Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-29
ECLI:NL:RBZWB:2025:5942
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,536 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11069714 \ CV EXPL 24-2169
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
AUDAX RENEWABLES NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Audax,
gemachtigde: Hafkamp Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] H.OD.N. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H. Hendriks.
1De zaak in het kort
Audax heeft energie geleverd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft niet alle facturen van Audax betaald, omdat hij het niet eens is met de variabele tarieven die Audax in rekening heeft gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat de in rekening gebrachte tarieven juist zijn. Daarom wordt de vordering van Audax toegewezen. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 juli 2024
- het bericht van 4 november 2024 met productie(s) van Audax- de mondelinge behandeling van 12 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de spreekaantekningen van de gemachtigde van [gedaagde] .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
[gedaagde] en Audax (destijds MAIN Energie B.V.) hebben op 10 november 2021 met elkaar een overeenkomst gesloten met betrekking tot de levering van elektriciteit en gas. In deze ‘Overeenkomst energie zakelijk’ (hierna te noemen: de overeenkomst) is onder meer het volgende opgenomen. Het levertarief voor gas per m3 bedraagt € 0,60630 en de levertarieven voor elektriciteit bedragen per kWh € 0,17050 (normaal), € 0,13830 (dal) en € 0,16410 (enkel). De startdatum is 1 januari 2022 en de looptijd is tot en met 31 december 2022. Verder staat onder ‘Machtiging en voorwaarden’ onder meer het volgende:
“U gaat akkoord met de onderstaande aanvullende voorwaarden en de algemene voorwaarden voor zakelijke verbruikers van elektriciteit en gas. U vindt de voorwaarden op [website]. Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart u de algemene voorwaarden te hebben ontvangen en verklaart zich akkoord met de inhoud hiervan.”
3.2.
Ook na 31 december 2022 heeft Audax elektriciteit en gas aan [gedaagde] geleverd tot en met 15 augustus 2023. Met betrekking tot deze periode heeft [gedaagde] vijf facturen (gebaseerd op variabele tarieven) van in totaal € 12.256,36 niet betaald.
3.3.
In de algemene voorwaarden voor zakelijke verbruikers van elektriciteit en gas (hierna samen te noemen: de algemene voorwaarden) staat onder meer het volgende: “Indien de Afnemer een Leveringsovereenkomst voor bepaalde tijd niet heeft opgezegd en de Leveringsovereenkomst aldus stilzwijgend wordt verlengd, behoudt de Leverancier zich het recht voor om de prijzen en andere vergoedingen zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel aan te passen aan de dan geldende variabele tarieven, zoals de Leverancier die kenbaar heeft gemaakt en die tussentijds aangepast kunnen worden. Bij hernieuwde stilzwijgende verlenging is de Leverancier bevoegd om wederom prijsaanpassingen als bedoeld in dit lid 3 door te voeren in de Leveringsovereenkomst.”
Geschil
4.1.
Audax vordert – samengevat en na vermindering van eis tijdens de mondelinge behandeling van 12 november 2024 – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 10.647,42 (€ 12.256,36 - € 1.330,66 - € 278,28), vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Audax, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Audax, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Audax in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Vernietigbaarheid algemene voorwaarde
5.1.
Audax baseert haar vordering primair op de algemene voorwaarden, waarin is opgenomen dat bij stilzwijgende verlenging van de overeenkomst variabele tarieven (kunnen) gelden. [gedaagde] beroept zich echter op vernietigbaarheid van het betreffende beding in de algemene voorwaarden.
5.2.
Op de eerste plaats voert [gedaagde] aan dat Audax de algemene voorwaarden niet ter hand heeft gesteld overeenkomstig artikel 7:233 aanhef en onder b. BW in samenhang met artikel 7:234 lid 1 BW. Het ligt op de weg van Audax om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de algemene voorwaarden wel ter hand zijn gesteld. Audax wijst er in dit kader op dat op de overeenkomst is aangekruist dat [gedaagde] door ondertekening van de overeenkomst verklaart de algemene voorwaarden te hebben ontvangen. Op grond van artikel 157 lid 2 Rv levert dit dwingend bewijs op. Weliswaar staat tegenbewijs – ook tegen dwingend bewijs – vrij, maar de kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende heeft gesteld om toegelaten te worden tot het leveren van tegenbewijs.
5.3.
Op de tweede plaats voert [gedaagde] aan dat Audax de algemene voorwaarden ook niet overeenkomstig artikel 7:233 aanhef en onder b. BW in samenhang met artikel 7:234 leden 2 en 3 BW langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld. Echter, ook hierbij wijst Audax op de overeenkomst, waarin is opgenomen dat de algemene voorwaarden te vinden zijn op [website] en dat [gedaagde] door ondertekening van de overeenkomst verklaart de algemene voorwaarden te hebben ontvangen. Weliswaar voert [gedaagde] aan dat de betreffende website onvoldoende duidelijk is, omdat [gedaagde] de Nederlandse taal niet machtig is en er verschillende versies van de algemene voorwaarden op de website staan, maar dit verweer slaagt naar het oordeel van de kantonrechter niet. Dat [gedaagde] de Nederlandse taal niet machtig is komt voor zijn rekening en risico, (mede) omdat hij er zelf voor heeft gekozen om een (horeca)bedrijf in Nederland te starten. Verder zijn de verschillende versies voldoende duidelijk, omdat er alleen onderscheid wordt gemaakt tussen gas, elektriciteit, zakelijk, consument en jaartal.
5.4.
Op de derde plaats stelt [gedaagde] dat de onder 2.3. geciteerde bepaling uit de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Daarbij wijst [gedaagde] erop dat uit de overeenkomst volgt partijen de wil en intentie hadden om vaste tarieven overeen te komen. Weliswaar is dat het geval, maar daarbij geldt naar het oordeel van de kantonrechter wel de beperking dat partijen deze vaste tarieven expliciet zijn overeengekomen voor een bepaalde tijd van één jaar (met als startdatum 1 januari 2022 en een looptijd tot en met 31 december 2022). Dat brengt naar het oordeel van de kantonrechter mee dat voormelde bepaling in de algemene voorwaarden – waarin is bepaald dat (alleen) na afloop van de overeengekomen bepaalde tijd variabele tarieven kunnen gelden – niet onredelijk bezwarend is.
Verhouding overeenkomst en algemene voorwaarden
5.5.
[gedaagde] stelt dat partijen geen variabele tarieven zijn overeengekomen, omdat in de algemene voorwaarden staat dat de bepalingen in de overeenkomst, waaronder de bepaling over vaste tarieven, voorrang hebben. De kantonrechter overweegt echter dat partijen in de overeenkomst weliswaar vaste tarieven overeengekomen zijn, maar slechts voor bepaalde tijd, namelijk tot en met 31 december 2022. De vorderingen van Audax zien op periodes van daarna, zodat ook dit verweer van [gedaagde] niet slaagt.
Redelijkheid en billijkheid
5.6.
Volgens [gedaagde] zijn de vorderingen van Audax in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Immers, in de overeenkomst en de algemene voorwaarden zit een leemte die bestaat uit het ontbreken van duidelijkheid over het antwoord op de vraag welke tarieven (vaste of variabele) er gelden bij stilzwijgende verlenging van de overeenkomst. De kantonrechter oordeelt echter dat deze onduidelijkheid er niet is. Voor de overeengekomen bepaalde tijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 zijn partijen op grond van de overeenkomst vaste tarieven overeengekomen en voor de periode vanaf 1 januari 2023 zijn partijen op grond van de algemene voorwaarden overeengekomen dat Audax variabele tarieven in rekening kan brengen. Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat van strijd met de redelijkheid en billijkheid geen sprake is.
Rechtsverwerking
5.7.
[gedaagde] doet ook een beroep op rechtsverwerking. Hij wijst daarbij op het e-mailbericht van Audax van 8 maart 2023, waarin onder meer het volgende staat: “Je hebt aangegeven dat de door jou ontvangen termijnnota met notanummer [notanummer 1] en [notanummer 2] niet correct zijn. Wij hebben dit voor je uitgezocht en geconstateerd dat de nota inderdaad niet correct is. Hiervoor onze welgemeende excuses. Uiteraard hebben wij dit gelijk voor je gecorrigeerd.” Volgens [gedaagde] blijkt hieruit dat Audax ook inzag dat de vaste tarieven nog steeds golden en volgens [gedaagde] kan Audax daarop nu niet meer terugkomen. Audax wijst er echter op dat het hierbij niet gaat om de tarieven, maar om de termijnnota’s. Deze termijnnota’s betreffen voorschotbedragen die op verzoek van de klant of op initiatief van Audax aangepast kunnen worden. Dat is dus iets anders dan de vaste of variabele tarieven. De kantonrechter overweegt dat in het e-mailbericht van 8 maart 2023 inderdaad wordt gesproken over termijnnota’s en niet over vaste of variabele tarieven. Ook uit de aan het e-mailbericht van 8 maart 2023 voorafgaande e-mailcorrespondentie volgt niet (voldoende) dat Audax zou hebben toegegeven dat de vaste tarieven nog van toepassing zijn. Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van [gedaagde] op rechtsverwerking niet.
Onvoorziene omstandigheden
5.8.
[gedaagde] beroept zich erop dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 lid 1 BW die meebrengen dat Audax naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet de ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verlangen. De kantonrechter stelt voorop dat niet snel is voldaan aan de vereisten van artikel 6:258 lid 1 BW, aangezien als uitganspunt geldt dat gemaakte afspraken nagekomen dienen te worden. Mede in dit licht is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende heeft geconcretiseerd waarom sprake is van onvoorziene omstandigheden die zodanig zijn dat Audax geen ongewijzigde instandhouding van de contractuele rechtsverhouding mag verwachten. [gedaagde] beroept zich in algemene bewoordingen op de energiecrisis, maar dat is onvoldoende. Dat geldt temeer nu de energiecrisis in Nederland al (ruim) voor november 2021 was begonnen. Bovendien bracht de energiecrisis mee dat energieleveranciers ook hogere inkoopprijzen moesten betalen. Bovendien heeft Audax haar klanten per e-mail heeft geïnformeerd over de geldende tarieven. Weliswaar heeft [gedaagde] het betreffende e-mailbericht niet ontvangen, maar dat komt voor zijn rekening en risico, aangezien [gedaagde] ervoor heeft gekozen om zich af te melden voor de mailinglijst van [gedaagde] . Tot slot brengt ook de aard van een overeenkomst voor bepaalde tijd mee dat niet snel geoordeeld kan worden dat dezelfde afspraken ook na de overeengekomen tijd blijven gelden. Kortom, het beroep van [gedaagde] op artikel 6:258 lid 1 BW slaagt niet.
Hoofdsom en wettelijke handelsrente
Het voorgaande brengt mee dat de door Audax gevorderde hoofdsom van € 10.647,42 toegewezen zal worden. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet zelfstandig betwist en zal eveneens worden toegewezen.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Audax te betalen een bedrag van € 11.544,98 (€ 10.647,42 + € 897,56), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.469,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11069714 \ CV EXPL 24-2169
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
AUDAX RENEWABLES NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Audax,
gemachtigde: Hafkamp Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] H.OD.N. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H. Hendriks.
1De zaak in het kort
Audax heeft energie geleverd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft niet alle facturen van Audax betaald, omdat hij het niet eens is met de variabele tarieven die Audax in rekening heeft gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat de in rekening gebrachte tarieven juist zijn. Daarom wordt de vordering van Audax toegewezen. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 juli 2024
- het bericht van 4 november 2024 met productie(s) van Audax- de mondelinge behandeling van 12 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de spreekaantekningen van de gemachtigde van [gedaagde] .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
[gedaagde] en Audax (destijds MAIN Energie B.V.) hebben op 10 november 2021 met elkaar een overeenkomst gesloten met betrekking tot de levering van elektriciteit en gas. In deze ‘Overeenkomst energie zakelijk’ (hierna te noemen: de overeenkomst) is onder meer het volgende opgenomen. Het levertarief voor gas per m3 bedraagt € 0,60630 en de levertarieven voor elektriciteit bedragen per kWh € 0,17050 (normaal), € 0,13830 (dal) en € 0,16410 (enkel). De startdatum is 1 januari 2022 en de looptijd is tot en met 31 december 2022. Verder staat onder ‘Machtiging en voorwaarden’ onder meer het volgende:
“U gaat akkoord met de onderstaande aanvullende voorwaarden en de algemene voorwaarden voor zakelijke verbruikers van elektriciteit en gas. U vindt de voorwaarden op [website]. Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart u de algemene voorwaarden te hebben ontvangen en verklaart zich akkoord met de inhoud hiervan.”
3.2.
Ook na 31 december 2022 heeft Audax elektriciteit en gas aan [gedaagde] geleverd tot en met 15 augustus 2023. Met betrekking tot deze periode heeft [gedaagde] vijf facturen (gebaseerd op variabele tarieven) van in totaal € 12.256,36 niet betaald.
3.3.
In de algemene voorwaarden voor zakelijke verbruikers van elektriciteit en gas (hierna samen te noemen: de algemene voorwaarden) staat onder meer het volgende: “Indien de Afnemer een Leveringsovereenkomst voor bepaalde tijd niet heeft opgezegd en de Leveringsovereenkomst aldus stilzwijgend wordt verlengd, behoudt de Leverancier zich het recht voor om de prijzen en andere vergoedingen zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel aan te passen aan de dan geldende variabele tarieven, zoals de Leverancier die kenbaar heeft gemaakt en die tussentijds aangepast kunnen worden. Bij hernieuwde stilzwijgende verlenging is de Leverancier bevoegd om wederom prijsaanpassingen als bedoeld in dit lid 3 door te voeren in de Leveringsovereenkomst.”
Geschil
4.1.
Audax vordert – samengevat en na vermindering van eis tijdens de mondelinge behandeling van 12 november 2024 – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 10.647,42 (€ 12.256,36 - € 1.330,66 - € 278,28), vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Audax, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Audax, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Audax in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Vernietigbaarheid algemene voorwaarde
5.1.
Audax baseert haar vordering primair op de algemene voorwaarden, waarin is opgenomen dat bij stilzwijgende verlenging van de overeenkomst variabele tarieven (kunnen) gelden. [gedaagde] beroept zich echter op vernietigbaarheid van het betreffende beding in de algemene voorwaarden.
5.2.
Op de eerste plaats voert [gedaagde] aan dat Audax de algemene voorwaarden niet ter hand heeft gesteld overeenkomstig artikel 7:233 aanhef en onder b. BW in samenhang met artikel 7:234 lid 1 BW. Het ligt op de weg van Audax om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de algemene voorwaarden wel ter hand zijn gesteld. Audax wijst er in dit kader op dat op de overeenkomst is aangekruist dat [gedaagde] door ondertekening van de overeenkomst verklaart de algemene voorwaarden te hebben ontvangen. Op grond van artikel 157 lid 2 Rv levert dit dwingend bewijs op. Weliswaar staat tegenbewijs – ook tegen dwingend bewijs – vrij, maar de kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende heeft gesteld om toegelaten te worden tot het leveren van tegenbewijs.
5.3.
Op de tweede plaats voert [gedaagde] aan dat Audax de algemene voorwaarden ook niet overeenkomstig artikel 7:233 aanhef en onder b. BW in samenhang met artikel 7:234 leden 2 en 3 BW langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld. Echter, ook hierbij wijst Audax op de overeenkomst, waarin is opgenomen dat de algemene voorwaarden te vinden zijn op [website] en dat [gedaagde] door ondertekening van de overeenkomst verklaart de algemene voorwaarden te hebben ontvangen. Weliswaar voert [gedaagde] aan dat de betreffende website onvoldoende duidelijk is, omdat [gedaagde] de Nederlandse taal niet machtig is en er verschillende versies van de algemene voorwaarden op de website staan, maar dit verweer slaagt naar het oordeel van de kantonrechter niet. Dat [gedaagde] de Nederlandse taal niet machtig is komt voor zijn rekening en risico, (mede) omdat hij er zelf voor heeft gekozen om een (horeca)bedrijf in Nederland te starten. Verder zijn de verschillende versies voldoende duidelijk, omdat er alleen onderscheid wordt gemaakt tussen gas, elektriciteit, zakelijk, consument en jaartal.
5.4.
Op de derde plaats stelt [gedaagde] dat de onder 2.3. geciteerde bepaling uit de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Daarbij wijst [gedaagde] erop dat uit de overeenkomst volgt partijen de wil en intentie hadden om vaste tarieven overeen te komen. Weliswaar is dat het geval, maar daarbij geldt naar het oordeel van de kantonrechter wel de beperking dat partijen deze vaste tarieven expliciet zijn overeengekomen voor een bepaalde tijd van één jaar (met als startdatum 1 januari 2022 en een looptijd tot en met 31 december 2022). Dat brengt naar het oordeel van de kantonrechter mee dat voormelde bepaling in de algemene voorwaarden – waarin is bepaald dat (alleen) na afloop van de overeengekomen bepaalde tijd variabele tarieven kunnen gelden – niet onredelijk bezwarend is.
Verhouding overeenkomst en algemene voorwaarden
5.5.
[gedaagde] stelt dat partijen geen variabele tarieven zijn overeengekomen, omdat in de algemene voorwaarden staat dat de bepalingen in de overeenkomst, waaronder de bepaling over vaste tarieven, voorrang hebben. De kantonrechter overweegt echter dat partijen in de overeenkomst weliswaar vaste tarieven overeengekomen zijn, maar slechts voor bepaalde tijd, namelijk tot en met 31 december 2022. De vorderingen van Audax zien op periodes van daarna, zodat ook dit verweer van [gedaagde] niet slaagt.
Redelijkheid en billijkheid
5.6.
Volgens [gedaagde] zijn de vorderingen van Audax in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Immers, in de overeenkomst en de algemene voorwaarden zit een leemte die bestaat uit het ontbreken van duidelijkheid over het antwoord op de vraag welke tarieven (vaste of variabele) er gelden bij stilzwijgende verlenging van de overeenkomst. De kantonrechter oordeelt echter dat deze onduidelijkheid er niet is. Voor de overeengekomen bepaalde tijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 zijn partijen op grond van de overeenkomst vaste tarieven overeengekomen en voor de periode vanaf 1 januari 2023 zijn partijen op grond van de algemene voorwaarden overeengekomen dat Audax variabele tarieven in rekening kan brengen. Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat van strijd met de redelijkheid en billijkheid geen sprake is.
Rechtsverwerking
5.7.
[gedaagde] doet ook een beroep op rechtsverwerking. Hij wijst daarbij op het e-mailbericht van Audax van 8 maart 2023, waarin onder meer het volgende staat: “Je hebt aangegeven dat de door jou ontvangen termijnnota met notanummer [notanummer 1] en [notanummer 2] niet correct zijn. Wij hebben dit voor je uitgezocht en geconstateerd dat de nota inderdaad niet correct is. Hiervoor onze welgemeende excuses. Uiteraard hebben wij dit gelijk voor je gecorrigeerd.” Volgens [gedaagde] blijkt hieruit dat Audax ook inzag dat de vaste tarieven nog steeds golden en volgens [gedaagde] kan Audax daarop nu niet meer terugkomen. Audax wijst er echter op dat het hierbij niet gaat om de tarieven, maar om de termijnnota’s. Deze termijnnota’s betreffen voorschotbedragen die op verzoek van de klant of op initiatief van Audax aangepast kunnen worden. Dat is dus iets anders dan de vaste of variabele tarieven. De kantonrechter overweegt dat in het e-mailbericht van 8 maart 2023 inderdaad wordt gesproken over termijnnota’s en niet over vaste of variabele tarieven. Ook uit de aan het e-mailbericht van 8 maart 2023 voorafgaande e-mailcorrespondentie volgt niet (voldoende) dat Audax zou hebben toegegeven dat de vaste tarieven nog van toepassing zijn. Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van [gedaagde] op rechtsverwerking niet.
Onvoorziene omstandigheden
5.8.
[gedaagde] beroept zich erop dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 lid 1 BW die meebrengen dat Audax naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet de ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verlangen. De kantonrechter stelt voorop dat niet snel is voldaan aan de vereisten van artikel 6:258 lid 1 BW, aangezien als uitganspunt geldt dat gemaakte afspraken nagekomen dienen te worden. Mede in dit licht is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] onvoldoende heeft geconcretiseerd waarom sprake is van onvoorziene omstandigheden die zodanig zijn dat Audax geen ongewijzigde instandhouding van de contractuele rechtsverhouding mag verwachten. [gedaagde] beroept zich in algemene bewoordingen op de energiecrisis, maar dat is onvoldoende. Dat geldt temeer nu de energiecrisis in Nederland al (ruim) voor november 2021 was begonnen. Bovendien bracht de energiecrisis mee dat energieleveranciers ook hogere inkoopprijzen moesten betalen. Bovendien heeft Audax haar klanten per e-mail heeft geïnformeerd over de geldende tarieven. Weliswaar heeft [gedaagde] het betreffende e-mailbericht niet ontvangen, maar dat komt voor zijn rekening en risico, aangezien [gedaagde] ervoor heeft gekozen om zich af te melden voor de mailinglijst van [gedaagde] . Tot slot brengt ook de aard van een overeenkomst voor bepaalde tijd mee dat niet snel geoordeeld kan worden dat dezelfde afspraken ook na de overeengekomen tijd blijven gelden. Kortom, het beroep van [gedaagde] op artikel 6:258 lid 1 BW slaagt niet.
Hoofdsom en wettelijke handelsrente
Het voorgaande brengt mee dat de door Audax gevorderde hoofdsom van € 10.647,42 toegewezen zal worden. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet zelfstandig betwist en zal eveneens worden toegewezen.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Audax te betalen een bedrag van € 11.544,98 (€ 10.647,42 + € 897,56), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.469,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.