Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-23
ECLI:NL:RBZWB:2025:7149
Strafrecht
Op tegenspraak
2,224 tokens
Dictum
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
verblijvende in [tbs-instelling] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage.
1Inleiding
Bij arrest van het gerechtshof ’s-Gravenhage van 10 maart 2011 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast met dwangverpleging. De tbs is gelast ter zake van zware mishandeling, vernieling, wederspannigheid, belediging en diefstal door twee of meer
verenigde personen, meermalen gepleegd. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 15 oktober 2011 aangevangen. Bij beslissing van deze rechtbank van 9 oktober 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 2 september 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met één jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2025 behandeld. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Voorts is als deskundige gehoord mevrouw [deskundige] , klinisch neuropsycholoog bij [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling).
3Adviezen
3.1.
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 15 augustus 2025 geadviseerd de tbs te verlengen met één jaar en heeft daartoe, kort samengevat, het volgende gesteld in haar advies.
Betrokkene is gediagnosticeerd met ADHD, een antisociale persoonlijkheidsstoornis met
borderline kenmerken en ernstige verslavingsproblematiek (amfetamine, cannabis en
alcohol, alle langdurig in remissie). Sinds het vorige verlengingsadvies van 14 augustus 2024 is de tbs-instelling per 11 maart 2025 gemachtigd betrokkene proefverlof te verlenen. Betrokkene heeft zijn traject op de FPA een lange tijd volgehouden waarbij hij ook een baan had. Wanneer hij meer verantwoordelijkheid krijgt en er meer van hem wordt gevraagd, ervaart hij in toenemende mate spanningen en komt hij vaker in conflict met collega's. Hierdoor is zijn contract niet verlengd. Nadat betrokkene werkloos is geworden, is er minder afleiding en stapelen spanningen zich bij hem op. Betrokkene heeft uiteindelijk een medewerker van de FPA bedreigd. Het behandelteam constateert een patroon waarbij betrokkene bij oplopende spanningen zich dreigend en verbaal agressief opstelt en/of terugvalt in middelengebruik. Hierdoor zijn meerdere resocialisatiepogingen mislukt. Betrokkene verblijft sinds zijn terugplaatsing uit [kliniek 1] per 26 maart 2025 met proefverlof bij [tbs-instelling] .
De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan de indexdelicten is nog actueel. Daarbij is er sprake van een matig tot hoog recidiverisico bij het wegvallen van de huidige maatregel, zorg en toezicht. Indien betrokkene het komende jaar overgeplaatst wordt naar een begeleide en/of beschermde woonvorm en daar goed is ingebed, is mogelijk volgend jaar een voorwaardelijke beëindiging aan de orde. Dit is echter afhankelijk van de snelheid waarmee hij kan worden overgeplaatst naar een nieuwe vervolgplek en de mate waarin hij in staat blijkt zich te houden aan zijn (behandel)voorwaarden. Het traject richt zich op uitstroom naar een beschermde en/of begeleide woonvorm in Zeeland, regio Goes, nabij zijn netwerk. Reclassering is hierbij betrokken. Betrokkene is blijvend afhankelijk van extern risicomanagement gezien de beperkte behandelresponsiviteit.
Ter zitting heeft de deskundige het verlengingsadvies bevestigd en daaraan nog het
volgende toegevoegd. Betrokkene heeft enige tijd op een andere afdeling verbleven vanwege een incident op 10 augustus 2025. Betrokkene is bedreigend geweest naar een medepatiënt. Hij is overgeplaatst om te voorkomen dat de spanningen verder op zouden lopen. Het is moeilijk te voorspellen hoe het traject voor betrokkene verder verloopt. De deskundige heeft van de regiebehandelaar van betrokkene begrepen dat de [kliniek 2] en de [kliniek 3] zijn geconsulteerd om te bekijken welke mogelijkheden er vanuit deze instellingen zijn om betrokkene te laten resocialiseren. De tbs-instelling verwacht één jaar nodig te hebben om betrokkene gefaseerd te laten resocialiseren. Het is voor betrokkene noodzakelijk om dit geleidelijk te doen met externe structuur, controle en toezicht om de kans van slagen het grootst te maken. Aangezien de deskundige niet de regiebehandelaar is van betrokkene en tevens het advies niet heeft opgesteld, is zij onvoldoende op de hoogte van de eerder beoogde uitstroommogelijkheid via [stichting], een beschermd wonen vorm in de regio Zeeland. Ook heeft zij geen nadere informatie over een mogelijk beveiligingsniveau waarbinnen de uitstroom kan plaatsvinden, of uitstroom ook mogelijk zou kunnen zijn via een voorwaardelijke beëindiging en of deze mogelijkheid al is overwogen.
4Standpunt van partijen
4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met één jaar te verlengen gebleven.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar, maar door de verdediging is wel verzocht om de beslissing met betrekking tot de dwangverpleging aan te houden voor de duur van drie maanden. In deze periode kan de reclassering worden verzocht om te onderzoeken welke uitstroommogelijkheden er voor betrokkene zijn, waaronder uitstroom via een voorwaardelijke beëindiging van de tbs. Ook acht de raadsman het van belang dat tijdens de volgende zitting mevrouw [naam] , regiebehandelaar van betrokkene, aanwezig is om alle vragen te kunnen beantwoorden.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg
kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs-maatregel is gelast. De
vordering is tijdig ingediend, zodat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
De vraag die vervolgens voorligt, is of de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege
met één of twee jaar moet worden verlengd. Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is
geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen
dan de tijd die resteert bij een verlenging met een termijn van één jaar, de tbs verlengd dient
te worden met een termijn van twee jaar, tenzij er sprake is van bijzondere
omstandigheden. In het verlengingsadvies is duidelijk en concreet onderbouwd waarom verlenging van de tbs met één jaar voldoende is. De rechtbank volgt dit advies.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs van betrokkene met één jaar dient te worden verlengd.
Dictum
De rechtbank:
- verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar;
- houdt de beslissing over de verpleging van overheidswege aan en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd - maar voor ten hoogste voor de duur van drie maanden - teneinde de reclassering een rapport op te laten maken over de uitstroommogelijkheden voor betrokkene, waaronder de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en de voorwaarden waaronder dit zou kunnen geschieden;
- beveelt de oproeping van betrokkene en zijn raadsman tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting;
- beveelt de oproeping van deskundige mevrouw [naam] , regiebehandelaar, tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting;
- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.
Deze beslissing is genomen door mr. F.L. Donders, voorzitter,
en mr. G.H. Nomes en mr. J.B. Polak, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.A. Lequin, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 oktober 2025.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.