Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-22
ECLI:NL:RBZWB:2025:4417
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,188 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11092359 \ MB VERZ 24-353
CJIB-nummer : 0062 5422 5425 7207
uitspraakdatum : 5 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam 1] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Appjection B.V. is
[naam 2] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder van een voertuig rijden terwijl verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet aan vereiste kleur voldoen op de Roosendaalseweg te Etten-Leur op 3 december 2022 om 19.13 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De boete is uitgeschreven omdat de knipperlichten continu zachtjes branden, zoals bijvoorbeeld bij vrachtwagens. Niet omdat de kleur niet zou voldoen want de knipperlichten zijn gewoon oranje.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat op de foto’s te zien is dat het ene licht wel brandt, maar het andere licht niet. Het voertuig voldoet aan de eisen van hoofdstuk 5 van de RV. Het tweede artikel van de verbalisant slaat niet op personenauto’s en daarom wordt de gebruikte feitcode en de waarneming in twijfel getrokken. Subsidiair wordt verzocht het sanctiebedrag te matigen omdat de redelijke termijn is overschreden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en verwijst naar een uitspraak van rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025. In deze uitspraak gaat het over een soort gelijke situatie. In deze zaak gaat het er om dat de verlichting een verkeerde kleur heeft. Er zijn meerdere feitcodes mogelijk om toe te passen. De foto’s waar gemachtigde naar verwijst zijn foto’s van betrokkene zelf.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat de stukken in het dossier - met name de foto’s van betrokkene zelf – aanleiding geven voor twijfel of dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, wel is verricht. Op die foto’s is te zien dat de betreffende oranje lichten alleen fel oplichten bij richting aangeven.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd aanleiding om betrokkene het voordeel van de twijfel te geven waarbij de gedraging onvoldoende vaststaat.
De boete is dus onterecht opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt vernietigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
totaal € 1.230,50
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: