Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-01
ECLI:NL:RBZWB:2025:6672
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,881 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11446957 \ CV EXPL 24-4206
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
[naam] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 1] ,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[B.V.] , H.O.D.N. [bedrijf 2],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 2] ,
procederend in persoon.
1Hoe is de procedure verlopen?
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Waar gaat de zaak over?
2.1.
[partij 1] was tot halverwege 2023 in dienst bij [partij 2] . Nadat zijn dienstverband was geëindigd, heeft hij op basis van een overeenkomst van opdracht kluswerkzaamheden voor [partij 2] uitgevoerd. Voor de werkzaamheden die hij in juni en juli 2023 verrichtte, heeft [partij 1] acht facturen naar [partij 2] gestuurd. In deze procedure vordert [partij 1] betaling van deze facturen ter hoogte van in totaal € 7.770,00. Ook vordert hij betaling van rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [partij 1] wil dat deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. [partij 2] vindt dat hij de facturen niet hoeft te betalen, omdat hij een tegenvordering van € 6.500,00 heeft die hij wil verrekenen. [partij 2] heeft daarom ook een tegenvordering ingesteld tot betaling van € 6.500,00.
De kantonrechter oordeelt dat het beroep van [partij 2] op verrekening niet slaagt. [partij 2] dient de facturen van [partij 1] te voldoen en de vordering van [partij 1] wordt dan ook toegewezen. De tegenvordering van [partij 2] wordt afgewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
3Wat oordeelt de kantonrechter?
3.1.
Vanwege de nauwe samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering en reconventie zullen deze samen worden beoordeeld.
Verrekening
3.2.
Omdat [partij 2] op zichzelf niet betwist dat hij de facturen moet betalen, betekent dit in beginsel dat de kantonrechter hem daartoe veroordeelt, tenzij het beroep op verrekening slaagt. [partij 2] stelt dat [partij 1] onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij daardoor schade heeft geleden. Op grond van de wet is het aan [partij 2] om zijn stellingen te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. [partij 2] is daarin niet geslaagd.
Foto’s op sociale media
3.3.
Het staat vast dat [partij 1] foto’s heeft gemaakt tijdens een klus voor [partij 2] en dat deze foto’s, voorzien van de naam van een ander bedrijf, vervolgens op sociale media zijn geplaatst. Of [partij 1] deze foto’s heeft geplaatst en of het doel was om klanten van [partij 2] ‘af te pakken’, kan in het midden blijven. [partij 2] heeft namelijk niet gesteld of onderbouwd dat en zo ja, hoeveel, schade hij hierdoor zou hebben geleden. Nergens blijkt uit dat door die foto’s klanten niet voor [partij 2] , maar voor Focus Afbouw en Renovatie (of voor [partij 1] ) hebben gekozen. Bovendien heeft Focus Afbouw en Renovatie de foto’s kort nadat zij hierop is aangesproken door [partij 2] , verwijderd.
Overige verwijten
3.4.
Volgens [partij 2] heeft [partij 1] bovendien materiaal van hem verduisterd, zijn bus gebruikt en klanten van hem afgepakt. Dat [partij 1] op deze punten onrechtmatig heeft gehandeld, is echter niet vast komen te staan. Voor het gebruik van de bus geldt dat [partij 2] tijdens de zitting heeft verklaard dat hij het goed vond dat [partij 1] zijn bus gebruikte, maar dat hij achteraf, toen hij zich belazerd voelde, dat niet goed meer vond. Dit betekent dat [partij 1] met toestemming van [partij 2] de bus gebruikte en [partij 1] dus niet onrechtmatig heeft gehandeld. Datzelfde geldt voor de adviezen die [partij 2] aan [partij 1] gaf over te hanteren prijzen; de omstandigheid dat [partij 1] opdrachten bij klanten zou hebben gekregen die eerder klant waren bij [partij 2] , is op zichzelf niet onrechtmatig. Tot slot geldt voor het materiaal dat [partij 1] betwist dat hij materialen van [partij 2] heeft verduisterd. [partij 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij alle spullen heeft teruggegeven. Bij die stand van zaken had [partij 2] concreter moeten onderbouwen welk materiaal hij aan [partij 1] had uitgeleend en welk materiaal [partij 1] vervolgens niet heeft teruggegeven, terwijl hij wel om teruggave van die specifieke materialen heeft verzocht.
Nevenvorderingen
3.5.
[partij 1] vordert daarnaast dat [partij 2] wordt veroordeeld tot het betalen van rente en buitengerechtelijke incassokosten. Hij baseert deze vordering in de eerste plaats op de algemene voorwaarden. [partij 1] heeft deze algemene voorwaarden echter niet overgelegd. Dit betekent dat [partij 1] op dit punt onvoldoende heeft gesteld. De kantonrechter zal deze vordering daarom beoordelen op basis van de wet in plaats van de algemene voorwaarden.
3.6.
[partij 2] is in verzuim, wat betekent dat hij zijn betalingsverplichting niet op tijd is nagekomen. Omdat het hier om een handelsovereenkomst gaat, moet [partij 2] de wettelijke handelsrente betalen vanaf de respectieve vervaldata totdat de volledige vordering is voldaan.
3.7.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn ook toewijsbaar, waarbij rekening wordt gehouden met het volgende. [partij 2] is door [partij 1] in gebreke gesteld en verzocht de facturen alsnog te betalen, zoals de wet dat voorschrijft. Het gevorderde bedrag aan incassokosten moet vervolgens worden getoetst aan het Besluit buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit). Het bedrag dat [partij 1] vordert is hoger dan waar dit besluit recht op geeft. Daarom worden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het bedrag dat volgens het besluit is toegestaan, namelijk € 763,50.
Kortom
3.8.
[partij 2] zal (€ 7.770,00 + € 763,50 =) € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling aan [partij 1] moeten betalen, waartoe hij dan ook wordt veroordeeld. De vordering in conventie wordt in zoverre toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
De proceskosten in conventie
3.9.
[partij 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.