Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-09-24
ECLI:NL:RBZWB:2025:6628
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,158 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11680930 \ CV EXPL 25-2186
Vonnis van 24 september 2025
in de zaak van
STICHTING TIWOS, TILBURGSE WOONSTICHTING,
te Tilburg ,
eisende partij,
hierna te noemen: Tiwos,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
1.1. Deze procedure gaat over de vraag of de huurovereenkomst tussen Tiwos en [huurder] moet worden ontbonden en de woning moet worden ontruimd vanwege een huurachterstand.
1.2.De kantonrechter zal de vordering van Tiwos toewijzen en zal hieronder in het vonnis uitleggen waarom dat zo is.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 mei 2025
- het overzicht van Tiwos met een huurachterstand per 25 juli 2025 - de mondelinge behandeling van 19 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
3.1.
Tiwos verhuurt met ingang van 26 maart 2024 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 684,40 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
3.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Tiwos heeft [huurder] (onder andere) aangemaand op 12 november 2024 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
3.3.
Tiwos heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Tiwos heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3.4.
Tot en met april 2025 bedroeg de huurachterstand € 4.132,25.
Geschil
4.1.
Tiwos vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 4.132,58 aan huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2025. Ook vordert Tiwos een bedrag van € 684,40 per maand of zoveel hoger als de huur bij een wettelijke huurverhoging zou zijn vanaf mei 2025 tot en met de ontruiming van het gehuurde. Verder vordert Tiwos een bedrag van € 479,71 aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van [huurder] in de proceskosten. Tiwos wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. Tiwos legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [huurder] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als huurder, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Tiwos de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
4.2.
[huurder] erkent dat er een huurachterstand is zoals door Tiwos is gevorderd, maar hij wil graag in het gehuurde blijven wonen. Door persoonlijke omstandigheden is hij is in de financiële problemen gekomen. De lopende huur wordt inmiddels rechtsreeks aan Tiwos betaald door de gemeente via zijn bijstandsuitkering. [huurder] krijgt begeleiding vanuit RIBW. Daarnaast heeft hij op korte termijn een gesprek over bewindvoering en schuldhulpverlening.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Huurachterstand tot en met april 2025
5.1.
Omdat [huurder] de huurachterstand erkent staat niet ter discussie dat die achterstand nog moet worden betaald. Het bedrag aan niet betaalde huurtermijnen van € 4.132,58 tot en met april 2025 zal daarom worden toegewezen. Omdat [huurder] te laat is met betalen van deze huurtermijnen, moet hij daarover ook de gevorderde wettelijke rente betalen (tot en met 14 april 2025 berekend op een bedrag van € 58,28).
Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning
5.2.
Met betrekking tot de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
5.3.
Vaststaat dat [huurder] sinds mei 2024 de huur niet meer (volledig) heeft betaald. Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding was er een achterstand van ruim zes maanden. Die achterstand is tijdens de procedure opgelopen met één maand. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Weliswaar is er – zoals door Tiwos ter zitting gemeld – een klein bedrag aan stookkosten in mindering gebracht op de achterstand en heeft [huurder] omstandigheden aangevoerd over het ontstaan van de achterstand, maar zijn dit geen omstandigheden die leiden tot een uitzonderingssituatie. Die omstandigheden blijven – hoe vervelend ook – voor rekening van [huurder] . Het is tenslotte de verantwoordelijkheid van [huurder] zelf om de nodige maatregelen te treffen om de huur (tijdig) te betalen ter voorkoming van nadelige gevolgen. Het (woon)belang van [huurder] legt dan ook onvoldoende gewicht in de schaal tegenover het belang van Tiwos bij een huurder die (tijdig) aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. De conclusie luidt dan ook dat het (woon)belang van [huurder] niet zwaarder weegt, zodat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde is gerechtvaardigd en zal worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
5.4.
Dit hoeft echter niet te betekenen dat [huurder] onmiddellijk op zoek moet naar andere woonruimte. Tiwos heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat aan haar kant de bereidheid bestaat om, nadat in deze procedure vonnis is gewezen, met [huurder] een zogenoemd tweede kans contract met voorwaarden af te sluiten. Die voorwaarden bestaan in ieder geval uit begeleiding van [huurder] door een bewindvoerder en/of schuldhulpverlening. Ook moeten er afspraken gemaakt worden over de huurachterstand en moet de lopende huur op tijd betaald worden. Zolang [huurder] zich aan de voorwaarden en afspraken houdt heeft Tiwos niet de intentie te ontruimen. Een vonnis, waarbij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt uitgesproken dient voor Tiwos enkel als stok achter de deur. De kantonrechter vertrouwt erop dat Tiwos zich aan die toezegging zal houden.
Huurtermijnen vanaf mei 2025 tot en met de ontruiming van de woning
5.5.
Tiwos wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van de maandelijks huurprijs per huurperiode, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, vanaf de maand mei 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. [huurder] heeft deze vordering niet weersproken, zodat deze kan worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.6.
Tiwos maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [huurder] betwist niet dat hij voorafgaande aan deze procedure meerdere keren door Tiwos is aangemaand om de achterstallige huur te betalen. Voor deze werkzaamheden vordert Tiwos een vergoeding van € 479,72 (inclusief btw). De vergoeding is berekend overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Proceskosten
5.7.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tiwos worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.336,45
Dictum
De kantonrechter
6.1.
ontbindt de tussen Tiwos en [huurder] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [plaats] , aan de [adres] ,
6.2.
veroordeelt [huurder] om het gehuurde binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking van Tiwos te stellen en te laten,
6.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Tiwos:
- € 4.670,58, bestaande uit achterstallige huur tot en met april 2025 (€ 4.132,58), verschenen rente tot en met 14 april 2025 (€ 58,28) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 479,72), te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen vanaf 14 april 2025 tot de dag van voldoening,
- € 684,40 per maand of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn
vanaf mei 2025 tot de ontbinding van de huurovereenkomst
- € 684,40 per maand als schadevergoeding vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de feitelijke ontruiming van het gehuurde,
6.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.336,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
Dit wordt “uitvoerbaar bij voorraad” genoemd.
Artikel 6:265 BW.
HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11680930 \ CV EXPL 25-2186
Vonnis van 24 september 2025
in de zaak van
STICHTING TIWOS, TILBURGSE WOONSTICHTING,
te Tilburg ,
eisende partij,
hierna te noemen: Tiwos,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
1.1. Deze procedure gaat over de vraag of de huurovereenkomst tussen Tiwos en [huurder] moet worden ontbonden en de woning moet worden ontruimd vanwege een huurachterstand.
1.2.De kantonrechter zal de vordering van Tiwos toewijzen en zal hieronder in het vonnis uitleggen waarom dat zo is.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 mei 2025
- het overzicht van Tiwos met een huurachterstand per 25 juli 2025 - de mondelinge behandeling van 19 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
3.1.
Tiwos verhuurt met ingang van 26 maart 2024 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 684,40 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
3.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Tiwos heeft [huurder] (onder andere) aangemaand op 12 november 2024 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
3.3.
Tiwos heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Tiwos heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3.4.
Tot en met april 2025 bedroeg de huurachterstand € 4.132,25.
Geschil
4.1.
Tiwos vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 4.132,58 aan huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2025. Ook vordert Tiwos een bedrag van € 684,40 per maand of zoveel hoger als de huur bij een wettelijke huurverhoging zou zijn vanaf mei 2025 tot en met de ontruiming van het gehuurde. Verder vordert Tiwos een bedrag van € 479,71 aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van [huurder] in de proceskosten. Tiwos wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. Tiwos legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [huurder] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als huurder, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Tiwos de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
4.2.
[huurder] erkent dat er een huurachterstand is zoals door Tiwos is gevorderd, maar hij wil graag in het gehuurde blijven wonen. Door persoonlijke omstandigheden is hij is in de financiële problemen gekomen. De lopende huur wordt inmiddels rechtsreeks aan Tiwos betaald door de gemeente via zijn bijstandsuitkering. [huurder] krijgt begeleiding vanuit RIBW. Daarnaast heeft hij op korte termijn een gesprek over bewindvoering en schuldhulpverlening.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Huurachterstand tot en met april 2025
5.1.
Omdat [huurder] de huurachterstand erkent staat niet ter discussie dat die achterstand nog moet worden betaald. Het bedrag aan niet betaalde huurtermijnen van € 4.132,58 tot en met april 2025 zal daarom worden toegewezen. Omdat [huurder] te laat is met betalen van deze huurtermijnen, moet hij daarover ook de gevorderde wettelijke rente betalen (tot en met 14 april 2025 berekend op een bedrag van € 58,28).
Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning
5.2.
Met betrekking tot de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
5.3.
Vaststaat dat [huurder] sinds mei 2024 de huur niet meer (volledig) heeft betaald. Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding was er een achterstand van ruim zes maanden. Die achterstand is tijdens de procedure opgelopen met één maand. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Weliswaar is er – zoals door Tiwos ter zitting gemeld – een klein bedrag aan stookkosten in mindering gebracht op de achterstand en heeft [huurder] omstandigheden aangevoerd over het ontstaan van de achterstand, maar zijn dit geen omstandigheden die leiden tot een uitzonderingssituatie. Die omstandigheden blijven – hoe vervelend ook – voor rekening van [huurder] . Het is tenslotte de verantwoordelijkheid van [huurder] zelf om de nodige maatregelen te treffen om de huur (tijdig) te betalen ter voorkoming van nadelige gevolgen. Het (woon)belang van [huurder] legt dan ook onvoldoende gewicht in de schaal tegenover het belang van Tiwos bij een huurder die (tijdig) aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. De conclusie luidt dan ook dat het (woon)belang van [huurder] niet zwaarder weegt, zodat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde is gerechtvaardigd en zal worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
5.4.
Dit hoeft echter niet te betekenen dat [huurder] onmiddellijk op zoek moet naar andere woonruimte. Tiwos heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat aan haar kant de bereidheid bestaat om, nadat in deze procedure vonnis is gewezen, met [huurder] een zogenoemd tweede kans contract met voorwaarden af te sluiten. Die voorwaarden bestaan in ieder geval uit begeleiding van [huurder] door een bewindvoerder en/of schuldhulpverlening. Ook moeten er afspraken gemaakt worden over de huurachterstand en moet de lopende huur op tijd betaald worden. Zolang [huurder] zich aan de voorwaarden en afspraken houdt heeft Tiwos niet de intentie te ontruimen. Een vonnis, waarbij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt uitgesproken dient voor Tiwos enkel als stok achter de deur. De kantonrechter vertrouwt erop dat Tiwos zich aan die toezegging zal houden.
Huurtermijnen vanaf mei 2025 tot en met de ontruiming van de woning
5.5.
Tiwos wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van de maandelijks huurprijs per huurperiode, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, vanaf de maand mei 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. [huurder] heeft deze vordering niet weersproken, zodat deze kan worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.6.
Tiwos maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [huurder] betwist niet dat hij voorafgaande aan deze procedure meerdere keren door Tiwos is aangemaand om de achterstallige huur te betalen. Voor deze werkzaamheden vordert Tiwos een vergoeding van € 479,72 (inclusief btw). De vergoeding is berekend overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Proceskosten
5.7.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tiwos worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.336,45
Dictum
De kantonrechter
6.1.
ontbindt de tussen Tiwos en [huurder] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [plaats] , aan de [adres] ,
6.2.
veroordeelt [huurder] om het gehuurde binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking van Tiwos te stellen en te laten,
6.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Tiwos:
- € 4.670,58, bestaande uit achterstallige huur tot en met april 2025 (€ 4.132,58), verschenen rente tot en met 14 april 2025 (€ 58,28) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 479,72), te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen vanaf 14 april 2025 tot de dag van voldoening,
- € 684,40 per maand of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn
vanaf mei 2025 tot de ontbinding van de huurovereenkomst
- € 684,40 per maand als schadevergoeding vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de feitelijke ontruiming van het gehuurde,
6.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.336,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
Dit wordt “uitvoerbaar bij voorraad” genoemd.
Artikel 6:265 BW.
HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)