Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-08-20
ECLI:NL:RBZWB:2025:5599
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,522 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3758 WET
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
1. [verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],
3. [verzoeker 3] ,
allen uit [plaats] , verzoekers,
gemachtigde: [gemachtigde],
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk, het college,
gemachtigde: mr. N. Niederer.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de gemeente Waalwijk, de gemeente.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekers om een voorlopige voorziening te treffen naar aanleiding van het verkeersbesluit van
6 mei 2025 (hierna: het verkeersbesluit). Het verkeersbesluit ziet op [straat 1] en [straat 2] in [plaats] . Verzoeker 1 is eigenaar van de panden aan [straat 1] [huisnummer 1] tot en met [huisnummer 2] en verhuurt [huisnummer 3] en [huisnummer 2] aan verzoeker 3, die daar een kledingwinkel exploiteert. Verzoeker 2 is eigenaar van de panden aan [straat 2] [huisnummer 4] en [huisnummer 5] , waar hij onder andere een autobedrijf exploiteert. De rechtbank zal de hiervoor omschreven panden hierna gezamenlijk aanduiden als ‘panden’.
1.1.
Met het verkeersbesluit heeft het college besloten om:
“1. Een 30 km/uur zone in te stellen vanaf de aansluiting met de [straat 3] tot aan de rotonde aansluiting [straat 4]
2. Een parkeerverbod zone in te stellen vanaf de aansluiting met de [straat 3] tot aan de rotonde aansluiting [straat 4]
3. De voorrang te regelen op alle kruispunten en aansluitingen vanaf de [straat 3] tot aan de rotonde aansluiting [straat 4]
4. Voetgangersoversteekplaatsen (zebra’s) aan te leggen op een aantal locaties”.
1.2.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit en daarnaast hebben zij verzocht om een voorlopige voorziening. Het college heeft op het
verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 augustus 2025 op zitting behandeld. Verzoekers [verzoeker 2] en [verzoeker 3] hebben, bijgestaan door hun gemachtigde, aan de zitting deelgenomen. [verzoeker 1] is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Namens het college is zijn gemachtigde verschenen. De gemeente is vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] .
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat daar in deze zaak geen sprake van is. Het verzoek zal dus worden afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
3. Verzoekers zijn het niet eens met de totstandkoming van het verkeersbesluit. Het besluit is deels onbevoegd genomen doordat er bestaande parkeerruimte aan de openbare ruimte wordt onttrokken. Hiervoor is de gemeenteraad uitsluitend bevoegd. Ook is volgens hen sprake van onzorgvuldige besluitvorming door onvoldoende participatie. Daarnaast zijn zij het inhoudelijk niet eens met het instellen van een 30 kilometer per uur-zone en een parkeerverbod zone, omdat de panden hierdoor minder goed bereikbaar worden en twee derde van de parkeervakken verdwijnen. Hierdoor zullen verzoekers financiële schade lijden. Ter zitting is aangegeven dat het spoedeisend belang niet zozeer speelt bij het verkeersbesluit, maar bij de werkzaamheden op grond van ‘het reconstructiebesluit’.
4. De voorzieningenrechter oordeelt dat de situatie niet zo spoedeisend is dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. Mogelijke gebreken over de wijze van totstandkoming van het verkeersbesluit kunnen eventueel in de bezwaarfase door het college worden hersteld. Een financieel belang kan een reden zijn om een voorlopige voorziening te treffen, maar dan moet het gaan om een actuele financiële noodsituatie. Dat is hier niet aan de orde, aangezien verzoekers slechts vrezen voor mogelijke financiële schade. Bovendien ziet de voorzieningenrechter niet in dat de werkzaamheden ter uitvoering van het verkeersbesluit – het plaatsen van verkeersborden – onomkeerbaar zouden zijn.
5. Bij het ontbreken van spoedeisend belang, kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen als het besluit evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter ziet op basis van de stukken geen aanleiding om te oordelen dat het verkeersbesluit evident onrechtmatig is, dit geldt ook voor wat betreft het gestelde bevoegdheidsgebrek.
6. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2025 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gemeente Waalwijk – [kenmerk] Diverse verkeersmaatregelen als gevolg van reconstructie [straat 1] – [straat 2] .
Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.