Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-01
ECLI:NL:RBZWB:2025:6869
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,714 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11489458 CV EXPL 25-252
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
[koper]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [koper] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [verkoper],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [verkoper] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 februari 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de aanvullende producties 13 tot en met 15 van [koper] ;
- de aantekeningen van de griffier van de op 25 augustus 2025 gehouden mondelinge behandeling, inclusief de door mr. Yadegari overgelegde spreekaantekeningen.
1.2.
Na het sluiten van de mondelinge behandeling heeft [koper] via e-mail nog een bewijsstuk overgelegd. Dit stuk maakt geen onderdeel uit van het dossier en de inhoud ervan is niet bij de beoordeling van de zaak betrokken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[koper] heeft op 17 mei 2024 een Skoda Octavia gekocht. De aankoopsom van de auto bedroeg € 28.000,-.
2.2.
Op 20 mei 2024 heeft [koper] geconstateerd dat de auto meerdere gebreken had.
2.3.
[koper] heeft een reparatie aan de auto laten uitvoeren door [bedrijf 1] te [plaats 3] . De factuur van 12 juni 2024 van € 1.400,01 (inclusief btw) is door [koper] betaald.
2.4.
Op 18 juni 2024 heeft [bedrijf 1] een formulier ‘Wettelijke garantie diagnose’ voor de auto ingevuld waaruit blijkt dat de gehele auto niet in orde en niet veilig is.
2.5.
Op 28 juni 2024 heeft [koper] [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) opdracht gegeven de auto te beoordelen. [bedrijf 2] heeft geconstateerd dat de auto een zogenaamde schadeauto is, die ernstige schade heeft geleden. De herstelwerkzaamheden die aan de auto zijn uitgevoerd, zijn van slechte kwaliteit. De schade aan de auto was al aanwezig toen [koper] de auto kocht.
Geschil
3.1.
[koper] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
I. te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst op 19 november 2024 buitengerechtelijk is ontbonden en [verkoper] te veroordelen tot het terugbetalen van de koopsom van € 28.000,-;
Subsidiair
II. de koopovereenkomst te ontbinden op grond van non-conformiteit dan wel te vernietigen op grond van dwaling en [verkoper] te veroordelen tot het terugbetalen van de koopsom van € 28.000,-;
Meer subsidiair
III. [verkoper] te veroordelen om de auto voor eigen rekening op te (laten) halen op straffe van een dwangsom, de gebreken kosteloos te herstellen en [koper] kosteloos (gelijkwaardig) vervangend vervoer te verschaffen gedurende de herstelperiode;
Primair, subsidiair en meer subsidiair
IV. [verkoper] te veroordelen tot het betalen van € 28.000,- te vermeerderen met
€ 1.276,55 aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke (handels)rente;
V. [verkoper] te veroordelen tot het betalen van € 3.075,53 te vermeerderen met
€ 523,45 aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke (handels)rente;
VI. [verkoper] te veroordelen de auto onmiddellijk te vrijwaren op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag (of gedeelte daarvan) dat [verkoper] geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan [koper] met een maximum van
€ 20.000,-;
VII. [verkoper] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[koper] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. Door alle gebreken - die kort na de aankoop zijn ontdekt - bezit de auto niet de eigenschappen die [koper] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. [koper] heeft vanaf de aankoop niet op normale en veilige wijze kunnen deelnemen aan het verkeer met de auto.
3.3.
[verkoper] voert aan dat [koper] de auto heeft gekocht van een particulier. De koopovereenkomst is op naam van [verkoper] gezet zodat een leasecontract kon worden opgesteld. De auto heeft maar een kwartier in de voorraad van [verkoper] gestaan en dat was slechts een formaliteit. [verkoper] kan dan ook niet verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele gebreken aan de auto. Tot slot betwist [verkoper] dat [koper] in het geheel geen gebruik heeft kunnen maken van de auto. Uit de stukken blijkt dat [koper] in 4 maanden ruim 4000 km heeft gereden met de auto.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
[verkoper] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. In het tussenvonnis is overwogen dat de oproep aan partijen om ter zitting te verschijnen niet vrijblijvend is en dat de kantonrechter aan een eventueel niet verschijnen van een partij de gevolgen kan verbinden die haar geraden voorkomen. Nu [verkoper] niet ter zitting is verschenen heeft zij zichzelf de mogelijkheid ontnomen de nadere toelichting van [koper] op zijn vordering te betwisten.
Consumentenkoop
4.2.
Het verweer van [verkoper] dat [koper] de auto niet van haar heeft gekocht, wordt gepasseerd. [verkoper] heeft bij mondeling antwoord erkend dat de auto in haar bedrijfsvoorraad en daarmee dus ook op haar naam heeft gestaan. Uit de door [koper] overgelegde RDW-gegevens blijkt dat de auto is overgeschreven van [verkoper] naar [koper] . Hieruit volgt dat [koper] de auto van [verkoper] heeft gekocht. Het feit dat de auto kort op naam van [verkoper] heeft gestaan en dit volgens haar slechts een formaliteit betrof, levert geen ander oordeel op. Hiermee staat vast dat [koper] de auto van een professionele autohandelaar heeft gekocht en er sprake is van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Non-conformiteit
4.3.
[koper] heeft een beroep op non-conformiteit van de auto gedaan. Daarvoor moet worden vastgesteld of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst. In het geval een tweedehands auto wordt gekocht, waarvan de verkoper weet dat deze door de koper wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, moet het volgende als uitgangspunt worden genomen. De auto beantwoordt niet aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Dat sprake is van non-conformiteit moet in beginsel door [koper] als koper worden aangetoond. [koper] heeft echter als consument-koper een wettelijke bescherming. Dit houdt in dat als er binnen een jaar na levering een (ernstig) gebrek is aan de auto, wordt vermoed dat dit gebrek er al was op het moment dat de auto aan [koper] werd geleverd (artikel 7:18a lid 2 BW). Het is dan aan [verkoper] om aan te tonen dat het gebrek er op dat moment nog niet was.
4.4.
[koper] stelt dat de auto vanaf de aankoop al gebreken had. Uit de door [bedrijf 1] op 18 juni 2024 gestelde diagnose blijkt dat het gaat om een schadeauto waarvan de dakconstructie niet deugdelijk is. Daarnaast sluiten de linker voorportier en achterklep niet goed, verbruikt de auto veel koelvloeistof en past het voorfront van de auto niet bij dit model. Verder begint de auto overal te roesten en is de lak van de auto na één wasbeurt verdwenen. Volgens [bedrijf 1] is de auto (ernstig) onveilig. Deze diagnose wordt bevestigd in een tweede onderzoek dat op 28 juni 2024 is uitgevoerd door [bedrijf 2] . Daarin wordt geconcludeerd dat de herstelwerkzaamheden die aan de auto zijn uitgevoerd van slechte kwaliteit zijn en dat de auto niet veilig is.
Vervolgens begon de auto op 15 juli 2024 tijdens het rijden te trillen. Bij de garage is toen geconstateerd dat de motor van de auto moest worden vervangen. Vanaf dat moment heeft [koper] niet meer met de auto kunnen rijden.
[verkoper] heeft niet weersproken dat [koper] vanaf de aankoop op 17 mei 2024
- vanwege alle gebreken aan de auto - niet veilig met de auto heeft kunnen rijden en dat [koper] 2 maanden na de aankoop helemaal geen gebruik meer kon maken van de auto.
4.5.
Omdat de gebreken zich binnen een jaar na de levering van de auto hebben voorgedaan, is het aan [verkoper] om te bewijzen dat deze gebreken aan de auto nog niet bestonden op het moment van aflevering van de auto. [verkoper] heeft dit niet gedaan. Hieruit volgt dat [verkoper] een auto heeft geleverd aan [koper] die niet voldeed aan de koopovereenkomst. De gebreken aan de auto komen daarom in beginsel voor rekening van [verkoper] .
Ontbinding koopovereenkomst
4.6.
Nu vaststaat dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, ligt de vraag voor of [koper] de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden op 19 november 2024. Dat is niet het geval. Het verweer van [verkoper] dat zij - voorafgaand aan de
dagvaarding - nooit stukken heeft ontvangen van [koper] , slaagt. Zowel de ingebrekestelling van 26 augustus 2024 als de brief van 19 november 2024 waarin [koper] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbindt, zijn naar het adres:
[adres] gestuurd. Daarnaast zijn deze brieven ook verstuurd naar het e-mailadres: [e-mailadres] . Ter zitting is niet vast komen te staan dat dit adres en/of dit e-mailadres van [verkoper] is zodat niet kan worden vastgesteld dat deze brieven [verkoper] hebben bereikt. De primair gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook afgewezen.
4.7.
Het bieden van gelegenheid tot herstel door de koper is een noodzakelijke voorwaarde om tot ontbinding van de koopovereenkomst over te kunnen gaan. Onder omstandigheden is de consument echter bevoegd de koopovereenkomst te (laten) ontbinden zonder de verkoper eerst te verzoeken de zaak te herstellen. Daar is hier sprake van. De gebreken aan de auto zorgen ervoor dat [koper] geen gebruik kan maken van de auto. Vanwege de ernst van de gebreken kan van [koper] niet worden verwacht dat hij erop moest vertrouwen dat deze gebreken op een afdoende wijze zouden worden hersteld door [verkoper] . In dit geval is onmiddellijke ontbinding dan ook gerechtvaardigd.
4.8.
De kantonrechter zal de koopovereenkomst met ingang van 2 oktober 2025 ontbinden. Door de ontbinding moeten [koper] en [verkoper] de gevolgen van de koopovereenkomst ongedaan maken. Dat betekent dat [koper] de auto moet terug leveren aan [verkoper] en dat [verkoper] wordt veroordeeld tot het terugbetalen van de koopprijs van € 28.000,-. De gevorderde handelsrente is niet toewijsbaar omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst. In plaats daarvan zal de wettelijke rente ex artikel
6:119 BW worden toegewezen over dit bedrag vanaf 2 oktober 2025 (de datum van ontbinding van de overeenkomst).
4.9.
De auto moet terug naar [verkoper] . Omdat dit gelet op artikel 7:22 lid 7 BW door [verkoper] moet worden betaald, is het aan haar om de auto te komen ophalen, dan wel de kosten voor het vervoer van de auto voor haar rekening te nemen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
[koper] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [verkoper] is buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd indien [koper] haar tot betaling heeft aangemaand. Deze aanmaning heeft pas werking als deze [verkoper] heeft bereikt. Niet is komen vast te staan dat [verkoper] de brieven of e-mails van [koper] heeft ontvangen. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten wordt dan ook afgewezen.
Schadevergoeding
4.11.
[koper] vordert aanvullende schadevergoeding. De schadevergoeding bestaat uit de kosten voor de reparatie van de auto en de kosten voor de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies tot en met december 2024, totaal € 3.075,53.
De kosten voor de reparatie van de auto van € 1.400,01 (factuur van 12 juni 2024 van [bedrijf 1] ) worden als niet betwist en voldoende onderbouwd toegewezen.
Ook de gevorderde kosten van € 1.675,52 voor de motorrijtuigenbelasting en de verzekeringspremies zijn toewijsbaar. Onweersproken is vast komen te staan dat de auto ernstige gebreken heeft.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag na heden;
5.2.
veroordeelt [verkoper] om de koopsom van € 28.000,- aan [koper] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 2 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling;
5.3.
veroordeelt [verkoper] tot betaling aan [koper] van € 3.075,53 aan reparatiekosten en motorrijtuigenbelasting/verzekeringspremies tot en met december 2024, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 7 januari 2025, tot de dag van volledige betaling;
5.4.
veroordeelt [verkoper] om binnen 5 dagen na dagtekening van het vonnis een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [koper] te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 20.000,-;
5.5.
veroordeelt [verkoper] in de proceskosten van € 2.100,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verkoper] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.6.
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.