Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-13
ECLI:NL:RBZWB:2025:4323
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,033 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11454525 \ MB VERZ 24-1714
CJIB-nummer : 9062 5422 6081 9158
uitspraakdatum : 13 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Teteringsedijk te Breda op 7 september 2023 om 13:36 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat belanghebbende aan de officier van justitie heeft verzocht stukken te verstrekken. De officier van justitie heeft hier geen gehoor aangegeven. De beslissing van de officier van justitie moet daarom worden vernietigd, het beroep gegrond worden verklaard en het Openbaar Ministerie worden veroordeeld in de proceskosten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In de administratieve fase is per brief van 6 november 2023 verzocht om (aanvullende) gronden. Daarbij is het zaakoverzicht meegestuurd. Het aanmaakproces is duidelijk en voor fouten bestaat gelet op de uitspraak van het gerechtshof met nummer ECLI:NL:GHARL:2020:6346 nagenoeg geen ruimte. De schending van de informatieplicht kan daarom niet worden aangenomen. Verder staat de gedraging vast.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet betwist.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Uit het dossier blijkt dat aan gemachtigde bij brief van 6 november 2023 een zaakoverzicht is meegestuurd. Van een schending van een informatieplicht is daarom geen sprake.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.