Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-07-16
ECLI:NL:RBZWB:2025:5518
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,113 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11647201 \ CV EXPL 25-1760
Vonnis van 16 juli 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
DIGIHERO B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Digihero,
gemachtigde: Equilibristen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
1DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [gedaagde 1],
te [plaats],2. [gedaagde 2],
te [plaats],3. [gedaagde 3],
te [plaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
Digihero vordert betaling van een slotfactuur van [gedaagden] betwist dat zij de slotfactuur verschuldigd is. De kantonrechter wijst de vorderingen van Digihero af. De kantonrechter licht dit hieronder toe.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 april 2025
- de mondelinge behandeling van 8 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
Op 7 februari 2023 hebben Digihero en [gedaagde 1] een overeenkomst gesloten op basis waarvan [gedaagde 1] gedurende een periode van vijf jaar hosted telefonie-, glasvezel internet- en tv-diensten af zou nemen van Digihero.
3.2.
Op 19 april 2023 heeft Digihero aan [gedaagde 1] een slotfactuur gestuurd voor een bedrag van € 4.719,00 exclusief btw. De slotfactuur is onbetaald gebleven.
Geschil
4.1.
Digihero vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een hoofdsom van € 4.719,00, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke (handels)rente.
4.2.
[gedaagden] voeren verweer. [gedaagden] concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Digihero, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Digihero.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
5.1.
De vordering van Dighero is in de dagvaarding zo summier weergegeven dat dit leidt tot afwijzing van de vordering van Digihero.
5.2.
Digihero vordert een bedrag van € 4.719,00 van [gedaagden] Aan deze vordering legt zij, volgens de dagvaarding, het orderformulier van 7 februari 2023 ten grondslag.
5.3.
Uit het orderformulier vloeit naar het oordeel van de kantonrechter niet voort dat [gedaagde 1] het op de slotfactuur vermelde bedrag van € 4.719,00 is verschuldigd. Door Digihero zijn in de dagvaarding in het geheel geen feiten en omstandigheden gesteld op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat uit het orderformulier een slotfactuur van € 4.719,00 zou voortvloeien. Digihero is niet ter zitting verschenen zodat door haar ook op zitting geen nadere toelichting is gegeven.
5.4.
[gedaagden] betwist dat zij de slotfactuur verschuldigd is.
5.5.
Digihero heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende invulling gegeven aan de op haar rustende stelplicht wat ertoe leidt dat de kantonrechter de vorderingen van Digihero afwijst.
5.6.
Omdat de vordering van Digihero wordt afgewezen zal zij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagden] Op 8 juli 2025 is [gedaagden] naar de rechtbank gekomen om verweer te voeren. Sinds februari 2023 beveelt het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) aan dat als een gedaagde die in persoon procedeert op een zitting verschijnt (ambtshalve) een forfaitair bedrag van € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten wordt toegekend. De kantonrechter volgt deze aanbeveling en zal Digihero veroordelen tot het betalen van € 50,00 aan proceskosten van [gedaagden]
Dictum
De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Digihero af,
6.2.
veroordeelt Digihero tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] begroot op € 50,00 aan noodzakelijke reis-, verblijf- en verletkosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Broek en bij vervroeging en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.