegeven. Het aangegeven verzamelinkomen bedraagt daardoor € 0. 3.3. Op 3 mei 2021 heeft belanghebbende opnieuw een aangifte ingediend. Belanghebbende heeft de uitgaven voor specifieke zorgkosten gewijzigd naar € 1.816, hetgeen heeft geleid tot een aangegeven aftrek specifieke zorgkosten van € 1.761. De uitgaven voor specifieke zorgkosten waren als volgt opgebouwd: Kosten medicijnen € 260 Uitgaven voor hulpmiddelen € 50 Uitgaven voor vervoer € 105 Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 66 Genees- en heelkundige hulp € 1.200 Uitgaven voor extra gezinshulp € 135 3.4. Met dagtekening 23 september 2022 heeft de inspecteur een voornemen tot afwijking van de aangifte verzonden. De inspecteur heeft met dagtekening 18 november 2022 de aanslag IB/PVV over het jaar 2020 opgelegd naar een verzamelinkomen van € 16.625. De inspecteur heeft een aftrek voor uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking genomen van € 1.761. De scholingsuitgaven en het restant persoonsgebonden aftrek heeft de inspecteur niet geaccepteerd. 3.5. In het bezwaarschrift heeft belanghebbende aangegeven dat het bedrag van € 17.800 dat als restant persoonsgebonden aftrek was aangegeven in feite als uitgaven voor genees- en heelkundige hulp had moeten worden ingevuld. 3.6. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft de inspecteur de in aanmerking genomen vervoerskosten verhoogd tot € 154. 3.7. Belanghebbende heeft in beroep onderstaand overzicht overgelegd van de door haar gemaakt [naam 2] , een vriend van de familie van belanghebbende, heeft op 18 april 2023 verklaard dat hij vanaf juni 2017 contant geld aan belanghebbende ter beschikking heeft gesteld en kosten voor haar heeft betaald, waaronder een deel van de medische kosten vanwege de blessure aan haar enkel. Hij heeft verklaard dat met belanghebbende is afgesproken dat zij hem terugbetaalt op een geschikt moment in de toekomst. Motivering Vooraf: procesbelang 4. Gelet op het feit dat de aanslag reeds is verminderd tot een bedrag aan verschuldigde IB/PVV van nihil ligt het procesbelang in de omvang van het restant aan persoonsgebonden aftrek dat in de komende jaren kan worden verrekend. Vooraf: bedragen die niet (meer) in geschil zijn. 7. CCVJS Inve € 26,25 € 7,70 Genees- en heelkundige hulp 8. [fysiotherapie 1] € 60,00 Genees- en heelkundige hulp 18. [tandartspraktijk] € 553,46 € 265,55 Genees- en heelkundige hulp 26. [apotheek 1] € 7,49 Medicijnen 4.1. Met betrekking tot deze kosten van het overzicht is niet langer in geschil dat deze kosten (deels) voor aftrek in aanmerking komen. De aftrekbaarheid van de kosten opgenomen in regel 18 van € 553,46 is tot een bedrag van € 265,55 niet meer in geschil. Het restant van dit bedrag is wel in geschil. Herstelsnel.nl € 60,00 Genees- en heelkundige hulp Infomedics € 423,97 Genees- en heelkundige hulp Orthomedi € 150,00 Genees- en heelkundige hulp Diverse vervoerskosten € 122,00 Vervoerskosten 4.2. Daarnaast is ten aanzien van bovenstaande niet in het overzicht opgenomen betalingen niet meer in geschil dat deze kosten voor aftrek in aanmerking komen. 3. Atos € 50,92 Genees- en heelkundige hulp 4. Atos € 834,18 Genees- en heelkundige hulp 5. Atos € 399,70 Genees- en heelkundige hulp 30. [bedrijf 1] € 50,00 Andere hulpmiddelen 4.3. Ter zitting is komen vast te staan dat bovengenoemde kosten van het overzicht voor genees- en heelkundige hulp betrekking hebben op bedragen die reeds zijn vergoed door de zorgverzekeraar. Ten aanzien van bedragen die vergoed zijn door de zorgverzekeraar is geen sprake van op belanghebbende drukkende kosten. Verder is niet in geschil dat de onderarmkrukken niet als andere hulpmiddelen kunnen worden meegenomen. Partijen zijn het er daarom over eens dat deze kosten daarom niet voor aftrek in aanmerking komen. Beoordeling van de geclaimde kosten 2. Atos € 7.500,00 Genees- en heelkundige hulp 4.4. Ten aanzien van het in regel 2 van het overzicht opgenomen bedrag van € 7.500 heeft belanghebbende een kwitantie overgelegd met dagtekening 29 juli 2020. Ter zake van een operatie op dezelfde datum is een factuur met dagtekening 4 augustus 2020 overgelegd van € 4.943,15. Dit laatste bedrag is vergoed door de zorgverzekeraar. Het is niet duidelijk of de betaling van € 7.500 een vooruitbetaling is voor de latere factuur van de operatie en wat de reden is dat dit (voor het overige) niet is vergoed door de zorgverzekeraar, terwijl de operatie wel is vergoed door de zorgverzekeraar. Niet is komen vast te staan dat deze kosten niet onder het basispakket van de zorgverzekering vallen, waardoor de aftrek is beperkt. Dit brengt mee dat het bedrag van € 7.500 niet voor aftrek in aanmerking komt. 6. Atos € 121,95 Genees- en heelkundige hulp 18. [tandartspraktijk] € 553,46 Genees- en heelkundige hulp 27. [apotheek 1] € 65,69 Medicijnen 28. [apotheek 1] € 12,63 Medicijnen 32. [fysiotherapie 2] € 70,00 Genees- en heelkundige hulp 4.5. Ten aanzien van deze kosten is enkel in geschil of de kosten op belanghebbende hebben gedrukt. Belanghebbende stelt dat zij deze kosten contant heeft betaald met geld dat zij heeft geleend. Gelet op de overgelegde overeenkomsten en de verklaringen van belanghebbende acht de rechtbank aannemelijk dat op belanghebbende een terugbetalingsverplichting rust voor de bedragen die zij van haar vader en [naam 2] heeft ontvangen (zie 3.9 en 3.11) en dat belanghebbende deze bedragen contant heeft gekregen en vervolgens contant heeft bewaard, waardoor zij geen bewijs kan overleggen dat Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die niet in de afweging van de wetgever zijn verdisconteerd, die aanleiding geven tot een andere uitkomst dan waartoe strikte toepassing van de wet leidt. De wetgever heeft juist uitzonderingen gemaakt voor bepaalde personen die niet verplicht verzekerd zijn voor de Zvw (zie 4.5 hiervoor). Zij hebben wel recht op aftrek. De rechtbank heeft geoordeeld dat de uitzondering mogelijk ook voor belanghebbende geldt, maar dat zij dat niet aannemelijk heeft gemaakt (zie 4.5 tot en met 4.7 hiervoor). Het beroep slaagt daarom niet. 19. Ingenico (hotelkosten) € 315,40 Genees- en heelkundige hulp 21. Priceline € 35,35 Genees- en heelkundige hulp 4.10. Regel 19 en 21 van het overzicht betreffen de kosten van hotelovernachtingen. Deze kosten zijn gemaakt in verband met de medische behandelingen die in het buitenland hebben plaatsgevonden. In het hotel heeft echter geen medische of verpleegkundige hulp plaatsgevonden. De kosten van deze hotelovernachtingen zijn daarom verblijfskosten die niet als specifieke zorgkosten voor aftrek in aanmerking komen. 20. Gezinshulp € 268,50 Extra gezinshulp 4.11. Regel 20 van het overzicht betreft de kosten voor gezinshulp. Uitgaven voor extra gezinshulp worden slechts in aanmerking genomen voor zover zij blijken uit gedagtekende facturen waarin op duidelijke en overzichtelijke wijze de naam en het adres van de gezinshulp zijn vermeld. Belanghebbende heeft de vereiste factuur niet overgelegd. Deze kosten komen daarom niet voor aftrek in aanmerking. 23. [apotheek 1] € 15,52 Medicijnen 24. [apotheek 1] € 1,94 Medicijnen 25. [apotheek 1] € 11,29 Medicijnen 34. [bedrijf 2] € 25,00 Genees- en heelkundige hulp 35. CMIB Incasso Bureau € 62,24 Genees- en heelkundige hulp 4.12. Belanghebbende heeft voor deze kosten geen facturen overgelegd. Het is daarom onduidelijk waar deze kosten op zien. De rechtbank kan niet beoordelen of sprake is van medicijnen en genees- en heelkundige hulp en zo ja, of deze kosten worden vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering. De kosten komen gelet hierop niet voor aftrek in aanmerking. 31. [acupuncturist] € 25,00 Genees- en heelkundige hulp 4.13. Regel 31 betreft de kosten voor acupunctuur. Onder genees- en heelkundige hulp wordt verstaan een behandeling door een arts, een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus of een behandeling door een bij ministeriële regeling aan te wijzen paramedicus, mits voor de behandeling een verklaring door de paramedicus is afgegeven die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. Niet gesteld of aannemelijk gemaakt is dat deze behandeling is uitgevoerd door een arts, op voorschrift en onder begeleiding van een arts of door een aangewezen paramedicus . De uitgaven kwalificeren niet als uitgaven voor specifieke zorgkosten en zijn terecht niet in aftrek toegestaan. 36. Micro & Lab € 149,95 Genees- en heelkundige hulp 4.14. Regel 36 betreft de kosten van een coronatest. Het doen van de coronatest gold als voorwaarde om de operatie te mogen ondergaan. Het betreft geen kosten van de geneeskundige behandeling maar een bijkomende kost om toegang tot de behandeling te kunnen krijgen. De kosten van de coronatest komen niet voor aftrek in aanmerking. 38. Vervoer 5 februari 2020 € 9,11 Vervoerskosten 39. Vervoer 17 februari 2020 € 6,94 Vervoerskosten 40. Vervoer 20 april 2020 € 11,87 Vervoerskosten 41. Vervoer 11 mei 2020 € 9,21 Vervoerskosten 42. Vervoer 9 juni 2020 € 15,20 Vervoerskosten 43. Vervoer 11 juni 2020 € 7,04 Vervoerskosten 44. Vervoer 26 juli 2020 € 7,42 Vervoerskosten 45. Vervoer 27 juli 2020 € 15,60 Vervoerskosten 47. Vervoer 29 oktober 2020 € 20,16 Vervoerskosten 48. Vervoer 28 november 2020 € 8,58 Vervoerskosten 49. Vervoer december 2020 € 13,03 Vervoerskosten 4.15. Belanghebbende heeft geen met deze vervoerskosten corresponderende afspraakkaarten overgelegd. Belanghebbende heef Deze bedragen zijn als volgt opgebouwd: Kosten medicijnen € 260 Uitgaven voor hulpmiddelen € 50 Vervoerskosten € 154 Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 66 Genees- en heelkundige hulp € 1.448 Uitgaven voor extra gezinshulp € 135 Uitgaven specifieke zorgkosten voor verhoging € 2.113 Grondslag verhoging specifieke zorgkosten € 665 Verhoging specifieke zorgkosten € 266 Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 2.379 Drempel uitgaven specifieke zorgkosten € 302 Aftrek specifieke zorgkosten € 2.077 4.21. De aanslag IB/PVV 2020 moet dan als volgt worden vastgesteld: Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking € 16.604 Loon uit vroegere dienstbetrekking € 1.752 Af: Reisaftrek openbaar vervoer € 20 Af: Uitgaven voor specifieke zorgkosten € 2.077 Inkomen uit werk en woning € 16.309 Af: Te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren € 11.919 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 4.390 Aangezien de persoonsgebonden aftrek dit jaar volledig ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning kan worden gebracht, heeft de inspecteur terecht de nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren op € 0 vastgesteld. Immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn 4.22. Belanghebbende maakt aanspraak op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen het geschil beslecht had moeten zijn. 4.23. De vergoeding van immateriële schade in verband met de duur van de bezwaar- en de beroepsprocedure wordt als volgt berekend. De redelijke termijn bedraagt als uitgangspunt twee jaar, te rekenen vanaf het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur het bezwaarschrift op 16 november 2022 heeft ontvangen. Aangezien de rechtbank uitspraak doet op 19 november 2025 is de redelijke termijn van twee jaar met afgerond dertien maanden overschreden. Belanghebbende heeft recht op een schadevergoeding van € 1.500. De overschrijding van de redelijke termijn komt volledig voor rekening van de inspecteur. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag IB/PVV 2020 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 4.390. De rechtbank handhaaft de beschikkingen die zien op de te verrekenen persoonsgebonden aftrek uit voorgaande jaren en de nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren, zoals deze bij uitspraak op bezwaar zijn vastgesteld. 5.1. Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Ook krijgt belanghebbende een vergoeding van haar proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. 5.2. De proceskostenvergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814. Omdat aan belanghebbende een toevoeging is verleend, moet de inspecteur deze vergoeding betalen aan de gemachtigde. Belanghebbende heeft voorts recht op een vergoeding van de reiskosten die zij heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting op basis van openbaar vervoer tweede klasse. De rechtbank zal daarom een reiskostenvergoeding van € 45,42 toekennen. Ook ziet de rechtbank aanleiding voor een vergoeding van de verletkosten voor een bedrag van € 255. Tot slot heeft belanghebbende recht op een vergoeding van de kosten voor vervoer en de verblijfkosten die zij reeds had gemaakt voor de geannuleerde zitting van 18 februari 2025 en niet meer kosteloos kon annuleren. De rechtbank kent voor de geannuleerde zitting een vergoeding van de reiskosten toe van € 17. Voor de verblijfkosten kent de rechtbank een vergoeding toe van € 76,30. De vergoeding bedraagt in totaal € 393