Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:6712
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Beschikking
785 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 11653055 OV VERZ 25-2091
beschikking d.d. 5 juni 2025
inzake een verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
verzoekende partij,
verder te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
de vereniging van eigenaren [verweerder] ,
kantoorhoudende te [plaats] ,
verwerende partij,
verder te noemen: de VvE,
nog niet verschenen.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het op 15 april 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties.
2Het verdere beoordeling
2.1
[verzoeker] verzoekt betaling van schadevergoeding door de VvE, te vermeerderen met kosten.
2.2
De kantonrechter overweegt dat betaling van schadevergoeding een vordering is. Dit betekent dat [verzoeker] de procedure niet aanhangig kan maken met een verzoekschrift. Hij had een dagvaarding uit moeten brengen. De kantonrechter zal hem, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid stellen om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat hij op zijn kosten de VvE bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum.
2.3
De kantonrechter wijst [verzoeker] erop dat hij bij het verbeteren van het processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding.
2.4
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1
stelt [verzoeker] in de gelegenheid om op zijn kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk;
3.2
verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 2 juli 2025 te 10.00 uur;
3.3
stelt [verzoeker] in de gelegenheid om de VvE met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;
3.4
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
3.5
stelt [verzoeker] in de gelegenheid zijn stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;
3.6
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.