Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-08-20
ECLI:NL:RBZWB:2025:5672
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,936 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11568538 \ CV EXPL 25-1018
Vonnis van 20 augustus 2025
in de zaak van
MAROMAX AUTOMATERIALEN B.V.,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Maromax,
gemachtigde: mr. J.N. Reijn,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1] EN [bedrijf 2],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
1.1.
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] nog een bedrag aan Maromax verschuldigd is in verband met door haar geleverde automaterialen.
1.2.
De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord met 1 productie;- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
Maromax heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] automaterialen geleverd.
3.2.
Maromax heeft in december 2020 met [gedaagde] een overeenkomst van geldlening gesloten. De geldlening is gesloten in verband met financiering van een openstaande schuld. Partijen zijn in de overeenkomst een hoofdsom van € 43.000,- overeengekomen.
3.3.
Maromax heeft in de periode van maart 2022 tot en met december 2023 een (totaal)bedrag van € 6.895,41 aan [gedaagde] in rekening gebracht in verband met door haar geleverde automaterialen.
3.4. (
De gemachtigde van) Maromax heeft [gedaagde] bij deurwaardersexploot van 2 april 2024 gesommeerd een bedrag van € 53.114,49 te voldoen. De in het deurwaardersexploot genoemde hoofdsom van € 49.889,09 bestaat uit het hiervoor genoemde bedrag van
€ 6.895,41 en € 42.993,68 ter zake onbetaald gebleven facturen van 8 januari 2024.
3.5.
[gedaagde] heeft per e-mail van 3 april 2024 bezwaar gemaakt tegen de facturen van 8 januari 2024.
Geschil
4.1.
Maromax vordert -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.615,18, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
Maromax legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Maromax heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] automaterialen geleverd, waarvoor [gedaagde] een bedrag van € 6.895,41 aan haar verschuldigd is. [gedaagde] is, ondanks herinneringen en sommaties, niet tot betaling van dit bedrag overgegaan.
4.3.
[gedaagde] voert in zijn verweer aan dat het niet kan kloppen dat hij totaal nog een bedrag van € 50.000,- aan Maromax verschuldigd is. [gedaagde] stelt dat hij wel bereid is het eind december 2023 genoemde bedrag van € 7.800,- aan Maromax te voldoen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
5.1.
Maromax vordert een bedrag van € 6.895,41 ter zake achterstallige facturen. Nu [gedaagde] tegen de (hoogte van) deze facturen geen, althans onvoldoende gemotiveerd verweer heeft gevoerd is het gevorderde bedrag in zoverre toewijsbaar. Het gevorderde bedrag valt ook binnen het bedrag dat [gedaagde] maximaal aan Maromax wil voldoen, te weten € 7.500,-.
De vraag of [gedaagde] naast het bedrag van € 6.895,41 nog andere bedragen aan Maromax verschuldigd is ligt niet in onderhavige procedure voor, zodat de kantonrechter hier in zoverre aan voorbij gaat.
De medegevorderde wettelijke handelsrente over het hiervoor genoemde bedrag van
€ 6.895,41 is als op de wet gegrond en onvoldoende weersproken eveneens toewijsbaar.
5.2.
Maromax vordert tevens vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Maromax heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Maromax heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 719,77 worden toegewezen. De medegevorderde wettelijke rente over dit bedrag is als op de wet gegrond en onvoldoende weersproken eveneens toewijsbaar.
5.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Maromax worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,06
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.479,06
5.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Maromax te betalen een bedrag van € 6.895,41, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Maromax te betalen een bedrag van € 719,77 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.479,06, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2025.