Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-10
ECLI:NL:RBZWB:2025:4639
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
916 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer: 10872854 \ MB VERZ 24-22
CJIB-nummer: 8062 5422 5486 5524
uitspraakdatum: 10 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 15 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) geconstateerd door middel van trajectcontrole op de A58 te Roosendaal op 1 januari 2023 om 08.27 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene vond het rechtvaardig om op dat tijdstip en met die verkeersintensiteit met die snelheid te rijden om tijdig in het ziekenhuis te zijn voor het sterven van haar schoonvader. Betrokkene heeft zeer zeker niet onverantwoordelijk gereden.
Ter zitting heeft betrokkene hier geen andere gronden aan toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene zijn verweer voldoende onderbouwd heeft met stukken. De boete is terecht opgelegd maar gelet op de omstandigheden ziet de zittingsvertegenwoordiger reden de sanctie te matigen naar nihil.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet ontkend door betrokkene.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen, gelet op de aangevoerde omstandigheden. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 135,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: