Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-07-08
ECLI:NL:RBZWB:2025:6768
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
2,248 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11453166 \ AZ VERZ 24-95
Beschikking van 8 juli 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. C.E. Kriens,
tegen
[verweerster] B.V.,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] BV,
gemachtigde: mr. D.K. Nijhuis.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 10 april 2025,
- het bericht van [verweerster] BV van 22 april 2025,
- het bericht van [verzoekster] van 24 april 2025,
- het bericht van [verweerster] BV van 19 mei 2025.
2De verdere beoordeling
2.1.
Uit voormelde berichten van partijen blijkt dat zij overeenstemming hebben bereikt over het benoemen van [bedrijf] als deskundige voor het uitvoeren van het in de tussenbeschikking van 10 april 2025 omschreven onderzoek. Naar aanleiding daarvan heeft het deskundigenbureau van de rechtbank contact opgenomen met [bedrijf]. In dat contact deelde [bedrijf] mee dat zij het gevraagde onderzoek niet kan verrichten, omdat de te onderzoeken handtekening niet op papier is gezet. Volgens [bedrijf] zou [deskundige] het onderzoek mogelijk wel kunnen uitvoeren. Daarom heeft het deskundigenbureau van de rechtbank vervolgens contact opgenomen met [deskundige] , maar ook zij zag geen mogelijkheid om het onderzoek uit te voeren. In een e-mailbericht van [deskundige] aan het deskundigenbureau van de rechtbank staat daarover onder meer het volgende:
“U heeft gevraagd onderzoek te doen naar een handtekening die digitaal is gezet. Dit betekent dat de handtekening op een device (bijv. laptop/IPad) is gezet. Het vergelijken van een dergelijke handtekening met een originele handtekening (gezet op papier met pen) heeft u al besproken met een handschriftkundige. Praktijk leert dat een handtekening gezet op een device in de regel niet te vergelijken valt omdat de ondergrond waarop de handtekening wordt gezet echt anders is dan bij een reguliere handtekening op papier.
Vraag blijft dan over of je kan vaststellen, bijvoorbeeld door digitaal onderzoek, of en zo ja wie de betwiste handtekening daadwerkelijk op het device heeft gezet. Hierbij moeten we rekening houden met het gegeven dat dit waarschijnlijk enkele jaren geleden heeft plaatsgevonden.
Mede op basis van de input van onze digitaal onderzoeker lijkt het ons nagenoeg onmogelijk dit nu nog digitaal vast te stellen. En stel dat we bijvoorbeeld bij onderzoek van het betreffende device wel kunnen vaststellen dat de handtekening is gezet, dan kunnen we niet bewijzen wie dit heeft gedaan.
Kort samengevat zien wij geen mogelijkheden het door u gevraagde onderzoek uit te voeren.”
2.2.
In de tussenbeschikking van 10 april 2025 heeft de kantonrechter overwogen dat artikel 159 lid 2 BW van toepassing is, omdat [verweerster] BV zich beroept op een schriftelijke (arbeids)overeenkomst, waarvan de ondertekening door [verzoekster] stellig wordt ontkend. De arbeidsovereenkomst waar [verweerster] BV zich op beroept, levert daarom geen bewijs op, zolang [verweerster] BV niet bewezen heeft dat [verzoekster] deze heeft ondertekend.
2.3.
In het licht van het voorgaande zal de kantonrechter [verweerster] BV in de gelegenheid stellen om te reageren op de hiervoor weergegeven berichten van [bedrijf] en [deskundige] en of aan te geven of, en zo ja op welke wijze, zij het van haar verlangde bewijs toch nog wenst te leveren.
2.4.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar 5 augustus 2025 voor het indienen van een reactie door [verweerster] BV, zoals bedoeld in overweging 2.3.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11453166 \ AZ VERZ 24-95
Beschikking van 8 juli 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. C.E. Kriens,
tegen
[verweerster] B.V.,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] BV,
gemachtigde: mr. D.K. Nijhuis.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 10 april 2025,
- het bericht van [verweerster] BV van 22 april 2025,
- het bericht van [verzoekster] van 24 april 2025,
- het bericht van [verweerster] BV van 19 mei 2025.
2De verdere beoordeling
2.1.
Uit voormelde berichten van partijen blijkt dat zij overeenstemming hebben bereikt over het benoemen van [bedrijf] als deskundige voor het uitvoeren van het in de tussenbeschikking van 10 april 2025 omschreven onderzoek. Naar aanleiding daarvan heeft het deskundigenbureau van de rechtbank contact opgenomen met [bedrijf]. In dat contact deelde [bedrijf] mee dat zij het gevraagde onderzoek niet kan verrichten, omdat de te onderzoeken handtekening niet op papier is gezet. Volgens [bedrijf] zou [deskundige] het onderzoek mogelijk wel kunnen uitvoeren. Daarom heeft het deskundigenbureau van de rechtbank vervolgens contact opgenomen met [deskundige] , maar ook zij zag geen mogelijkheid om het onderzoek uit te voeren. In een e-mailbericht van [deskundige] aan het deskundigenbureau van de rechtbank staat daarover onder meer het volgende:
“U heeft gevraagd onderzoek te doen naar een handtekening die digitaal is gezet. Dit betekent dat de handtekening op een device (bijv. laptop/IPad) is gezet. Het vergelijken van een dergelijke handtekening met een originele handtekening (gezet op papier met pen) heeft u al besproken met een handschriftkundige. Praktijk leert dat een handtekening gezet op een device in de regel niet te vergelijken valt omdat de ondergrond waarop de handtekening wordt gezet echt anders is dan bij een reguliere handtekening op papier.
Vraag blijft dan over of je kan vaststellen, bijvoorbeeld door digitaal onderzoek, of en zo ja wie de betwiste handtekening daadwerkelijk op het device heeft gezet. Hierbij moeten we rekening houden met het gegeven dat dit waarschijnlijk enkele jaren geleden heeft plaatsgevonden.
Mede op basis van de input van onze digitaal onderzoeker lijkt het ons nagenoeg onmogelijk dit nu nog digitaal vast te stellen. En stel dat we bijvoorbeeld bij onderzoek van het betreffende device wel kunnen vaststellen dat de handtekening is gezet, dan kunnen we niet bewijzen wie dit heeft gedaan.
Kort samengevat zien wij geen mogelijkheden het door u gevraagde onderzoek uit te voeren.”
2.2.
In de tussenbeschikking van 10 april 2025 heeft de kantonrechter overwogen dat artikel 159 lid 2 BW van toepassing is, omdat [verweerster] BV zich beroept op een schriftelijke (arbeids)overeenkomst, waarvan de ondertekening door [verzoekster] stellig wordt ontkend. De arbeidsovereenkomst waar [verweerster] BV zich op beroept, levert daarom geen bewijs op, zolang [verweerster] BV niet bewezen heeft dat [verzoekster] deze heeft ondertekend.
2.3.
In het licht van het voorgaande zal de kantonrechter [verweerster] BV in de gelegenheid stellen om te reageren op de hiervoor weergegeven berichten van [bedrijf] en [deskundige] en of aan te geven of, en zo ja op welke wijze, zij het van haar verlangde bewijs toch nog wenst te leveren.
2.4.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar 5 augustus 2025 voor het indienen van een reactie door [verweerster] BV, zoals bedoeld in overweging 2.3.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2025.