Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-08
ECLI:NL:RBZWB:2025:5943
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,756 tokens
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/392118 / HA ZA 21-687
Vonnis van 8 januari 2025
in de zaak van
[eiser] BV,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. S.J. Heijtlager,
tegen
SPIE INFRATECHNIEK BV,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Spie ,
advocaat: mr. J. Kruijswijk Jansen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 augustus 2024- de akte van [eiser]- de akte van Spie .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Dit deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.
2.2.
Mede gelet op de inhoud van het tussenvonnis van 21 augustus 2024 en van de daaropvolgende aktes van partijen met betrekking tot het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen, zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. Hierbij overweegt de rechtbank als volgt.
2.3.
De rechtbank stelt voorop dat wordt volhard bij wat in het tussenvonnis van 21 augustus 2024 is overwogen over het stellen, betwisten en bewijzen van het antwoord op de vraag of Spie aan de op haar rustende zorgplicht heeft voldaan.
2.4.
Wat betreft de aan de deskundige te stellen vragen overweegt de rechtbank dat de rechtbank belang heeft bij concrete vragen, omdat de rechtbank over deze specifieke zaak een oordeel dient te geven. Daarmee zijn het geen sturende vragen. Hiermee rekening houdend en met de suggesties in de akte van Spie is de rechtbank tot de in de beslissing vermelde vragen gekomen.
2.5.
Verder overweegt de kantonrechter het volgende. In haar akte uitlaten deskundigenbericht schrijft [eiser] dat de mast niet uit de grond is gehaald op een daarvoor gebruikelijke wijze. Spie schrijft in haar akte uitlaten deskundigenbericht dat de mast (pas) afbrak nadat deze al uit de grond was gehesen. In het vonnis van 15 februari 2023 is onder de feiten opgenomen dat de lichtmast beschadigd was geraakt door een aanrijding en dat tijdens het takelen het bovenste gedeelte van de lichtmast is afgebroken. Of dit gebeurde voordat of nadat de lichtmast uit de grond was gehesen, is voor de vraagstelling aan de deskundige niet van belang. Immers, de deskundige moet – kort gezegd – beoordelen of Spie de hijswerkzaamheden juist heeft uitgevoerd.
2.6.
Wat betreft de persoon van de deskundige overweegt de rechtbank dat rekening is gehouden met de suggesties van partijen en met de in de databank van de rechtbank beschikbare deskundigen.
2.7.
In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald. De hoogte van het voorschot voor de deskundige zal in een afzonderlijk vonnis worden vastgesteld. Partijen zullen eerst in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een begroting van het voorschot door de deskundige.
2.8.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.9.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Welke werkzaamheden en voorzorgsmaatregelen waren in deze kwestie volgens u nodig om de mast op een veilige wijze uit de grond te kunnen verwijderen?
Heeft Spie – gelet op met name de (aard van de) werkzaamheden, de eventueel voorzienbare risico’s, de hoedanigheid van partijen, de geldende (arbo-)regels en de overige specifieke omstandigheden van het geval – naar uw oordeel:
- de juiste werkzaamheden verricht;
- bij de uitvoering van de werkzaamheden de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen;
- de gebruikelijke en/of van haar te vergen zorgvuldigheid in acht genomen?
3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
[naam deskundige]
,
[correspondentieadres] ,
[bezoekadres] ,
[telefoonnummer] ,
[e-mailadres] ,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
- de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechtbank worden vastgesteld,
het onderzoek
3.5.
bepaalt dat Spie - na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.6.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.7.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.8.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.9.
draagt de deskundige op om uiterlijk *** maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.10.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.11.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.12.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 21 februari 2024 voor vonnis vaststelling voorschot,
3.13.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van Spie op een termijn van vier weken,
3.14.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.