Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-07-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:5232
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,345 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11260643 \ MB VERZ 24-661
CJIB-nummer : 8062 5422 6109 0683
uitspraakdatum : 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.S. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Reuzenhoeksedijk te Terneuzen op 14 september 2023 om 15.59 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is op de parkeerplaats bij de bouwmarkt aangehouden door de politie omdat hij een telefoon in zijn handen zou hebben gehad. Betrokkene had echter geen mobiele telefoon bij zich, deze lag thuis. De wijze waarop de politieagent tegen betrokkene sprak was niet netjes. Betrokkene zou dan ook graag een klacht willen indienen over het gedrag van de politieagent.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd niet op de Reuzenhoeksedijk in Terneuzen te hebben gereden. Betrokkene heeft in een auto met grijs kenteken gereden ten tijde van constatering van de verweten gedraging. Vanwege de deels gesloten inrichting van het voertuig was het niet mogelijk voor de verbalisant om betrokkene te hebben zien bellen. Betrokkene had tijdens het rijden ook geen ander voorwerp in zijn handen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het verweer van betrokkene staat lijnrecht tegenover de verklaring van de verbalisant. De zittingsvertegenwoordiger hecht toch meer waarde aan de duidelijke verklaring van de verbalisant over de wijze waarop de gedraging is geconstateerd. Het is duidelijk dat er sprake was van het vasthouden van een mobiele telefoon. Indien een verbalisant onjuiste waarheden zou noteren zou dit verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de verbalisant. Er is geen reden te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen telefoon maar ook geen ander voorwerp in zijn handen vast te hebben gehouden, geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant kwam in tegenstelde richting rijden en zag duidelijk dat betrokkene een mobiele telefoon met zijn rechterhand vasthield en tegen zijn oor hield. De verbalisant heeft, na staandehouding, de mobiele telefoon herkend als het apparaat dat betrokkene tijdens het rijden heeft vastgehouden.
De boete is dus terecht opgelegd.
Het handelen van de verbalisant staat los van de beschikking. Betrokkene kan hierover een klacht indienen bij de opsporingsinstantie.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.