Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-30
ECLI:NL:RBZWB:2025:4217
Civiel recht
Wraking
1,115 tokens
Dictum
[verzoekster] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
verder te noemen verzoekster,
procederend in persoon.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
het wrakingsverzoek van 19 juni 2025 gericht tegen mr. Van Noort, in zijn hoedanigheid van kantonrechter van deze rechtbank;
het proces-verbaal van de zitting van 19 juni 2025;
het e-mailbericht van 21 juni 2025 van mr. Van Noort waarin hij meedeelt niet in de wraking te berusten;
de processtukken zoals opgenomen in het dossier in de hoofdzaak met zaaknummer 11555443 OV VERZ 25-575.
2Het verzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter, mr. Van Noort (hierna: de rechter), belast met de behandeling van het verzoek tot omzetting van het mentorschap naar curatele over [naam], ingediend door verzoekster in de procedure met zaaknummer 11555443 OV VERZ 25-575 (hierna: de hoofdzaak).
2.2
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
Feiten
3.1
De hoofdzaak zou behandeld worden op zitting van 19 juni 2025 om 13:15 uur in Bergen op Zoom.
3.2
Bij e-mail van 17 juni 2025 heeft verzoekster verzocht om uitstel van de zitting wegens verslechtering van haar gezondheid. Bij e-mail van 18 juni 2025 heeft verzoekster haar verzoek om uitstel nader toegelicht.
3.3
Bij e-mail van 19 juni 2025 om 9:26 uur heeft de rechtbank aan verzoekster meegedeeld dat de zitting doorgang zal vinden en dat verzoekster telefonisch hieraan kan deelnemen.
3.4
Bij e-mail van 19 juni 2025 om 11:43 uur heeft verzoekster de rechter gewraakt. Verzoekster legt aan haar wrakingsverzoek ten grondslag dat als gevolg van de afwijzing van haar verzoek om uitstel van de zitting, er sprake is van het opwekken van de objectieve schijn van partijdigheid en schending van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Beoordeling
Beoordelingskader
4.1
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een partij een rechter die een zaak behandelt wraken op grond van feiten en/of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Alleen een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoekster aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert, of dat de door verzoekster geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.
Dictum
4.4
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven op 30 juni 2025 door mr. Luijks, rechter en voorzitter, mr. Bergen en mr. Hopmans, rechters, in aanwezigheid van mr. De Mul, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Bijvoorbeeld het arrest van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413.