Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-08-27
ECLI:NL:RBZWB:2025:6978
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11586125 \ CV EXPL 25-860 Vonnis van 27 augustus 2025 in de zaak van STICHTING ALWEL , gevestigd te Roosendaal, eisende partij, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: L. Vissers, werkzaam bij Stichting Alwel, tegen 1 [huurder 1] ,2. [huurder 2] , beiden wonende te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [de huurders] , gemachtigde: mr. P.F.M. Gulickx. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 mei 2025 en de daarin genoemde stukken, - de mondelinge behandeling van 24 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [de huurders] huurt vanaf 4 juni 2015 de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning) van Alwel. De huur bedraagt € 720,92 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. Op deze huurovereenkomst zijn de ‘Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte 1 maart 2011’ van toepassing. In de algemene voorwaarden is onder meer het volgende opgenomen: “8.1 Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te kweken, andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld, dan wel in het gehuurde handelingen te verrichten/activiteiten te ontplooien welke in strijd zijn met de wet en/of gevaren met zich meebrengt voor huurder zelf, de medehuurders, het gehuurde en/of het gebouw of complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt. Onder gehuurde wordt tevens de gemeenschappelijke ruimte begrepen.” 2.3. Op 14 november 2024 heeft de politie informatie ontvangen over de aanwezigheid van vermoedelijk verdovende middelen in de woning, waarna een doorzoeking heeft plaatsgevonden. Bij de doorzoeking is blijkens het proces-verbaal het volgende aangetroffen op de begane grond van de woning, op de eerste verdieping van de woning en in de schuur: Ketamine met een totaal gewicht van 60,15 kilogram. Ketamine valt onder de Geneesmiddelenwet. Amfetamine (substantie) met een totaal gewicht van 813,7 gram oftewel 0.81 kilogram. Amfetamine (pillen), dit betrof een totaal aantal van 775 pillen. Amfetamine (vloeistof) met een totaal gewicht van 4.8 kilogram. Amfetamine staat op lijst I van de Opiumwet. Diazepam met een totaal gewicht van 770 gram oftewel 0.77 kilogram. Diazepam is een geneesmiddel. 3-chloormethcathinon (3-CMC) met een totaal gewicht van 902.2 gram oftewel 0.90 kilogram. 3-CMC staat op lijst I van de Opiumwet. 2-methylmethcathinon (2-MMC) met een totaal gewicht van 23.61 kilogram. 2-MMC is een psychoactieve stof en staat niet in de Opiumwet. 3,4-methyleendioxymethamfetamine in substanties (MDMA) met een totaal gewicht van 385 gram oftewel 0.38 kilogram. MDMA staat op lijst I van de Opiumwet. Opiaten (substanties) met een totaal gewicht van 1335 gram oftewel 1.3 kilogram. Opiaten (pillen) met een totaal aantal van 3684 pillen. Opiaten/amfetamine in pillen met een totaal aantal van 1070 pillen met het totaal gewicht van 361.6 gram. Opiaten staan op lijst I van de Opiumwet. Cocaïne HCI met een totaal gewicht van 335 gram oftewel 0.33 kilogram. Cocaïne staat op lijst I van de Opiumwet. 4-hydroxybutaanzuur (GHB) met een totaal gewicht van 243.1 gram oftewel 0.24 kilogram. GHB staat op lijst I van de Opiumwet. Onbekend met een totaal gewicht van: 545.3 gram oftewel 0.54 kilogram. Er werd ook een kleine hoeveelheid hashish gewogen. Dit betrof 0.06 kilogram oftewel 60 gram. Hashish staat op lijst II van de Opiumwet. Het ging om een totaal van 93,83 kilo verdovende middelen en 4.429 stuks pillen. Tevens werd er een contant geldbedrag aangetroffen van € 115.945,00 euro. 2.4. De dochter van [de huurders] is bij de doorzoeking aangehouden als verdachte. Een tweede verdachte is bij de doorzoeking uit de woning gevlucht. 2.5. Op 15 november 2024 heeft de gemeente Etten-Leur de woning met toepassing van bestuursdwang vanaf 15 november 2024 om 19:00 uur voor zes maand [de huurders] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Alwel, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Alwel in de kosten van deze procedure. [de huurders] voert – samengevat – het volgende aan. Er is sprake van misbruik van omstandigheden dan wel van dwaling, op grond waarvan zij de door haar gedane opzegging van de huurovereenkomst vernietigt. Gezien de taalbarrière, de hoge druk die op mevrouw [huurder 2] is uitgeoefend en de stressvolle situatie waarin zij verkeerde, heeft mevrouw [huurder 2] de huuropzegging getekend zonder zich bewust te zijn van de juridische gevolgen van haar handelen. Mevrouw [huurder 2] heeft geen tolk aangeboden gekregen tijdens het gesprek met Alwel, waardoor zij onvoldoende informatie had over de gang van zaken tijdens dit gesprek. Daarnaast is de heer [huurder 1] het niet eens met de opzegging en is er geen overleg met hem geweest over het al dan niet beëindigen van de huurovereenkomst. Het formulier betreffende de huuropzegging is enkel door mevrouw [huurder 2] ondertekend en niet door de heer [huurder 1] . De huur is derhalve niet (rechtsgeldig) door de heer [huurder 1] opgezegd, zodat hij nog huurder is van de woning aan de [adres] . Op grond van het huwelijk tussen heer en mevrouw [huurder 2] , blijft mevrouw [huurder 2] tevens rechtsgeldig medehuurder van deze huurwoning. Daarnaast heeft [huurder 2] zich altijd als goed huurder gedragen en heeft zij de huurovereenkomst met Alwel niet geschonden. [huurder 2] was zich niet bewust van de praktijken omtrent de Opiumwet die zich afspeelden in de woning. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De huuropzegging van 20 november 2024 is niet rechtsgeldig 4.1. De kantonrechter is van oordeel dat de huuropzegging van [de huurders] niet rechtsgeldig is en overweegt hiertoe als volgt. 4.2. Gelet op het feit dat uit niets is gebleken dat mevrouw [huurder 2] de heer [huurder 1] rechtsgeldig mocht vertegenwoordigen, kan in het midden blijven of er sprake is van dwang of misbruik van omstandigheden bij het invullen en ondertekenen door mevrouw [huurder 2] van het huuropzeggingsformulier. Bij opzegging van de huurovereenkomst is toestemming van een echtgenoot vereist. Een rechtshandeling die een echtgenoot in strijd met artikel 1:88 lid 1 sub a BW heeft verricht, is vernietigbaar; slechts de andere echtgenoot kan een beroep op de vernietigingsgrond doen. Nu uit niets blijkt dat mevrouw [huurder 2] toestemming had van de heer [huurder 1] om de huurovereenkomst op te zeggen – het overhandigen van een kopie van een paspoort van de echtgenoot is daartoe onvoldoende – kon de heer [huurder 1] de huuropzegging rechtsgeldig vernietigen. De gevorderde verklaring voor recht dat de huurovereenkomst met ingang van 20 december 2024 is geëindigd, wordt dan ook afgewezen. De gevorderde ontbinding en ontruiming 4.3. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter moet dus beoordelen of sprake is van een tekortkoming van [de huurders] en, zo ja, of die tekortkoming in dit concrete geval de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigt. Daarbij moeten, naar vaste rechtspraak, alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen en kan niet op voorhand aan één gezichtspunt, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, een beslissende rol worden toegekend . Er is sprake van een tekortkoming 4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat er verboden middelen (harddrugs) in de woning zijn aangetroffen. Daarmee is [de huurders] in de nakoming van de huurovereenkomst tekortgeschoten. Het verweer van [huurder 1] dat zij niets van de drugs afwist, dat haar dochter daarvoor verantwo Ook weegt de kantonrechter mee dat, hoewel de dochter op dit moment nog in hechtenis zit en zij vanaf het moment dat zij in voorlopige hechtenis is genomen is uitgeschreven van het adres van [de huurders] , zoals [de huurders] ter zitting heeft verklaard, uit niets blijkt dat de dochter van [de huurders] niet weer bij haar ouders gaat wonen zodra zij niet langer in hechtenis zal zitten. Zij heeft geen eigen woning en woonde ten tijde van de doorzoeking bij haar ouders. De kans op herhaling is niet uit te sluiten. Aard en ernst van de tekortkoming 4.9. Vraag is of de tekortkoming van [de huurders] , gezien de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen daarvan rechtvaardigt. 4.10. Alwel heeft aangevoerd dat het aanwezig hebben van een handelshoeveelheid (hard)drugs in een woning, zoals in dit geval, vaak ongewenste nevengevolgen met zich meebrengt, zoals overlast voor omwonenden, criminaliteit en aantasting van de woonomgeving. Alwel is van mening dat zij op grond van deze risico’s voldoende reden heeft om met haar zerotolerancebeleid op te treden tegen het aanwezig hebben van dergelijke hoeveelheden drugs. Dit beleid geldt volgens Alwel ongeacht of er daadwerkelijk al ongewenste nevengevolgen zijn ontstaan, omdat het ook gericht is op het voorkomen daarvan. 4.11. De kantonrechter deelt de visie van Alwel. Dat geldt ook indien voor juist wordt gehouden dat [de huurders] niet van de aanwezigheid van de verboden middelen in de woning op de hoogte was. Die omstandigheid neemt de tekortkoming niet weg en doet ook niets af aan de aard en ernst daarvan. Overige omstandigheden 4.12. Dan resteert het beroep van [huurder 2] op haar specifieke persoonlijke omstandigheden, die volgens haar maken dat ontbinding van de huurovereenkomst in dit geval onaanvaardbaar zou zijn. De kantonrechter overweegt in dat verband als volgt. 4.13. [huurder 2] heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij behoud van de woning. Zij kan nergens anders terecht, ook niet bij vrienden of familie. Zij is jarenlang een goed huurder geweest. Het einde van de huurovereenkomst heeft enorme gevolgen voor haar. Alwel zal geen verklaring goed huurderschap afgeven en de wachtlijsten voor een woning zijn lang. Daarnaast ontvangen zowel de heer [huurder 1] als mevrouw [huurder 2] een uitkering, is mevrouw [huurder 2] ernstig ziek geweest en is de heer [huurder 1] slechtziend, waardoor zij minder toezicht op hun dochter hebben gehouden. Daar staat echter tegenover dat Alwel een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van haar zerotolerancebeleid: het aanwezig hebben van een handelshoeveelheid drugs kan leiden tot ongewenste nevengevolgen, zoals hiervoor uiteengezet. Alwel dient in het belang van haar andere huurders handhavend op te treden. 4.14. Alle omstandigheden afwegend, komt de kantonrechter tot het oordeel dat de ontbinding van de huurovereenkomst in dit geval gerechtvaardigd is. Beide partijen hebben gerechtvaardigde belangen bij toewijzing dan wel afwijzing van de vorderingen. De belangen van Alwel wegen in dit geval echter zwaarder. 4.15. De kantonrechter ziet aanleiding om, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, de ontruimingstermijn op drie maanden te stellen. Gebruiksvergoeding 4.16. Nu [de huurders] geen inhoudelijk verweer tegen de door Alwel gevorderde gebruiksvergoeding heeft gevoerd, zal deze worden toegewezen vanaf de dag van de ontbinding van de huurovereenkomst tot de dag van de ontruiming van de woning. Proceskosten 4.17. [de huurders] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,43 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 791,43 4.18. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden ged