Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-10
ECLI:NL:RBZWB:2025:5471
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,542 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/432071 / FA RK 25-842
Datum uitspraak: 10 maart 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. P.M.J.T. Schumans te Middelburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [naam 1], verzorgster;
dhr. [naam 2], echtgenoot;
dhr. [naam 3] en mevr. [naam 4], zoon en schoondochter.
2Het verzoek
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
3De standpunten
3.1.
Tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan dat het niet nodig is dat men zich zorgen maakt. Ze zorgt dat het huis netjes is. Betrokkene geeft aan dat er geen probleem is; ze is een beetje op leeftijd, maar er is niks aan de hand. Betrokkene is het niet eens met wat er wordt gezegd. Namens betrokkene geeft de advocaat aan dat betrokkene haar standpunt is dat opname niet nodig is; zij kan zichzelf verzorgen en het gaat goed. Zij vraagt aldus om afwijzing van het verzoek.
3.2.
De verzorgster van betrokkene heeft aangegeven dat de partner van betrokkene heel veel moeite doet om voor haar te zorgen. Dit wordt hem vaak te veel, waarbij hij dan een boze uitdrukking heeft. Betrokkene wil niet door de verzorging gewassen worden; zij mogen, overigens net als de echtgenoot, de badkamer niet in. Betrokkene krijgt twee maal per dag Oxazepam om rustig te worden.
3.3.
De echtgenoot geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat ze hem niet meer herkent als haar man. De spanning tussen hem en betrokkene moet er vanaf. Dit werkt zo niet meer.
3.4.
De zoon van betrokkene sluit zich aan bij wat er al gezegd is. Het medicijngebruik zorgt voor rust. De zoon merkt de vermoeidheid bij zijn vader. Er is veel frustratie. In de avond belt betrokkene en is ze heel onrustig en verward. De zoon begrijpt het verzoek, hoe lastig dat ook is. De schoondochter vult aan dat het niet meer gaat. Betrokkene herkent haar echtgenoot niet meer als dusdanig en er is strijd tussen hen onderling.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie, vermoedelijk Alzheimerdementie. In 2022 is de diagnose dementie door de huisarts gesteld.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
maatschappelijke teloorgang;
ernstige verwaarlozing
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
4.4.
Betrokkene is toenemend achterdochtig. Er is sprake van valgevaar en een verstoord dag- en nachtritme. De echtgenoot kan betrokkene niet alleen laten, omdat ze dan gaat dwalen. Ook herkent zij haar echtgenoot niet als dusdanig. De echtgenoot is overbelast door het continu bieden van zorg en begeleiding, hetgeen zorgt voor veel spanningen in de thuissituatie.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene vindt een opname immers niet nodig, omdat er niks met haar aan de hand is.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene weigert dagopvang. De noodzakelijke 24 uurs zorg kan door de echtgenoot niet langer worden geboden. De huidige ondersteuning is onvoldoende om de echtgenoot voldoende te ontlasten.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats];
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2025 door mr Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier en op schrift gesteld op 24 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.