Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-07-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:5503
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,334 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/436939 / FA RK 25-3250
Datum uitspraak: 3 juli 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[cliënt]
,
geboren op [geboortedag] 1940 in [geboorteplaats],
hierna te noemen cliënt,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen te Goes.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Daarbij zijn
gehoord:
cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
de dochter van cliënt;
- een arts verbonden aan [woonzorgcomplex];
Tevens was aanwezig een verzorgende verbonden aan [woonzorgcomplex], zij is niet gehoord.
2Wat vaststaat
2.1.
Cliënt verblijft in [woonzorgcomplex].
3Het verzoek
3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4De standpunten
4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling geeft cliënt aan dat het gaat, maar dat ze heel graag naar huis wil, naar haar man. Namens cliënt geeft de advocaat aan dat cliënt duidelijk is in haar wens naar huis te willen. Duidelijk is ook dat de familie een ander standpunt heeft; voor hen is het goed als er nu een beslissing wordt genomen.
4.2.
De arts geeft aan dat er bij cliënt sprake is van verbaal verzet. Het netwerk in de thuissituatie is overbelast. Cliënt lijkt langzaamaan te aarden in de accommodatie. Een rechterlijke machtiging zou zorgen voor zekerheid ten aanzien van de benodigde zorg. Zonder machtiging is het niet mogelijk cliënt op te nemen.
4.3.
De dochter van cliënt brengt naar voren dat er nu een soort rust en acceptatie lijkt te komen. Het is belangrijk geweest dat cliënt hier is gaan wonen. Nu hoeft de echtgenoot er niet meer uit in de nacht. Het was voor hem niet meer vol te houden.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Cliënt is gediagnosticeerd met dementie. Bij cliënt is sprake van geheugen- en inprentingsstoornissen, desoriëntatie in tijd en oordeels- en kritiekstoornissen.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
In de thuissituatie is cliënt ’s nachts erg onrustig, waardoor haar echtgenoot geen nachtrust krijgt en overbelast dreigt te raken. De situatie thuis escaleerde en was onhoudbaar geworden.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt verzet zich hiertegen. Cliënt geeft meermaals aan graag naar huis te willen; ze wil naar haar man. Bij cliënt is sprake van een ontbrekend ziektebesef en -inzicht.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [cliënt], geboren op [geboortedag] 1940 in [plaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 januari 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025 door mr De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.