Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-07
ECLI:NL:RBZWB:2025:682
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,170 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/429145 FA RK 24-5534
Datum uitspraak: 7 februari 2025
beschikking betreffende alimentatie
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.J.F. Zoeteweij te Vlissingen,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. S.X. Scholten te Vlissingen.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 22 november 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 28 november 2024 ontvangen F2-formulier met bijlage;
- het op 6 december 2024 ontvangen F7- formulier van mr. Scholten, met bijgevoegde referteverklaring.
Feiten
2.1.
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast.
2.2.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.3.
Uit hun affectieve relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022.
2.4.
[minderjarige] is door de man erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
2.5.
Er is geen rechterlijke uitspraak van kracht op grond waarvan de man een onderhoudsbijdrage ten behoeve van de vrouw moet voldoen.
2.6.
Partijen hebben volgens de BRP de Nederlandse nationaliteit.
3Het verzoek
3.1
De vrouw verzoekt:
- vaststelling van een door de man te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van €109,- per maand, met ingang van 1 november 2024;
- de beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
- alles kosten rechtens.
3.2.
Op 6 december 2024 is door de rechtbank een F7-formulier ontvang, met bijgevoegd een referteverklaring.
Beoordeling
4.1.
Door middel van voormelde referteverklaring heeft de man laten weten dat hij kennis heeft genomen van het verzoek van de vrouw, dat geen verweer zal worden gevoerd en dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de rechtbank reeds voor afloop van voormelde verweertermijn zonder mondelinge behandeling beslist op het verzoek van de vrouw.
4.2.
Het verzoek van de vrouw zal, mede gelet op de referte van de man, als onweersproken en op de wet gegrond op onderstaande wijze worden toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat de man met ingang van 1 november 2024 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022, aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 109,- per maand;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. HHopmans, en, in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.