Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-30
ECLI:NL:RBZWB:2025:4665
Civiel recht
Bodemzaak
863 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10629510 \ CV EXPL 23-1855
Vonnis van 30 april 2025
in de zaak van
[huurder]
,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mr. R. Zwamborn,
tegen
STICHTING ZEEUWLAND,
te Zierikzee,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Zeeuwland,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 oktober 2024 met de daarin genoemde stukken,- het bericht van 6 februari 2025 van Zeeuwland,
- het bericht van 27 februari 2025 van [huurder] ,
- de akte uitlaten in reconventie, tevens akte wijzing van eis in reconventie van Zeeuwland met producties,
- de akte uitlaten van [huurder] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
In reconventie
2.1.
Bij vonnis van 2 oktober 2024 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan voor wat betreft de vordering in conventie. Voor wat betreft de vordering in reconventie is de zaak aangehouden in afwachting van de uitspraak van de procedure ex artikel 12 lid 5 UHW tussen partijen bij de Huurcommissie.
2.2.
De Huurcommissie heeft op 9 september 2024 uitspraak gedaan op het verzet van [huurder] . Daaruit volgt dat de Huurcommissie heeft geoordeeld dat het gebrek is hersteld en dat de verhuurder de geldende huurprijs van € 622,36 per maand vanaf 1 augustus 2023 weer aan de huurder mag vragen. De kantonrechter is, ondanks het tussenvonnis van 2 oktober 2024, pas bij akte van 14 maart 2025 over de uitspraak van Huurcommissie geïnformeerd.
2.3.
Bij akte heeft Zeeuwland haar vordering in reconventie gewijzigd, in die zin dat zij alleen nog veroordeling van [huurder] in de proceskosten vordert. Op deze akte is door [huurder] gereageerd dat Zeeuwland in de proceskosten in reconventie dient te worden veroordeeld. Gelet op de gewijzigde vordering in reconventie oordeelt de kantonrechter alleen over de proceskosten. De uitspraak van de Huurcommissie leidt ertoe dat [huurder] vanaf 1 augustus 2023 te weinig huur heeft betaald en er dus vanaf die datum een huurachterstand bestond. Uit de aktes van partijen begrijpt de kantonrechter dat partijen de huurachterstand hebben verrekend met het bedrag dat Zeeuwland op basis van het vonnis in conventie aan [huurder] is verschuldigd. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
in reconventie
3.1.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.