Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-10
ECLI:NL:RBZWB:2025:6907
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
950 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7103
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres,
en
Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 10 februari 2023 tegen de vaststellingen van het kindgebonden budget over de jaren 2004 tot en met 2015.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk?
3. Als de betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval heeft eiseres geen ingebrekestelling verstuurd. In haar beroepschrift van 11 oktober 2024 geeft zij aan dat zij verweerder op 29 augustus 2024 online in gebreke heeft gesteld, maar zij kan deze ingebrekestelling niet overleggen en verweerder wil hier volgens haar geen kopie van opsturen. Daarbij heeft eiseres ook geen ontvangstbevestiging van verweerder overgelegd. Verweerder geeft aan op 28 augustus 2024 (dus niet op 29 augustus 2024) wel een ingebrekestelling ontvangen te hebben die ziet op het niet op tijd beslissen op de aanvraag om een integrale herbeoordeling van eiseres haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, maar deze ingebrekestelling ziet volgens verweerder niet op het kindgebonden budget. Aangezien eiseres de ingebrekestelling en/of de ontvangstbevestiging hiervan niet heeft overgelegd, neemt de rechtbank aan dat eiseres geen ingebrekestelling heeft gestuurd.
3.1.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.