Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-29
ECLI:NL:RBZWB:2025:4469
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,183 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10104689 \ MB VERZ 22-829
CJIB-nummer : 1062 5422 3877 9712
uitspraakdatum : 29 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] N.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en bij het toekennen van de proceskostenvergoeding onderhavige zaak als samenhangend met 10 andere zaken aangemerkt.. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Appjection B.V. is [naam] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie ten onrechte beroepschriften als samenhangend heeft aangemerkt bij het vergoeden van de proceskosten.
Van een extra inspanning hoeft geen sprake te zijn bij het aanmerken van samenhangende zaken en er moet sprake zijn van nagenoeg identieke werkzaamheden. Het gaat om 11 zaken met onder andere allerlei verschillende feitencomplexen, pleeglocaties, tijdstippen. In de verweren is op de betreffende situaties ingegaan middels verweren die relevant zijn voor de betreffende situaties. Het parket CVOM wist en had kunnen weten dat het toekennen van een proceskostenvergoeding en daarbij zaken als samenhangend te beschouwen, uit de jurisprudentie blijkt dat dat geen kans van slagen heeft als er beroep hiertegen wordt ingesteld. Er dient dan ook een hoger bedrag te worden vastgesteld op grond van artikel 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding en om wegingsfactor licht toe te passen in plaats van zeer licht bij het toekennen hiervan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren nu in een andere zaak de kantonrechter heeft geoordeeld dat er geen sprake was van samenhang.
Overwegingen
De kantonrechter is met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken bij het administratief beroep. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 10 andere zaken aangenomen. Het beroep is gelet hierop gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De proceskostenvergoeding voor het administratief beroep is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 400,50 / 11 = € 36,41, zodat de nabetaling € 287,09 bedraagt.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
€ 453,50
Er zal een totale proceskostenvergoeding van € 740,59 worden toegekend.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 740,59 (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: