Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-02
ECLI:NL:RBZWB:2025:6
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,258 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/9703
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 januari 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 29 augustus 2023.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2017 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 142.573 (de navorderingsaanslag).Gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 9.985 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking) en € 24.568 revisierente in rekening gebracht (de revisierentebeschikking).
1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde en namens de inspecteur: mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2].
Overwegingen
2. Belanghebbende is enig aandeelhouder van [B.V.] (de bv). De aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) over het jaar 2016 vermeldt ultimo 2016 een pensioenvoorziening van € 63.681. De aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2017 vermeldt ultimo 2017 een pensioenvoorziening van nihil. In verband met de afname van de pensioenvoorziening heeft de inspecteur de navorderingssaanslag opgelegd rekening houdend met een afkoop van pensioenaanspraken met een waarde in het economisch verkeer van € 122.843.
3. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Partijen zijn overeengekomen dat sprake is van een pensioenuitkering door de bv aan belanghebbende (afkoop van een aanspraak ingevolge een in eigen beheer opgebouwde pensioenregeling). De waarde van de afkoop wordt vastgesteld op een bedrag van € 100.000 onder toepassing van artikel 38o van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2017). De pensioenuitkering van € 100.000 wordt in 2017 in box 1 progressief belast. Er zal geen revisierente gerekend worden over de pensioenuitkering. Belanghebbende is wel belastingrente verschuldigd. De inspecteur zal het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en partijen dragen ieder de eigen proceskosten.
4. De rechtbank zal partijen volgen in hun compromis en dienovereenkomstig beslissen.
Conclusie
5. Het beroep is gegrond. De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een aanslag berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 119.730. De belastingrentebeschikking wordt overeenkomstig verminderd. De revisierentebeschikking wordt vernietigd.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag tot een aanslag berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 119.730 en vermindert de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vernietigt de revisierentebeschikking;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 2 januari 2025 door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. de Vos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.