Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-27
ECLI:NL:RBZWB:2025:687
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,212 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/431080 / FA RK 25-351
Datum uitspraak: 27 januari 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. Z. Yeral te Roosendaal.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 januari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Yeral;
de heer [naam 1], psychiater;
de heer [naam 2], afdelingsarts, die ook de behandelaar van betrokkene was.
1.3.
Verder waren er een co-assistent en een verpleegkundige aanwezig, maar deze zijn niet gehoord.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [accommodatie]. De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 24 januari 2025 genomen.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met haar gaat. Ze kijkt er naar uit om weer naar huis te gaan. Betrokkene vindt dat wat er in de stukken geschreven staat een beetje overdreven. Ze heeft niet met een schaar naar de politie gegooid en ze heeft ook geen bank naar beneden gegooid. Ook vertelt betrokkene dat ze een goede relatie met haar familie heeft en dat ze het niet zou snappen als haar broer zich zorgen om haar zou maken.
4.2.
Volgens de behandelaar van betrokkene is er geen acuut psychiatrisch toestandsbeeld bij betrokkene, waardoor een voortzetting van de crisismaatregel niet nodig is. Wel geeft de behandelaar aan dat de discrepantie tussen de beleving van betrokkene en haar familie vreemd is als het gaat om het onderlinge contact. Daarom heeft hij betrokkene wel het advies gegeven om naar de huisarts en een psycholoog te gaan.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. De artsen geven aan dat een voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is. Het verzoek kan niet toegewezen worden omdat niet aan de wettelijke vereisten is voldaan.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank constateert – gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht – dat er op dit moment geen sprake is van een acuut psychiatrische toestandsbeeld. Er is dan ook geen sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een een vermoedelijke psychische stoornis.
5.3.
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een voortzetting crisismaatregel toe te wijzen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025 door mr. Roose, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.