Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-07-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:5250
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
849 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11260940 \ MB VERZ 24-679
CJIB-nummer : 5062 5422 6241 6733
uitspraakdatum : 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.S. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op de Koepoort te Goes op 31 oktober 2023 om 14.46 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft een gehandicaptenparkeerkaart en had deze achter de voorruit van het voertuig gelegd. De verbalisant heeft verklaard dat gehandicaptenparkeerkaart met nummer [nummer 1] niet meer geldig was. Maar het nummer van de gehandicaptenparkeerkaart van betrokkene is [nummer 2] en geldig tot 4 april 2027. Betrokkene heeft een foto van zijn gehandicaptenparkeerkaart meegezonden met het beroepschrift.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de gehandicaptenparkeerkaart eindigend op nummer [nummer 2] de eerste kaart is die betrokkene heeft ontvangen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat voldoende aannemelijk is dat de verbalisant bij het intypen van het nummer van de kaart per abuis het cijfer 2 in plaats van 3 heeft ingevuld. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: