Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:4374
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
9,124 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11306200 CV EXPL 24-3150
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiser 2],
te Eede,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. N.P.M. Planthof,
tegen
VERWARMING & ELEKTRA SERVICE ZEELAND V.O.F.,
te Aardenburg,alsmede haar vennoten:
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: V&ES Zeeland,
gemachtigde: mr. L.E. van Hevele.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 november 2024 en alle daarin genoemde stukken;
- de aanvullende productie 20 van [eisers] ;
- de mondelinge behandeling van 8 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
V&ES Zeeland heeft in opdracht van [eisers] werkzaamheden verricht in zijn woning.
2.2.
V&ES Zeeland heeft voor deze werkzaamheden verschillende facturen aan [eisers] gestuurd. De facturen van 24 november 2021, 24 maart 2022 en 4 april 2022 heeft [eisers] betaald.
2.3.
[eisers] is op 15 juli 2022 in de woning gaan wonen en heeft verschillende gebreken geconstateerd, waarover partijen hebben gecorrespondeerd.
2.4.
De factuur van 23 juli 2022 van € 545,86 heeft [eisers] onbetaald gelaten.
2.5.
Op 20 oktober 2022 heeft [eisers] V&ES Zeeland verzocht de overeenkomst na te komen en de werkzaamheden juist uit te voeren dan wel te herstellen.
2.6.
In reactie op deze brief deelt V&ES Zeeland op 31 oktober 2022 mee dat de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd. De werkzaamheden zijn opgeleverd en in orde bevonden.
2.7.
Op 10 mei 2023 heeft de heer [deskundige] de werkzaamheden geïnspecteerd. Beide partijen zijn (deels) aanwezig geweest bij dit expertisebezoek. Het definitieve expertiserapport is uitgebracht op 5 februari 2024. [deskundige] heeft de herstelkosten begroot op € 2.733,30.
2.8.
Op 5 juni 2024 heeft [installateur] een offerte uitgebracht voor de herstelwerkzaamheden. [installateur] begroot de kosten voor deze werkzaamheden op € 5.182,-.
2.9.
Per brief van 12 juli 2024 heeft [eisers] aanspraak gemaakt op vervangende schadevergoeding van € 5.182,-.
Geschil
3.1.
[eisers] vordert dat V&ES Zeeland hoofdelijk wordt veroordeeld tot het betalen van
€ 5.182,- aan vervangende schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert [eisers] dat V&ES Zeeland hoofdelijk wordt veroordeeld tot het betalen van de expertisekosten van € 6.757,38, vermeerderd met de wettelijke rente. Bovendien vordert [eisers] dat V&ES Zeeland hoofdelijk wordt veroordeeld tot het betalen van de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Tot slot wil [eisers] de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
3.2.
[eisers] legt aan zijn vordering tot vervangende schadevergoeding ten grondslag dat V&ES Zeeland de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd.
3.3.
V&ES Zeeland voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het verweer van V&ES Zeeland dat de vordering van [eisers] is verjaard, wordt gepasseerd. V&ES Zeeland voert aan dat de verjaringstermijn is gaan lopen op 11 augustus 2022 omdat toen door V&ES Zeeland is meegedeeld niet aan het verzoek tot herstel van [eisers] te voldoen. [eisers] heeft per brief van 20 oktober 2022 V&ES Zeeland aangesproken tot herstel van de gebreken waardoor een mogelijke verjaringstermijn is gestuit. Bovendien heeft [eisers] op 12 juli 2024 de verbintenis tot nakoming omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. De dagvaarding is vervolgens tijdig uitgebracht.
4.2.
Het verweer van V&ES Zeeland dat de werkzaamheden stilzwijgend als opgeleverd moeten worden beschouwd, omdat [eisers] in de woning is gaan wonen, slaagt niet. [eisers] heeft binnen redelijke termijn na het betrekken van de woning aan V&ES Zeeland meegedeeld dat een aantal werkzaamheden niet goed is uitgevoerd. [eisers] heeft daarmee de werkzaamheden geweigerd onder aanwijzing van de gebreken.
4.3.
[eisers] heeft voldoende onderbouwd dat V&ES Zeeland op een aantal punten in de uitvoering van haar werkzaamheden is tekortgeschoten. Met verwijzing naar de bevindingen in het rapport van [deskundige] , is gebleken dat de uitgevoerde werkzaamheden op diverse punten gebreken vertonen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de juistheid dan wel de betrouwbaarheid van de constateringen en conclusies van [deskundige] te twijfelen. V&ES Zeeland heeft geen (tegen)rapport in het geding gebracht en de bevindingen van [deskundige] op verschillende punten onvoldoende weersproken.
4.4.
[eisers] vordert in deze procedure betaling van schadevergoeding. Voor zover nakoming niet blijvend onmogelijk is, moet V&ES Zeeland voor de toewijsbaarheid van een schadevergoeding in verzuim zijn geraakt. In reactie op het verzoek gebreken te herstellen deelt V&ES Zeeland mee dat alles in orde was. Overigens had V&ES Zeeland per e-mail in augustus 2022 al laten weten niet over te zullen gaan tot herstel. Uit deze mededelingen heeft [eisers] mogen afleiden dat V&ES Zeeland niet zou nakomen. V&ES Zeeland is daardoor in verzuim geraakt.
4.5.
Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding, baseert [eisers] zich op een door hem overgelegde offerte van 11 juni 2024, waarin [installateur] de totale herstelkosten begroot op € 5.182,-. Deze offerte wordt als uitgangspunt genomen omdat dit de kosten zijn die [eisers] moet betalen indien hij de gebreken door een derde laat herstellen. Hierna worden de schadeposten afzonderlijk besproken en beoordeeld.
Post 1. Toilet begane grond (vacuümtrekken bij doorspoelen)
[deskundige] heeft dit gebrek niet vastgesteld. Volgens [installateur] moet eerst een rioolinspectie worden uitgevoerd. Hierdoor staat onvoldoende vast dat dit een gebrek is en wat de herstelkosten daarvan zouden bedragen.
Post 2. Wastafel doucheruimte
[eisers] stelt dat de wastafel 5 cm te hoog is gemonteerd. Dit standpunt is onvoldoende onderbouwd. De normale bevestigingshoogte van een wastafel bedraagt 90 cm. Vaststaat dat de wastafel op deze hoogte door V&ES Zeeland is gemonteerd. In de stukken zijn geen aanknopingspunten gevonden waaruit blijkt dat een lagere montagehoogte is overeengekomen. De herstelkosten van € 306,- zijn niet toewijsbaar.
Post 3. Glazen douchewand
[deskundige] heeft geconcludeerd dat de glazen douchewand niet is voorzien van een waterafstotende (Nano)coating. V&ES Zeeland heeft deze conclusie onvoldoende gemotiveerd betwist. V&ES Zeeland voert weliswaar aan dat [deskundige] de test niet op een juiste wijze heeft uitgevoerd maar heeft dit standpunt niet verder onderbouwd. Daarnaast wijst V&ES Zeeland op een factuur en een e-mail van Tegeldepot.nl waaruit zou blijken dat een douchewand met Nanocoating is besteld. Dit is echter onvoldoende om aan te nemen dat dit de douchewand is die geplaatst is bij [eisers] . Het in de offerte van [installateur] geoffreerde bedrag van € 1.490,- is onvoldoende onderbouwd en komt de kantonrechter onredelijk hoog voor. Uit de offerte van V&ES Zeeland blijkt dat een bedrag van € 396,65 excl. btw in rekening is gebracht voor de levering van een douchewand. De kosten voor het (opnieuw) afkitten van de naden bedragen € 105,-. Bij het plaatsen van een nieuwe douchewand komen hierbij ook nog de kosten van het demonteren en afvoeren van de huidige douchewand en de kosten van het inmeten. De herstelkosten worden dan ook geschat op € 750,-.
Post 4. Plaatsen waterslagdemper
[eisers] heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet plaatsen van een waterslagdemper een tekortkoming in de uitvoering van de werkzaamheden van V&ES Zeeland oplevert. De herstelkosten van € 190,- zijn niet toewijsbaar.
Post 5. Fonteinkranen afstellen
Het ligt op de weg van de installateur om ervoor te zorgen dat de kranen dezelfde afstelling hebben. Vaststaat dat het ene kraantje langer doorloopt dan het andere kraantje. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat [eisers] de instellingen van de kraantjes zelf heeft aangepast. Dit standpunt is door V&ES Zeeland onvoldoende onderbouwd. De herstelkosten van € 47,50 zijn toewijsbaar.
Post 6. Fonteintje begane grond afkitten en bevestiging vervangen
[eisers] heeft onvoldoende onderbouwd dat het afkitten van het fonteintje op de begane grond onder de opdracht van V&ES Zeeland viel, zodat deze herstelkosten niet toewijsbaar zijn. Verder heeft [deskundige] geconstateerd dat de bevestiging van de fonteintjes - zowel op de begane grond als op de eerste verdieping - niet deugdelijk is en de gebruikte kunststofringen moeten worden vervangen door metalen ringen. De kantonrechter neemt dit standpunt van de deskundige over. Het feit dat kunststofringen kennelijk worden meegeleverd, maakt niet dat als daar gebruik van wordt gemaakt dit geen gebrek zou kunnen opleveren. De herstelkosten bedragen € 65,-. Dit bedrag is toewijsbaar.
Post 7. Vervangen wandcloset begane grond
[deskundige] heeft geconcludeerd dat op de eerste verdieping een ander type toiletpot is gemonteerd dan op de offerte staat. Omdat een duurder exemplaar is geleverd en gemonteerd, is de kantonrechter van oordeel dat [eisers] hierdoor geen schade heeft geleden. De gevorderde herstelkosten van € 1.220,- zijn niet toewijsbaar.
Post 8. Vulkraan cv installatie
[deskundige] heeft vastgesteld dat deze cv kraan is doorgedraaid. Dit is een gebrek. [eisers] heeft deze kraan inmiddels laten vervangen voor een bedrag van € 98,-. Dit bedrag is toewijsbaar.
Post 9. Mechanische ventilatie
[deskundige] heeft geconcludeerd dat niet het ventilatiesysteem is geleverd dat op de offerte staat. Verder heeft [deskundige] geconstateerd dat het ventilatiesysteem niet naar behoren functioneert. V&ES Zeeland heeft ter zitting meegedeeld dat de diameter van de buis te smal was om het door [eisers] gewenste ventilatiesysteem te monteren. [eisers] heeft per
e-mail akkoord gegeven voor het plaatsen van een ander ventilatiesysteem. Het had op de weg van V&ES Zeeland gelegen om als professionele partij [eisers] te waarschuwen voor eventuele problemen die zouden kunnen ontstaan door de keuze voor een ander ventilatiesysteem. Niet is gesteld en ook is niet gebleken dat V&ES Zeeland aan haar waarschuwingsplicht heeft voldaan. De herstelkosten van € 465,- zijn toewijsbaar.
Post 10.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt V&ES Zeeland hoofdelijk tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 1.302,64, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 26 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt V&ES Zeeland hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 195,40 aan buitengerechtelijke kosten;
5.3.
veroordeelt V&ES Zeeland hoofdelijk om aan [eisers] te betalen € 2.800,- aan kosten voor de partijdeskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024;
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2. en 5.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11306200 CV EXPL 24-3150
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiser 2],
te Eede,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. N.P.M. Planthof,
tegen
VERWARMING & ELEKTRA SERVICE ZEELAND V.O.F.,
te Aardenburg,alsmede haar vennoten:
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: V&ES Zeeland,
gemachtigde: mr. L.E. van Hevele.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 november 2024 en alle daarin genoemde stukken;
- de aanvullende productie 20 van [eisers] ;
- de mondelinge behandeling van 8 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
V&ES Zeeland heeft in opdracht van [eisers] werkzaamheden verricht in zijn woning.
2.2.
V&ES Zeeland heeft voor deze werkzaamheden verschillende facturen aan [eisers] gestuurd. De facturen van 24 november 2021, 24 maart 2022 en 4 april 2022 heeft [eisers] betaald.
2.3.
[eisers] is op 15 juli 2022 in de woning gaan wonen en heeft verschillende gebreken geconstateerd, waarover partijen hebben gecorrespondeerd.
2.4.
De factuur van 23 juli 2022 van € 545,86 heeft [eisers] onbetaald gelaten.
2.5.
Op 20 oktober 2022 heeft [eisers] V&ES Zeeland verzocht de overeenkomst na te komen en de werkzaamheden juist uit te voeren dan wel te herstellen.
2.6.
In reactie op deze brief deelt V&ES Zeeland op 31 oktober 2022 mee dat de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd. De werkzaamheden zijn opgeleverd en in orde bevonden.
2.7.
Op 10 mei 2023 heeft de heer [deskundige] de werkzaamheden geïnspecteerd. Beide partijen zijn (deels) aanwezig geweest bij dit expertisebezoek. Het definitieve expertiserapport is uitgebracht op 5 februari 2024. [deskundige] heeft de herstelkosten begroot op € 2.733,30.
2.8.
Op 5 juni 2024 heeft [installateur] een offerte uitgebracht voor de herstelwerkzaamheden. [installateur] begroot de kosten voor deze werkzaamheden op € 5.182,-.
2.9.
Per brief van 12 juli 2024 heeft [eisers] aanspraak gemaakt op vervangende schadevergoeding van € 5.182,-.
Geschil
3.1.
[eisers] vordert dat V&ES Zeeland hoofdelijk wordt veroordeeld tot het betalen van
€ 5.182,- aan vervangende schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert [eisers] dat V&ES Zeeland hoofdelijk wordt veroordeeld tot het betalen van de expertisekosten van € 6.757,38, vermeerderd met de wettelijke rente. Bovendien vordert [eisers] dat V&ES Zeeland hoofdelijk wordt veroordeeld tot het betalen van de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Tot slot wil [eisers] de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
3.2.
[eisers] legt aan zijn vordering tot vervangende schadevergoeding ten grondslag dat V&ES Zeeland de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd.
3.3.
V&ES Zeeland voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het verweer van V&ES Zeeland dat de vordering van [eisers] is verjaard, wordt gepasseerd. V&ES Zeeland voert aan dat de verjaringstermijn is gaan lopen op 11 augustus 2022 omdat toen door V&ES Zeeland is meegedeeld niet aan het verzoek tot herstel van [eisers] te voldoen. [eisers] heeft per brief van 20 oktober 2022 V&ES Zeeland aangesproken tot herstel van de gebreken waardoor een mogelijke verjaringstermijn is gestuit. Bovendien heeft [eisers] op 12 juli 2024 de verbintenis tot nakoming omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. De dagvaarding is vervolgens tijdig uitgebracht.
4.2.
Het verweer van V&ES Zeeland dat de werkzaamheden stilzwijgend als opgeleverd moeten worden beschouwd, omdat [eisers] in de woning is gaan wonen, slaagt niet. [eisers] heeft binnen redelijke termijn na het betrekken van de woning aan V&ES Zeeland meegedeeld dat een aantal werkzaamheden niet goed is uitgevoerd. [eisers] heeft daarmee de werkzaamheden geweigerd onder aanwijzing van de gebreken.
4.3.
[eisers] heeft voldoende onderbouwd dat V&ES Zeeland op een aantal punten in de uitvoering van haar werkzaamheden is tekortgeschoten. Met verwijzing naar de bevindingen in het rapport van [deskundige] , is gebleken dat de uitgevoerde werkzaamheden op diverse punten gebreken vertonen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de juistheid dan wel de betrouwbaarheid van de constateringen en conclusies van [deskundige] te twijfelen. V&ES Zeeland heeft geen (tegen)rapport in het geding gebracht en de bevindingen van [deskundige] op verschillende punten onvoldoende weersproken.
4.4.
[eisers] vordert in deze procedure betaling van schadevergoeding. Voor zover nakoming niet blijvend onmogelijk is, moet V&ES Zeeland voor de toewijsbaarheid van een schadevergoeding in verzuim zijn geraakt. In reactie op het verzoek gebreken te herstellen deelt V&ES Zeeland mee dat alles in orde was. Overigens had V&ES Zeeland per e-mail in augustus 2022 al laten weten niet over te zullen gaan tot herstel. Uit deze mededelingen heeft [eisers] mogen afleiden dat V&ES Zeeland niet zou nakomen. V&ES Zeeland is daardoor in verzuim geraakt.
4.5.
Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding, baseert [eisers] zich op een door hem overgelegde offerte van 11 juni 2024, waarin [installateur] de totale herstelkosten begroot op € 5.182,-. Deze offerte wordt als uitgangspunt genomen omdat dit de kosten zijn die [eisers] moet betalen indien hij de gebreken door een derde laat herstellen. Hierna worden de schadeposten afzonderlijk besproken en beoordeeld.
Post 1. Toilet begane grond (vacuümtrekken bij doorspoelen)
[deskundige] heeft dit gebrek niet vastgesteld. Volgens [installateur] moet eerst een rioolinspectie worden uitgevoerd. Hierdoor staat onvoldoende vast dat dit een gebrek is en wat de herstelkosten daarvan zouden bedragen.
Post 2. Wastafel doucheruimte
[eisers] stelt dat de wastafel 5 cm te hoog is gemonteerd. Dit standpunt is onvoldoende onderbouwd. De normale bevestigingshoogte van een wastafel bedraagt 90 cm. Vaststaat dat de wastafel op deze hoogte door V&ES Zeeland is gemonteerd. In de stukken zijn geen aanknopingspunten gevonden waaruit blijkt dat een lagere montagehoogte is overeengekomen. De herstelkosten van € 306,- zijn niet toewijsbaar.
Post 3. Glazen douchewand
[deskundige] heeft geconcludeerd dat de glazen douchewand niet is voorzien van een waterafstotende (Nano)coating. V&ES Zeeland heeft deze conclusie onvoldoende gemotiveerd betwist. V&ES Zeeland voert weliswaar aan dat [deskundige] de test niet op een juiste wijze heeft uitgevoerd maar heeft dit standpunt niet verder onderbouwd. Daarnaast wijst V&ES Zeeland op een factuur en een e-mail van Tegeldepot.nl waaruit zou blijken dat een douchewand met Nanocoating is besteld. Dit is echter onvoldoende om aan te nemen dat dit de douchewand is die geplaatst is bij [eisers] . Het in de offerte van [installateur] geoffreerde bedrag van € 1.490,- is onvoldoende onderbouwd en komt de kantonrechter onredelijk hoog voor. Uit de offerte van V&ES Zeeland blijkt dat een bedrag van € 396,65 excl. btw in rekening is gebracht voor de levering van een douchewand. De kosten voor het (opnieuw) afkitten van de naden bedragen € 105,-. Bij het plaatsen van een nieuwe douchewand komen hierbij ook nog de kosten van het demonteren en afvoeren van de huidige douchewand en de kosten van het inmeten. De herstelkosten worden dan ook geschat op € 750,-.
Post 4. Plaatsen waterslagdemper
[eisers] heeft onvoldoende onderbouwd dat het niet plaatsen van een waterslagdemper een tekortkoming in de uitvoering van de werkzaamheden van V&ES Zeeland oplevert. De herstelkosten van € 190,- zijn niet toewijsbaar.
Post 5. Fonteinkranen afstellen
Het ligt op de weg van de installateur om ervoor te zorgen dat de kranen dezelfde afstelling hebben. Vaststaat dat het ene kraantje langer doorloopt dan het andere kraantje. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat [eisers] de instellingen van de kraantjes zelf heeft aangepast. Dit standpunt is door V&ES Zeeland onvoldoende onderbouwd. De herstelkosten van € 47,50 zijn toewijsbaar.
Post 6. Fonteintje begane grond afkitten en bevestiging vervangen
[eisers] heeft onvoldoende onderbouwd dat het afkitten van het fonteintje op de begane grond onder de opdracht van V&ES Zeeland viel, zodat deze herstelkosten niet toewijsbaar zijn. Verder heeft [deskundige] geconstateerd dat de bevestiging van de fonteintjes - zowel op de begane grond als op de eerste verdieping - niet deugdelijk is en de gebruikte kunststofringen moeten worden vervangen door metalen ringen. De kantonrechter neemt dit standpunt van de deskundige over. Het feit dat kunststofringen kennelijk worden meegeleverd, maakt niet dat als daar gebruik van wordt gemaakt dit geen gebrek zou kunnen opleveren. De herstelkosten bedragen € 65,-. Dit bedrag is toewijsbaar.
Post 7. Vervangen wandcloset begane grond
[deskundige] heeft geconcludeerd dat op de eerste verdieping een ander type toiletpot is gemonteerd dan op de offerte staat. Omdat een duurder exemplaar is geleverd en gemonteerd, is de kantonrechter van oordeel dat [eisers] hierdoor geen schade heeft geleden. De gevorderde herstelkosten van € 1.220,- zijn niet toewijsbaar.
Post 8. Vulkraan cv installatie
[deskundige] heeft vastgesteld dat deze cv kraan is doorgedraaid. Dit is een gebrek. [eisers] heeft deze kraan inmiddels laten vervangen voor een bedrag van € 98,-. Dit bedrag is toewijsbaar.
Post 9. Mechanische ventilatie
[deskundige] heeft geconcludeerd dat niet het ventilatiesysteem is geleverd dat op de offerte staat. Verder heeft [deskundige] geconstateerd dat het ventilatiesysteem niet naar behoren functioneert. V&ES Zeeland heeft ter zitting meegedeeld dat de diameter van de buis te smal was om het door [eisers] gewenste ventilatiesysteem te monteren. [eisers] heeft per
e-mail akkoord gegeven voor het plaatsen van een ander ventilatiesysteem. Het had op de weg van V&ES Zeeland gelegen om als professionele partij [eisers] te waarschuwen voor eventuele problemen die zouden kunnen ontstaan door de keuze voor een ander ventilatiesysteem. Niet is gesteld en ook is niet gebleken dat V&ES Zeeland aan haar waarschuwingsplicht heeft voldaan. De herstelkosten van € 465,- zijn toewijsbaar.
Post 10.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt V&ES Zeeland hoofdelijk tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 1.302,64, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 26 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt V&ES Zeeland hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 195,40 aan buitengerechtelijke kosten;
5.3.
veroordeelt V&ES Zeeland hoofdelijk om aan [eisers] te betalen € 2.800,- aan kosten voor de partijdeskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024;
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2. en 5.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.
Beoordeling
Bedieningspaneel wandcloset begane grond en 1e etage
Ter zitting heeft [eisers] deze schadepost ingetrokken.
Post 11. Tegelwerk toilet begane grond
[eisers] moet voor deze werkzaamheden een tegelzetter inschakelen volgens [deskundige] . In de offerte van [installateur] is voor deze werkzaamheden geen bedrag genoemd. Deze schadepost is dan ook niet toewijsbaar.
Post 12. Vervangen wastafelkraan badkamer
[deskundige] heeft vastgesteld dat de kraan van de wastafel in de doucheruimte een te korte uitloop heeft. Ter zitting heeft V&ES Zeeland aangegeven dat [eisers] deze kraan zelf heeft uitgekozen. V&ES Zeeland had als deskundige [eisers] moeten waarschuwen dat hij voor een te korte kraan had gekozen. Niet is gesteld of gebleken dat V&ES Zeeland hiervoor heeft gewaarschuwd. De herstelkosten van € 423,- zijn toewijsbaar.
Post 13. Vervangen afvoer dubbele spoelbak keuken
Post 14. Afwerking doorvoer gaskraan e.d. en vervangen gaskraan voor een haakse uitvoering
[deskundige] heeft geconcludeerd dat de afvoer van de spoelbakken met een U-vorm aan elkaar zijn verbonden terwijl dit een Y-vorm had moeten zijn. Ten aanzien van de afwerking van de doorvoer van de gaskraan is door [deskundige] geconstateerd dat de rozetten ontbreken en dat de afvoerleiding niet geheel is gekit. [eisers] heeft, gelet op de gemotiveerde betwisting door V&ES Zeeland, onvoldoende onderbouwd dat deze werkzaamheden onder opdracht vielen. Deze herstelkosten zijn niet toewijsbaar.
Post 15. Waterslot douchegoot
Post 16. Plaatsen 2 wegklep in de aanvoer van de cv-ketel i.v.m. vloerverwarming
Deze schadeposten zijn ter zitting door [eisers] ingetrokken.
4.6.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, bedraagt de totale schade:
- Glazen douchewand € 750,00
- Fonteinkranen afstellen € 47,50
- Fonteintje begane grond afkitten en bevestiging vervangen € 65,00
- Vulkraan cv installatie € 98,00
- Mechanische ventilatie € 465,00
- Vervangen wastafelkraan badkamer € 423,00
Totaal (inclusief btw) € 1.848,50
4.7.
Hieruit volgt dat V&ES Zeeland in beginsel een bedrag van € 1.848,50 aan schade aan [eisers] moet betalen. Hierop strekt een bedrag van € 545,86 in mindering omdat het beroep van V&ES Zeeland op verrekening slaagt. Het bedrag ziet op de factuur van
23 juli 2022 die [eisers] onbetaald heeft gelaten. Dit betekent dat V&ES Zeeland een bedrag van € 1.302,64 (€ 1.848,50 minus € 545,86) aan schade aan [eisers] moet betalen.
4.8.
V&ES Zeeland is wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding verschuldigd vanaf 26 juli 2024 (de datum waarop V&ES Zeeland met de betaling van de vervangende schadevergoeding in verzuim is geraakt) tot de voldoening.
4.9.
[eisers] maakt aanspraak op betaling van een bedrag van € 6.757,38 aan expertisekosten. Op grond van artikel 6:96 lid 2 BW komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. Vereist is dat de verrichte werkzaamheden noodzakelijk waren en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. Dat laatste is niet het geval. De kosten die gevorderd voor het onderzoek zijn naar hun omvang onredelijk. De kantonrechter zal, gelet op de aard en de omvang van het onderzoek, de naar redelijkheid te vergoeden kosten daarom schatten op een bedrag van € 2.800,-. De gevorderde wettelijke rente over deze kosten is toewijsbaar vanaf 6 september 2024.
4.10.
[eisers] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Voldaan is aan het vereiste dat de kosten in redelijkheid zijn gemaakt. De vergoeding van € 634,10 die [eisers] voor deze kosten vordert, is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 195,40 bij € 1.302,64 in hoofdsom. De kantonrechter wijst daarom € 195,40 toe.
4.11.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.12.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Beoordeling
Bedieningspaneel wandcloset begane grond en 1e etage
Ter zitting heeft [eisers] deze schadepost ingetrokken.
Post 11. Tegelwerk toilet begane grond
[eisers] moet voor deze werkzaamheden een tegelzetter inschakelen volgens [deskundige] . In de offerte van [installateur] is voor deze werkzaamheden geen bedrag genoemd. Deze schadepost is dan ook niet toewijsbaar.
Post 12. Vervangen wastafelkraan badkamer
[deskundige] heeft vastgesteld dat de kraan van de wastafel in de doucheruimte een te korte uitloop heeft. Ter zitting heeft V&ES Zeeland aangegeven dat [eisers] deze kraan zelf heeft uitgekozen. V&ES Zeeland had als deskundige [eisers] moeten waarschuwen dat hij voor een te korte kraan had gekozen. Niet is gesteld of gebleken dat V&ES Zeeland hiervoor heeft gewaarschuwd. De herstelkosten van € 423,- zijn toewijsbaar.
Post 13. Vervangen afvoer dubbele spoelbak keuken
Post 14. Afwerking doorvoer gaskraan e.d. en vervangen gaskraan voor een haakse uitvoering
[deskundige] heeft geconcludeerd dat de afvoer van de spoelbakken met een U-vorm aan elkaar zijn verbonden terwijl dit een Y-vorm had moeten zijn. Ten aanzien van de afwerking van de doorvoer van de gaskraan is door [deskundige] geconstateerd dat de rozetten ontbreken en dat de afvoerleiding niet geheel is gekit. [eisers] heeft, gelet op de gemotiveerde betwisting door V&ES Zeeland, onvoldoende onderbouwd dat deze werkzaamheden onder opdracht vielen. Deze herstelkosten zijn niet toewijsbaar.
Post 15. Waterslot douchegoot
Post 16. Plaatsen 2 wegklep in de aanvoer van de cv-ketel i.v.m. vloerverwarming
Deze schadeposten zijn ter zitting door [eisers] ingetrokken.
4.6.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, bedraagt de totale schade:
- Glazen douchewand € 750,00
- Fonteinkranen afstellen € 47,50
- Fonteintje begane grond afkitten en bevestiging vervangen € 65,00
- Vulkraan cv installatie € 98,00
- Mechanische ventilatie € 465,00
- Vervangen wastafelkraan badkamer € 423,00
Totaal (inclusief btw) € 1.848,50
4.7.
Hieruit volgt dat V&ES Zeeland in beginsel een bedrag van € 1.848,50 aan schade aan [eisers] moet betalen. Hierop strekt een bedrag van € 545,86 in mindering omdat het beroep van V&ES Zeeland op verrekening slaagt. Het bedrag ziet op de factuur van
23 juli 2022 die [eisers] onbetaald heeft gelaten. Dit betekent dat V&ES Zeeland een bedrag van € 1.302,64 (€ 1.848,50 minus € 545,86) aan schade aan [eisers] moet betalen.
4.8.
V&ES Zeeland is wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding verschuldigd vanaf 26 juli 2024 (de datum waarop V&ES Zeeland met de betaling van de vervangende schadevergoeding in verzuim is geraakt) tot de voldoening.
4.9.
[eisers] maakt aanspraak op betaling van een bedrag van € 6.757,38 aan expertisekosten. Op grond van artikel 6:96 lid 2 BW komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. Vereist is dat de verrichte werkzaamheden noodzakelijk waren en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. Dat laatste is niet het geval. De kosten die gevorderd voor het onderzoek zijn naar hun omvang onredelijk. De kantonrechter zal, gelet op de aard en de omvang van het onderzoek, de naar redelijkheid te vergoeden kosten daarom schatten op een bedrag van € 2.800,-. De gevorderde wettelijke rente over deze kosten is toewijsbaar vanaf 6 september 2024.
4.10.
[eisers] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Voldaan is aan het vereiste dat de kosten in redelijkheid zijn gemaakt. De vergoeding van € 634,10 die [eisers] voor deze kosten vordert, is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 195,40 bij € 1.302,64 in hoofdsom. De kantonrechter wijst daarom € 195,40 toe.
4.11.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.12.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.