Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-27
ECLI:NL:RBZWB:2025:6719
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Beschikking
1,177 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer / rekestnummer: 11760178 \ OV VERZ 25-2461
Beschikking van 27 juni 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
wonende te [plaats],
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
1
[verweerder 1],
wonende te [plaats],
2. [verweerder 2] B.V.,
gevestigd te [plaats],
verweerders,
hierna te noemen: [verweerders],
nog niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het op 23 juni 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties. Naast voornoemd verzoekschrift is diverse andere correspondentie van de zijde van verzoekster ontvangen. Deze stukken zijn aan het dossier toegevoegd.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
Geschil
2.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv):
voor recht te verklaren dat verweerders aansprakelijk zijn voor alle gevolgen van het niet volgen van de professionele (NHG-)standaarden, zoals dat genoegzaam uit de rapportage van de medisch adviseur van 5 juni 2022 blijkt;
voor recht te verklaren dat verweerders gehouden zijn de daardoor bij verzoekster ontstane materiële en immateriële schade te vergoeden;
om verzoekster toe te staan haar verzoekschrift gedurende de procedure te laten aanvullen en of verbeteren;
verweerders te veroordelen tot nakoming van de eindbeschikking in deze zaak op straffe van een dwangsom;
verweerders te veroordelen in de proceskosten, nakosten en de rente daarover.
2.2.
[verweerders] is nog niet in de gelegenheid gesteld om verweer te voeren.
2.3.
[verzoekster] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. In artikel 1019x Rv is vervolgens opgenomen dat een deelgeschilprocedure moet worden gevoerd voor de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak, indien deze ten principale aanhangig wordt gemaakt.
2.4.
De kantonrechter is op grond van artikel 93 Rv bevoegd te behandelen en te beslissen:
a. zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist;
b. zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00;
c. aardzaken;
d. andere zaken ten aanzien waarvan de wet dit bepaalt.
2.5.
De kantonrechter overweegt dat in de onderhavige zaak geen sprake is van een zaak, zoals bedoeld onder a., c. en d. Het zijn immers verzoeken van onbepaalde waarde, dus vallen de verzoeken onder b. Uit de stukken van [verzoekster] en de producties daarbij volgt dat de uiteindelijke hoogte van de te vergoeden schade volgens [verzoekster] een veel hoger bedrag is dan € 25.000,00. Er is dus onvoldoende aanwijzing dat de verzoeken geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00, zodat de kantonrechter van oordeel is dat zij niet bevoegd is op de zaak te beslissen.
2.6.
De kantonrechter is dan ook voornemens de zaak door te verwijzen naar Cluster II handelszaken van het Team Civiel van de onderhavige rechtbank. Alvorens daartoe over te gaan, ziet de kantonrechter aanleiding [verzoekster] in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten om een verassingsbeslissing te voorkomen.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
stelt [verzoekster] in de gelegenheid om binnen twee weken na heden te reageren op de voorgenomen verwijzing van de zaak naar Cluster II handelszaken van het Team Civiel van de onderhavige rechtbank;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025.