Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-10
ECLI:NL:RBZWB:2025:5470
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,998 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/432390 / FA RK 25-1009
Datum uitspraak: 10 maart 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. S.J. Nijssen te Goes.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en in aanwezigheid van mevr. [naam 1], stagiaire;
mevrouw [naam 2], zorgcoördinator;
mevrouw [naam 3], de curator van betrokkene, zij is telefonisch gehoord;
dhr. [naam 4], GZ-psycholoog.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft in [accommodatie].
2.2.
Betrokkene is onder curatele gesteld.
3Het verzoek
3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan dat hij het goed zou vinden dat een machtiging wordt afgegeven, zodat kan worden ingegrepen als het niet goed met hem gaat. Namens betrokkene brengt de advocaat naar voren dat er sprake is van een vastgestelde stoornis. Daarnaast is sprake van ernstig nadeel zoals in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. Betrokkene wil niet terugvallen en is het eens met het verplichte kader. Indien het verzet dusdanig consistent wordt geacht, kan de machtiging worden verleend. De advocaat vraagt zich af of wellicht een machtiging voor de duur van drie maanden voldoende is, hetgeen tevens een blijk van vertrouwen zal geven aan betrokkene.
4.2.
De psycholoog heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het traject dat betrokkene doorloopt met vallen en opstaan verloopt. Er zijn momenten waarin het niet goed gaat met betrokkene en hij zich onttrekt aan de zorg. De afgelopen maanden is betrokkene een aantal keer weggelopen. Betrokkene is heel beïnvloedbaar. Een machtiging is nodig om op momenten de noodzakelijk geachte zorg te kunnen bieden. Op dit moment wordt gekeken naar een behandelwoning voor betrokkene. Betrokkene verblijft nu 5 á 6 jaar in een vrijwillig kader bij [accommodatie]. Betrokkene heeft nu een relatie met een andere cliënt van [accommodatie]. Binnen deze relatie kunnen ze elkaar versterken, maar soms ook zeer negatief beïnvloeden. De afgelopen maanden hebben betrokkene en zijn vriendin zich een aantal keer uit de zorg onttrokken en zijn zij weggelopen. Zij verzetten zich dan tegen verblijf en behandeling bij [accommodatie]. Het gevaar voor maatschappelijke teloorgang is mede hierdoor groter geworden. Een machtiging voor de duur van drie maanden zou heel kort zijn, zeker gezien het regelen van een doorstroomplaats.
4.3.
De zorg coördinator geeft aan dat ze met een machtiging de veiligheid van betrokkene willen waarborgen. De kans op terugval is groot. In de relatie van betrokkene versterken ze elkaar vaker negatief dan positief. Er is jaren gewerkt aan het opbouwen van een band met betrokkene, en was het mogelijk om in een vrijwillig kader het ernstig nadeel af te wenden hoewel het soms een wankel evenwicht was. Op dit moment staat hij niet meer in contact met de begeleiding. Er zijn dan ook geen afspraken te maken. Betrokkene is bezig met zijn vriendin en niet meer met de rest, hetgeen hem stagneert in zijn groei
4.4.
De curator van betrokkene geeft aan dat een machtiging voor de duur van drie maanden echt te kort is; dit geeft niet voldoende tijd om opnieuw aan een band te werken en te kijken naar een doorstroomplek.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap, danwel een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Betrokkene loopt geregeld weg en is makkelijk beïnvloedbaar. Om aan alcohol en cannabis te komen doet betrokkene dingen die strafbaar zijn. Wanneer betrokkene wegloopt of onder invloed is verwaarloost hij zichzelf en komt hij niet tot zinvolle activiteiten.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Daar waar eerst begeleiding in vrijwillig kader over het algemeen mogelijk was, onttrekt betrokkene zich nu geregeld aan de zorg en loopt bij toenemende stress weg. Hij verzet zich dan tegen verblijf en behandeling bij [accommodatie].
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.7.
De rechtbank acht de machtiging voor de duur van zes maanden noodzakelijk, gezien de stappen die de komende periode gezet moeten worden, zoals het regelen van een nieuwe woning. Een periode van drie maanden is hiervoor ontoereikend.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2025;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2025 door mr Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier en op schrift gesteld op 24 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/432390 / FA RK 25-1009
Datum uitspraak: 10 maart 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. S.J. Nijssen te Goes.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en in aanwezigheid van mevr. [naam 1], stagiaire;
mevrouw [naam 2], zorgcoördinator;
mevrouw [naam 3], de curator van betrokkene, zij is telefonisch gehoord;
dhr. [naam 4], GZ-psycholoog.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft in [accommodatie].
2.2.
Betrokkene is onder curatele gesteld.
3Het verzoek
3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan dat hij het goed zou vinden dat een machtiging wordt afgegeven, zodat kan worden ingegrepen als het niet goed met hem gaat. Namens betrokkene brengt de advocaat naar voren dat er sprake is van een vastgestelde stoornis. Daarnaast is sprake van ernstig nadeel zoals in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. Betrokkene wil niet terugvallen en is het eens met het verplichte kader. Indien het verzet dusdanig consistent wordt geacht, kan de machtiging worden verleend. De advocaat vraagt zich af of wellicht een machtiging voor de duur van drie maanden voldoende is, hetgeen tevens een blijk van vertrouwen zal geven aan betrokkene.
4.2.
De psycholoog heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het traject dat betrokkene doorloopt met vallen en opstaan verloopt. Er zijn momenten waarin het niet goed gaat met betrokkene en hij zich onttrekt aan de zorg. De afgelopen maanden is betrokkene een aantal keer weggelopen. Betrokkene is heel beïnvloedbaar. Een machtiging is nodig om op momenten de noodzakelijk geachte zorg te kunnen bieden. Op dit moment wordt gekeken naar een behandelwoning voor betrokkene. Betrokkene verblijft nu 5 á 6 jaar in een vrijwillig kader bij [accommodatie]. Betrokkene heeft nu een relatie met een andere cliënt van [accommodatie]. Binnen deze relatie kunnen ze elkaar versterken, maar soms ook zeer negatief beïnvloeden. De afgelopen maanden hebben betrokkene en zijn vriendin zich een aantal keer uit de zorg onttrokken en zijn zij weggelopen. Zij verzetten zich dan tegen verblijf en behandeling bij [accommodatie]. Het gevaar voor maatschappelijke teloorgang is mede hierdoor groter geworden. Een machtiging voor de duur van drie maanden zou heel kort zijn, zeker gezien het regelen van een doorstroomplaats.
4.3.
De zorg coördinator geeft aan dat ze met een machtiging de veiligheid van betrokkene willen waarborgen. De kans op terugval is groot. In de relatie van betrokkene versterken ze elkaar vaker negatief dan positief. Er is jaren gewerkt aan het opbouwen van een band met betrokkene, en was het mogelijk om in een vrijwillig kader het ernstig nadeel af te wenden hoewel het soms een wankel evenwicht was. Op dit moment staat hij niet meer in contact met de begeleiding. Er zijn dan ook geen afspraken te maken. Betrokkene is bezig met zijn vriendin en niet meer met de rest, hetgeen hem stagneert in zijn groei
4.4.
De curator van betrokkene geeft aan dat een machtiging voor de duur van drie maanden echt te kort is; dit geeft niet voldoende tijd om opnieuw aan een band te werken en te kijken naar een doorstroomplek.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap, danwel een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Betrokkene loopt geregeld weg en is makkelijk beïnvloedbaar. Om aan alcohol en cannabis te komen doet betrokkene dingen die strafbaar zijn. Wanneer betrokkene wegloopt of onder invloed is verwaarloost hij zichzelf en komt hij niet tot zinvolle activiteiten.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Daar waar eerst begeleiding in vrijwillig kader over het algemeen mogelijk was, onttrekt betrokkene zich nu geregeld aan de zorg en loopt bij toenemende stress weg. Hij verzet zich dan tegen verblijf en behandeling bij [accommodatie].
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.7.
De rechtbank acht de machtiging voor de duur van zes maanden noodzakelijk, gezien de stappen die de komende periode gezet moeten worden, zoals het regelen van een nieuwe woning. Een periode van drie maanden is hiervoor ontoereikend.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2025;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2025 door mr Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier en op schrift gesteld op 24 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.