Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-08-20
ECLI:NL:RBZWB:2025:5413
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,148 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11582310 \ CV EXPL 25-841
Vonnis van 20 augustus 2025
in de zaak van
AUDAX RENEWABLES NEDERLAND B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Audax,
gemachtigde: Hafkamp Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek
- akte uitlaten producties aan de zijde van Audax.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
In het pand aan de [adres] te [plaats] is een aansluiting en een meter voor de levering van elektrische energie en over de periode 1 januari 2024 t/m april 2024 is energie geleverd en afgenomen.
Geschil
3.1.
Audax vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.666,12, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Audax legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij heeft door tussenkomst van de onderneming Censo Energie B.V. een overeenkomst tot levering van elektrische energie afgesloten met [gedaagde] . [gedaagde] heeft daartoe een volmacht gegeven aan Censo Energie B.V., zo blijkt uit productie 2 bij dagvaarding. Audax heeft vervolgens elektrische energie geleverd op het aansluitadres [adres] te [plaats] . Zij heeft daarvoor 3 facturen verzonden, te weten op 6 mei 2024 over de periode mei 2024 voor € 1.487,13 (incl. btw), op 6 mei 2025 over de periode april 2025 voor € 1.487,13 (incl. btw) en op 15 mei 2024 voor € 1.691,86 (incl. btw) over de periode 2 april 2024 tot 31 mei 2024. [gedaagde] heeft deze facturen ten onrechte onbetaald gelaten, als gevolg waarvan Audax buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken waarvoor zij een vergoeding vordert van € 591,61.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Audax, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Audax, met veroordeling van Audax in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] betwist een overeenkomst te hebben met Audax, en indien mocht blijken dat Audax energie heeft geleverd op het adres aan de [adres] te [plaats] , de kosten daarvan voor rekening moet komen van de vennootschap Watshap B.V. Die vennootschap is inmiddels geliquideerd eind november 2024. Verder voert [gedaagde] aan dat niet Audax maar Eneco energie heeft geleverd op het adres. Ten slotte voert [gedaagde] aan dat de berekening van de verbruikte elektrische energie niet klopt gelet op de door Audax opgegeven beginstand en het daarmee verband houdende verbruik.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
In zijn conclusie van dupliek erkent [gedaagde] dat hij een overeenkomst voor het leveren van elektrische energie heeft afgesloten bij Audax. Hij stelt daarvan niet op de hoogte te zijn geweest, omdat hij alleen met de partij Censo Energie B.V. een overeenkomst had en een facturen ontvangen had van Eneco over de periode 8 februari 2024 tot en met 19 februari 2024 en 1 maart 2024 tot en met 31 maart 2024. Omdat [gedaagde] de overeenkomst heeft erkent, staat daarmee de grondslag van de vorderingen die zien op het verbruik van elektrische energie vast.
4.2.
Audax stelt dat zij de energielevering op 1 januari 2024 heeft overgenomen van Eneco en dat zij automatisch de meterstanden aan het slot van die levering overneemt als haar beginstand. Facturatie-technisch kan Audax niet de juiste begindatum van 1 januari 2024 op de facturen zetten, maar dat neemt niet weg dat het juiste verbruik is berekend. Omdat [gedaagde] gebruik maakt van zogenoemde ‘slimme meters’ kan Audax daar voor wat het verbruik ook niets aan veranderen.
4.3.
Audax merkt verder op dat de facturatie aanvankelijk door Eneco werd gedaan tot 1 april 2024, maar men constateerde dat [gedaagde] via Censo Energie B.V. energie af nam. Audax gaat er van uit - temeer omdat vast staat dat er maar één leverancier per meter kan bestaan – dat Eneco haar facturen zal crediteren. Over deze gang van zaken heeft Audax e-mail correspondentie overgelegd.
4.4.
Met de bovengenoemde argumenten, die [gedaagde] niet dan wel onvoldoende heeft betwist, heeft Audax het verweer van [gedaagde] voldoende weerlegd. De conclusie is dan ook dat rechtens is komen vast te staan dat Audax leverancier was van elektrische energie voor het pand aan de [adres] te [plaats] voor rekening van [gedaagde] (in persoon voor zijn onderneming Watshap Foodservice en niet voor de B.V.) over de gevorderde periode en dat de juiste hoeveelheid energie, gemeten met zogenaamde ’slimme meters’ in rekening is gebracht. Daar staat tegenover dat de kantonrechter begrip kan opbrengen voor de bij [gedaagde] ontstane onduidelijkheid omdat met de overeenkomst tussen [gedaagde] en Censo Energie B.V. niet meteen duidelijk was dat de feitelijke leverancier Audax was (die naam staat niet in de overeenkomst) en vanwege het feit dat ook Eneco over de periode facturen heeft verzonden. Naar het oordeel van de kantonrechter noopt deze constatering echter niet tot afwijzing van de vordering of verminderde toewijzing daarvan.
4.5.
Audax vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Audax heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Audax heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 591,61 worden toegewezen.
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Audax worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
677,50
(2,5 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.479,23
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Audax te betalen een bedrag van € 4.666,12, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Audax te betalen een bedrag van € 591,61 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.479,23, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2025.