Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-13
ECLI:NL:RBZWB:2025:4329
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,386 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11398000 \ MB VERZ 24-1534
CJIB-nummer : 7062 5422 6126 6533
uitspraakdatum : 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Oosterhoutseweg te Breda op 27 september 2023 om 08:29 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene had geen telefoon in zijn handen maar een opbergzakje voor dartpijlen. Betrokkene heeft een foto van het opbergzakje meegezonden.
Ter zitting heeft betrokkene het opbergzakje voor dartpijlen getoond en hieraan toegevoegd dat hij het altijd in het midden van zijn auto heeft liggen. Betrokkene stond voor een stoplicht en pakte het uit verveling. Omdat de verbalisant erg stellig was en betrokkene door eerdere boetes wist dat hij in beroep kon, heeft hij op dat moment geen verklaring afgelegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht om de zekerheidstelling op € 225,- vast te stellen, aangezien door betrokkene is nagelaten de administratiekosten te betalen. Inhoudelijk heeft de zittingsvertegenwoordiger verzocht het beroep ongegrond te verklaren omdat de verklaring van de verbalisant voldoende duidelijk en aannemelijk is. Daarin is verklaard dat hij betrokkene met een mobiel elektronisch apparaat in zijn rechterhand zag rijden. De zittingsvertegenwoordiger ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen.
Overwegingen
Zekerheidstelling
Betrokkene heeft slechts € 225,- aan zekerheid gesteld en nagelaten de administratiekosten van € 9,- te betalen, waardoor niet wordt voldaan aan de verplichte minimale zekerheidstelling van € 234,-.
Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen.
De kantonrechter ziet in dit geval aanleiding om de zekerheid vast te stellen op € 225,- en zal het beroep inhoudelijk behandelen. Het boetebedrag is daarmee niet aangepast.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een verbalisant is als beroepswaarnemer getraind om een dergelijke gedraging te herkennen. Daar komt bij dat het getoonde zakje met dartpijlen niet lijkt op een mobiele telefoon. Voorts is van belang dat betrokkene direct bij de staandehouding niet heeft aangegeven dat de gedraging niet is verricht, hetgeen wel in de rede had gelegen als hij op dat moment inderdaad dat zakje met pijlen in de auto had liggen.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.