Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-29
ECLI:NL:RBZWB:2025:4467
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,036 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10898623 \ MB VERZ 24-69
CJIB-nummer : 8062 5422 5073 7875
uitspraakdatum : 29 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Skandara B.V. is mr. B. de Jong verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rykweg (A16) te Prinsenbeek op 20 juni 2022 om 21.20 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht. Betrokkene heeft geen elektronisch mobiel elektronisch apparaat vastgehouden tijdens het rijden. Het is niet duidelijk op welke wijze de verbalisant de gedraging heeft geconstateerd. Betrokkene heeft vanaf het begin al ontkend een telefoon in zijn handen te hebben gehad. Als de redelijke termijn is overschreden, dient de sanctie te worden gematigd. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hier geen ander verweer aan toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft consistent aangevoerd geen mobiele telefoon te hebben vastgehouden. Gelet op het tijdsverloop is er geen reden nu alsnog een aanvullend proces-verbaal op te vragen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene bij zowel de staande houding als in het beroep bij de officier van justitie en de kantonrechter aangevoerd heeft geen mobiele telefoon vast te hebben gehouden. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
totaal € 1.230,50
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 359,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: