Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-07-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:5680
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,037 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11189286 \ MB VERZ 24-517
CJIB-nummer : 4062 5422 5260 1957
uitspraakdatum : 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Vosdonk te Etten-Leur op 23 september 2022 om 08:38 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat hij voor een rood stoplicht stilstond toen hij werd gebeld door een collega. Betrokkene heeft de telefoon opgenomen en vervolgens in een telefoonhouder geplaatst. Daarnaast twijfelt betrokkene aan de betrouwbaarheid van de verklaring van de verbalisant. De verbalisant gaf bij staandehouding aan dat zijn collega betrokkene al rijdend met een telefoon in zijn rechterhand heeft zien vasthouden. Betrokkene heeft vervolgens gevraagd of de betreffende verbalisant betrokkene óók met een mobiel elektronisch apparaat heeft zien rijden, maar hier kwam geen reactie op. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat wat verbalisant heeft aangevoerd in het aanvullend proces-verbaal niet klopt. Betrokkene en verbalisant zijn elkaar namelijk tegemoetgekomen en niet gepasseerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij samen met een collega de gedraging heeft waargenomen. Betrokkene heeft al rijdend een mobiel elektronisch apparaat vastgehouden. Er bestaat geen aanleiding om aan de verklaring van verbalisant te twijfelen. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de sanctie met 25% gematigd dient te worden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het aanvullend proces-verbaal summier is en weinig aanvullende informatie bevat. De stelligheid en verklaring ter zitting van betrokkene is voldoende geloofwaardig. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: