Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-29
ECLI:NL:RBZWB:2025:7328
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
906 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/8294 V
uitspraak van 29 oktober 2025 van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante] B.V., uit [plaats], opposante,
(gemachtigde: [gemachtigde]),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 juli 2025 in het geding tussen
opposante
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal.
Inleiding
1. Opposante heeft beroep ingesteld omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 11 september 2024 als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo).
1.1
Bij uitspraak van 15 juli 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
1.2
Opposante heeft tegen deze uitspraak tijdig verzet ingesteld.
1.3
Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft daarvoor ook geen aanleiding gezien, zodat een zitting achterwege is gebleven.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of in de uitspraak van 15 juli 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4. Vaststaat dat opposante het griffierecht niet heeft betaald. Opposante heeft uitgelegd dat dit komt omdat de nota van het Dienstencentrum Rechtspraak niet is gericht aan [opposante] B.V. maar aan de [gemachtigde]. Daardoor kon de nota niet worden verwerkt door de financiële administratie van opposante.
5. De rechtbank stelt vast dat op de griffierechtnota het zaaknummer, de rechtbank en de namen van opposante en het bestuursorgaan zijn vermeld, zodat het op zichzelf duidelijk is over welke zaak het gaat. De nota is bovendien op 2 mei 2025 naar opposante gestuurd. De uitspraak is gedaan op 15 juli 2025. Opposante heeft niet binnen de betaaltermijn van twee weken en ook niet voor 15 juli 2025 contact opgenomen met de rechtbank om aan te geven dat de griffierechtnota niet intern verwerkt kan worden. Pas na de niet-ontvankelijk verklaring van het beroep komt opposante met deze uitleg. Het niet-betalen van de nota acht de rechtbank gelet op deze gang van zaken niet verschoonbaar.
6. De rechtbank ziet dus geen reden om anders te oordelen dan in de uitspraak van
15 juli 2025. Het beroep is terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).