Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-11-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:7754
Strafrecht
Op tegenspraak
1,283 tokens
Dictum
Aan veroordeelde
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,
thans verblijvende op het [adres] ,
is de ISD-maatregel opgelegd.
1De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 15 november 2023 (onherroepelijk op 29 november 2023) waaruit blijkt dat aan veroordeelde de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van 2 jaar;
het verzoek van de verdediging van 1 juli 2025 tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel;
de evaluatierapportage van [naam] , senior casemanager ISD bij de penitentiaire inrichting in [locatie 1] , van 18 september 2025 inhoudende het advies tot voortzetting van de ISD maatregel;
de ontslagbrief van [locatie 2] van 19 februari 2025.
2De procesgang
Tijdens het onderzoek ter zitting van de rechtbank van 28 oktober 2025 is de officier van justitie, mr. F.A. van Peski, gehoord.
Ook is gehoord de gemachtigd raadsman van veroordeelde, mr. D.T. Stoof, advocaat te Breda. Veroordeelde zelf is niet ter zitting verschenen.
Daarnaast is deskundige [naam] , senior casemanager ISD bij de penitentiaire inrichting in [locatie 1] (PI), gehoord.
In de evaluatierapportage die is opgemaakt voor de zitting wordt geadviseerd tot voortzetting van de ISD-maatregel. Na een traject waarin beide klinische plaatsingen niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, is het laatste deel van de ISD vooral gericht geweest op nazorg en ambulante behandeling. Inmiddels is veroordeelde geplaatst bij begeleid wonen van [zorgorganisatie], waarbij hij nog behandelingen volgt. Voortzetting van de maatregel is nodig om alles goed te laten verlopen en af te sluiten.
De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd. Het recidiverisico is nu met begeleid wonen nog steeds verhoogd. De PI doet er alles aan om ervoor te zorgen dat veroordeelde voor het einde van de ISD-maatregel stabiel genoeg is om niet terug te vallen in delictgedrag. Er is Wmo-ondersteuning aangevraagd bij de gemeente zodat veroordeelde ook na afloop van de ISD-maatregel kan blijven wonen in zijn huidige woning. Die aanvraag is goedgekeurd. Als zijn gebruik laag blijft en hij geen delicten pleegt, kan er urgentie worden aangevraagd voor een zelfstandige woning. Veroordeelde werkt goed mee aan de behandelingen die zijn opgestart.
3Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel. De resterende maand is nodig om de ISD-maatregel zo goed mogelijk te laten eindigen.
4Het standpunt van de verdediging
Namens veroordeelde is verzocht om tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel. Volgens veroordeelde is de maatregel niet meer doeltreffend en heeft voortzetting geen zin. De raadsman van veroordeelde heeft dit verzoek ter zitting niet nader onderbouwd.
Beoordeling
De rechtbank dient te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde. Op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering moet in dat kader worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, overlast of verloedering van het publieke domein, waarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van veroordeelde ligt.
De rechtbank stelt vast dat de ISD-maatregel is ingegaan op 30 november 2023 en eindigt op 29 november 2025. Gelet op het advies van de PI en de toelichting daarop door de deskundige ter zitting is gebleken dat de voortzetting van de maatregel noodzakelijk is. Er moeten nog verschillende zaken worden geregeld en behandelingen worden ingezet en voortgezet om te bewerkstelligen dat veroordeelde over een maand in een zo stabiel mogelijke positie verkeert om zijn leven verder vorm te geven. Op dit moment is het recidiverisico nog steeds verhoogd.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er op dit moment geen omstandigheden zijn die het voortijdig beëindigen van de ISD-maatregel rechtvaardigen en acht het wenselijk en noodzakelijk dat de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Dictum
De rechtbank beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde opgelegde ISD-maatregel is vereist.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.H. Stein, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en mr. M.H.M. Collombon, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J.M. van de Vrede en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 november 2025.
Mr. Stein is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.